Nieuwe medewerker aannemen

Laatste update 21 augustus 2018 Leestijd: 10 min

01 Nieuwe medewerker aannemen binnen de cao MvT

Wilt u een nieuwe medewerker aannemen binnen de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijven (MvT)? Dan komt er nogal wat op u af als werkgever. Welke afspraken moet u maken? En welke regels gelden? In de cao MvT staan de afspraken over verschillende arbeidsvoorwaarden.

Elk bedrijf in deze sector moet minimaal de afspraken uit deze cao toepassen. Dit geldt dus niet alleen voor BOVAG-leden.

Cao voor diverse branches

BOVAG onderhandelt namens u met de bonden. Met als doel een moderne cao die past bij deze tijd. Over de cao MvT onderhandelen we voor de volgende branches: onafhankelijk autobedrijven, autodealers, truckdealers, verhuur- & deelautobedrijven, gemotoriseerde tweewielers, fietsbedrijven, caravan- & camperbedrijven, aanhangwagenbedrijven en revisiebedrijven.

BOVAG onderhandelt ook over de cao Tankstations en Wasbedrijven (TW).

Model-arbeidsovereenkomsten

Speciaal voor u hebben we praktische voorbeelden van arbeidsovereenkomsten opgesteld. U kunt deze gebruiken voor het vastleggen van alle afspraken met de werknemer. Arbeidsovereenkomsten mogen niet mondeling afgesproken worden. In de cao staat dat dit altijd schriftelijk moet gebeuren. Gebeurt dit niet, dan kan de overeenkomst beschouwd worden als een overeenkomst voor onbepaalde tijd. 

In de arbeidsovereenkomst staan algemene en specifieke afspraken en voorwaarden. U kunt verschillende specifieke bedingen of voorwaarden in de arbeidsovereenkomst opnemen. Deze veelgestelde vraag geeft antwoord op de vraag welke er zijn. 

Welke afspraken kunnen werkgevers in de arbeidsovereenkomst met werknemers maken?

Passende afspraken voor verkopers

Verkopers hebben een aparte positie in de cao. Veel arbeidsvoorwaarden zijn niet van toepassing op hen. Zo hoeft u hen niet in te delen in een salarisgroep. Ook de cao-artikelen over arbeidstijden en toeslagen zijn niet van toepassing op verkopers. U heeft dus veel vrijheid om passende afspraken te maken met uw verkopers.

Regels voor aannemen BBL-leerlingen

Wilt u een BBL-leerling aannemen? Zij hebben na 24 maanden niet automatisch recht op een contract voor onbetaalde tijd. U kunt de BBL-leerling dus langer dan 24 maanden voor bepaalde tijd in dienst hebben, bijvoorbeeld met 3 jaarcontracten. Pas nadat de BBL’er zijn opleiding heeft afgerond, geldt voor hem de wettelijke ketenregeling. Deze regeling bepaalt na hoeveel tijdelijke contracten een werknemer recht heeft op een contract voor onbepaalde tijd. Met BBL-leerlingen sluit u twee overeenkomsten:
  1. Een beroepspraktijkovereenkomst met leerling en school;
  2. Een arbeidsovereenkomst. Gebruik hiervoor het door BOVAG opgestelde voorbeeld van een overeenkomst. Hierop is de cao MvT van toepassing.

Kan ik leerlingen ook parttime aannemen?

Indelen in functieschaal

U deelt uw leerlingen in een functieschaal in, net als reguliere werknemers. Belangrijk hierbij is, dat u kijkt naar het feitelijke niveau waarop de leerling zijn werkzaamheden uitvoert. Het is dus niet doorslaggevend of de leerling al een opleiding heeft afgerond.

Proeftijd

Hoe zit het met de proeftijd? In een eerste arbeidsovereenkomst van langer dan 6 maanden kunt u een proeftijd van maximaal 2 maanden afspreken. Is de arbeidsovereenkomst 6 maanden of korter? Dan is een proeftijd niet toegestaan. Geeft u iemand meteen een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd? Dan mag u een proeftijd van maximaal 2 maanden afspreken. 

Voor oproepkrachten: arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP)

De meeste bedrijven werken met een arbeidsovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht (MUP). Dit houdt in dat u met de werknemer een arbeidsovereenkomst voor bepaalde of onbepaalde tijd afsluit. Een oproepkracht met een MUP-overeenkomst kan aanspraak maken op alle arbeidsvoorwaarden uit de cao (indien van toepassing), zoals vakantiedagen, toeslagen en betaling volgens de loontabellen. De hoeveelheid werkuren staat niet van tevoren vast. Er zijn twee opties:  
  1. Een oproepovereenkomst in de vorm van een 0-uren contract. Dit is een arbeidsovereenkomst waarin geen werkuren zijn opgenomen. Als u de werknemer oproept, moet deze verplicht op het werk verschijnen. De eerste 3 maanden betaalt u de werknemer voor het aantal daadwerkelijk gewerkte uren, met een minimum van 3 uur. Na 3 maanden kan de oproepkracht vervolgens aanspraak maken op werk en uitbetaling volgens het gemiddeld aantal gewerkte uren. Een oproepkracht met een 0-urencontract kan na een aantal maanden namelijk een beroep doen op het ‘rechtsvermoeden van arbeidsomvang’. In de arbeidsovereenkomst kunt u dit rechtsvermoeden alleen voor de eerste 6 maanden ondervangen indien daarin overeengekomen wordt dat u gedurende de eerste 6 maanden van de arbeidsovereenkomst niet verplicht bent het loon te voldoen over niet-gewerkte uren. Een oproepkracht met een 0-urencontract die langer dan 6 maanden in dienst is en met enige regelmaat arbeid verricht, kan in principe dus een vast aantal uren claimen.  
  2. Een min/max-overeenkomst: hierin legt u de bandbreedte van uren vast waarbinnen u de werknemer kunt oproepen. Probeer in te schatten hoeveel uur werk u de werknemer minimaal wekelijks kunt aanbieden, en spreek dit als minimum aantal uren af. Daarbij kunt u ook een maximaal aantal uren vastleggen waarvoor u de werknemer wekelijks kunt oproepen. Een min/max-overeenkomst biedt werkgever en werknemer meer zekerheid dan een oproepovereenkomst in de vorm van een 0-urencontract. Want zolang de werknemer niet meer werkt dan de afgesproken bandbreedte, zal hij niet snel met succes meer vaste uren kunnen claimen (‘rechtsvermoeden van arbeidsomvang’). Het voordeel voor de werknemer van de min/max-overeenkomst is, dat hij verzekerd is van een minimaal aantal uren. 
Let op: komt u met uw werknemer een wekelijkse arbeidsduur van minder dan 15 uur per week overeen, waarbij de werktijden niet vaststaan? Dan moet u per oproep in elk geval 3 uur uitbetalen, ook al roept u de werknemer voor minder uren op. Dit geldt zowel voor werknemers met een 0-urencontract als voor werknemers met een min/max-contract met minder dan 15 garantie-uren. 

Contract voor bepaalde en onbepaalde tijd 

Op basis van de wet kunt u een werknemer maximaal 3 tijdelijke arbeidsovereenkomsten binnen 24 maanden aanbieden. Na een dienstverband van 24 maanden heeft de werknemer recht op een contract voor onbepaalde tijd. Dit geldt ook wanneer het tijdelijke contract voor de derde keer verlengd wordt.

Let op: verlengt u de arbeidsovereenkomst na deze maximale periode niet? Dan heeft uw werknemer recht op een transitievergoeding. U voorkomt dit door hem voor maximaal 23 maanden een tijdelijk contract aan te bieden. Bijvoorbeeld een contract van 7 maanden, gevolgd door twee contracten van 8 maanden. Neemt u de werknemer daarna niet in vaste dienst? Dan betaalt u geen transitievergoeding.

Functie-indeling en salaris bepalen 

Het salaris van de werknemer stelt u vast aan de hand van de functietabellen in het cao-boekje. De werknemer moet namelijk op grond van zijn functie worden ingedeeld in de juiste functiegroep. U deelt de nieuwe medewerker in op basis van het feitelijke niveau waarop hij zijn werkzaamheden uitvoert. Minder belangrijk zijn de diploma’s van de werknemer, hoewel dat natuurlijk wel een indicatie kan zijn. 

Werknemers van 16 jaar en ouder plaatst u in een salarisgroep op basis van hun leeftijd. Bij werknemers vanaf 22 jaar kijkt u naar de functiejaren: het aantal jaren dat de werknemer binnen uw bedrijf werkt. Werkervaring bij een andere werkgever telt dus niet automatisch mee. Voorbeeld: een 25-jarige werknemer is 3 jaar bij u in dienst als monteur. Hij heeft dus drie functiejaren opgebouwd. De cao salaristabel kunt u hier downloaden.





Voor de meest voorkomende functies kunt u onderstaande functie-indeling aanhouden. BOVAG heeft voor de meest voorkomende functies in de branche model-functieprofielen opgesteld waarin staat beschreven welke werkzaamheden er precies bij welk niveau horen. Kijk daarvoor op deze pagina.
 
Functienaam Assistent Auto technicus Autotechnicus (tweede monteur) niet zelfstandig werkend Autotechnicus (tweede monteur)
 zelfstandig werkend
1e Autotechnicus (eerste monteur) Chef werkplaats
           
Indicatie opleidingsniveau Niveau 1 Niveau 2 Niveau 2 Niveau 3  
           
Functie groep B C D E F


A = minimumloon. Dit geldt voor werknemers die geen technische werkzaamheden verrichten. Denk aan autopoetsers of schoonmaker   
B = assistent-autotechnicus. Ondersteuning bij kleine technische werkzaamheden  
C = niet-zelfstandig werkende tweede monteur   
D = zelfstandig werkende tweede monteur   
E = eerste monteur (met of zonder APK)   
F = Diagnosetechnicus / Chef-werkplaats

Toelichting: het salaris uit de cao-tabel is het salaris waarop een werknemer minimaal recht heeft. U bent er vrij in om een hoger salaris af te spreken met de werknemer. Een lager salaris is niet toegestaan.

ADV-dagen (ArbeidsDuurVerkorting)

In 1983 is een afspraak gemaakt tussen cao-partijen om terug te gaan van 40 uur naar 38 uur per week werken met behoud van de vakantierechten. Het salaris wordt sindsdien gebaseerd op 38 uur. Ter compensatie is afgesproken dat medewerkers ADV-dagen opbouwen. De cao onderscheidt de volgende drie mogelijkheden om met ADV-dagen om te gaan. Hoe dit werkt staat in onderstaande veelgestelde vraag. 

Hoe werkt de opbouw van ADV-dagen?

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring