De pagina wordt geladen...
De Tweede Kamer heeft in november 2025 ingestemd met de pseudo-eindheffing, een forse belastingboete voor werkgevers die brandstofauto's in de vloot hebben. Hieronder vind je de meestgestelde vragen over deze maatregel. Onderaan dit dossier vind je ook relevante nieuwsberichten over dit onderwerp.
De veelgestelde vragen in dit dossier zijn op 6 maart 2026 geactualiseerd naar aanleiding van antwoorden die wij van de Belastingdienst hebben ontvangen. BOVAG is zeer teleurgesteld over deze antwoorden en beraadt zich op vervolgstappen.
De pseudo-eindheffing is een extra belasting van 12 procent van de catalogusnieuwwaarde van de personenauto (inclusief btw en bpm) voor werkgevers die een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak ter beschikking stellen aan een werknemer ook voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).
Nee, de pseudo-eindheffing is een door de overheid opgelegde maatregel. BOVAG vindt de regeling weinig doelmatig, omdat het veel gedoe koppelt aan een gering klimaateffect. BOVAG heeft zich ingezet om de pseudo-eindheffing niet nu in te voeren, maar juist te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.
De pseudo-eindheffing gaat op 1 januari 2027 in voor nieuwe terbeschikkingstellingen.
Ja, er is een overgangsregeling. Auto’s die voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld zijn vrijgesteld tot 17 september 2030.
Nee, na overdracht van de auto aan een andere werkgever ontstaat er een nieuwe terbeschikkingstelling en vervalt dus de overgangsregeling.
Voor de pseudo eindheffing valt het woon-werkverkeer ook onder privégebruik. Dit in tegenstelling tot de bijtelling voor de werknemer in de loonbelasting.
Bij het reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek is sprake van woon-werkverkeer. Bij het steeds wisselen van werkplek is geen sprake van woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de rij-instructeur die rechtstreeks van of naar de leerling rijdt, of de hiker bij autoverhuurbedrijven.
De belasting geldt voor alle werkgevers (inclusief BV’s met DGA) die fossiele /hybride personenauto’s ter beschikking stellen aan hun medewerkers mede voor privégebruik.
Nee, de regeling geldt niet voor ondernemers die winstbelasting betalen via de inkomstenbelasting (IB-ondernemers) zoals zzp'ers en eenmanszaken.
Nee, de pseudo-eindheffing is een belasting die door de werkgever betaald moet worden. Het is niet toegestaan om deze kosten te verrekenen met de werknemer of van de werknemer een hogere eigen bijdrage voor de leaseauto te vragen. Het is namelijk de bedoeling de werkgever te stimuleren alleen nog elektrische of waterstof aangedreven auto’s ter beschikking te stellen aan hun medewerkers.
De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er niet toe aan welke of hoeveel werknemers. Er wordt éénmaal pseudo-eindheffing betaald.
De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ergens in een maand ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er dus niet toe hoe lang de ter beschikkingstelling is. Dus ook voor een dag moet voor de hele maand pseudo-eindheffing worden betaald.
De periode waarover pseudo-eindheffing moet worden betaald is een maand. Dus wanneer in die maand de auto - ook al is het maar voor korte tijd - mede voor privégebruik ter beschikking is gesteld geldt de pseudo-eindheffing.
De pseudo-eindheffing over 2027 moet in de aangifte loonheffing over het tweede tijdvak in 2028 worden aangegeven. De pseudo-eindheffing over 2028 moet uiterlijk in het tweede tijdvak van 2029 worden aangegeven, maar mag in 2028 ook maandelijks worden aangegeven.
Nee, de pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s (M1), dus niet voor motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s etc. die een werkgever mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn werknemers.
Als het een elektrische of waterstof auto is, als het geen personenauto (M1) is en als er geen privégebruik (inclusief woon-werkverkeer) is.
De werkgever kan een elektrische of waterstof aangedreven auto ter beschikking stellen. De werkgever kan ook afzien van het ter beschikking stellen van een auto van de zaak en gebruik maken van een mobiliteitsbudget. De werknemer kan ervoor kiezen een auto privé te rijden en zakelijke kilometers €0,23 belastingvrij te declareren bij de werkgever.
Nee, als het mobiliteitsbudget wordt gebruikt om de auto van de zaak te financieren, wordt dit gelijk gesteld met het mede voor privégebruik ter beschikking stellen van een auto van de zaak en is pseudo-eindheffing (en bijtelling) verschuldigd.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Wanneer een werkgever ervoor kiest om een fossiele brandstofauto ter beschikking te stellen aan een werknemer, dan is de pseudo-eindheffing van toepassing. Het belastbare feit voor de pseudo-eindheffing wordt bij het kortstondig ter beschikking stellen van een fossiele brandstofauto niet anders.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Let op, voor de pseudo-eindheffing is elke kilometer privégebruik al voldoende om de pseudo-eindheffing toe te moeten passen en geldt woon-werkverkeer ook als privégebruik.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Mogelijke terbeschikkingstelling in de zin van de pseudo-eindheffing is in beginsel aan de orde wanneer één of meer werknemers de auto’s tijdens werktijd gebruiken, ook wanneer de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Daarmee kan tevens worden aangetoond dat de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Het maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit of de auto aan één of meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Ja, wanneer de werkgever tijdelijk een fossiele brandstofauto aan de werknemer ter beschikking stelt, is de pseudo-eindheffing van toepassing. Dit is voor een voorloopauto niet anders.”
BOVAG is teleurgesteld over dit antwoord. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
BOVAG gaat verder in gesprek met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst. Doel van de gesprekken is te komen tot een duidelijke en werkbare situatie in de mobiliteitsbranche.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Ja. De werkgever is de pseudo-eindheffing per fossiele auto één keer verschuldigd, voor elke kalendermaand waarin de auto aan een (of meerdere) werknemer(s) ter beschikking wordt gesteld. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. De enkele vaststelling dat de auto nooit mee naar huis wordt genomen is niet voldoende om de pseudo-eindheffing te vermijden. Gedurende de werkdag moet eveneens vastgesteld kunnen worden dat de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt. Dit kan worden aangetoond met een sluitende rittenregistratie.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat.
BOVAG heeft dit verzoek gedaan aan de Belastingdienst en het ministerie van Financiën. Het antwoord:
“Binnen de huidige wettelijke kaders is geen uitleg mogelijk die leidt tot een overgangstermijn voor verhuur. De pseudo-eindheffing raakt werkgevers die een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan werknemers. Voor zover de auto al vóór 1 januari 2027 door de werkgever ter beschikking is gesteld aan werknemers geldt het overgangsrecht. Onder het door de werkgever ter beschikking stellen van een auto aan de werknemer vallen zowel auto’s die in eigendom zijn van de werkgever, maar ook auto’s die door de werkgever (al dan niet tijdelijk) worden gehuurd of geleaset bij een autoverhuurbedrijf. Binnen de wettelijke kaders van het begrip ‘ter beschikking stellen’ wordt geen onderscheid gemaakt over de wijze waarop (koop, huur, lease) de werkgever er voor zorgt dat aan de werknemer de autoter beschikking gesteld kan worden. Ook het kortstondig ter beschikking stellen van een auto maakt de vaststelling of een auto ter beschikking is gesteld niet anders.”





