De pagina wordt geladen...

Er komt een uitzondering voor vervangend vervoer en overige korte zakelijke inzet. Dit, en meer, heeft staatssecretaris Eerenberg maandag 22 juni bekendgemaakt in een brief over autobelastingen aan de Tweede Kamer. Hiermee geeft het kabinet gehoor aan de noodkreet die BOVAG samen met negentien andere werkgevers- en brancheorganisaties in maart in een brandbrief liet horen. Op het punt van dealerdemo’s wil het kabinet echter niet bewegen.
Tot nu toe zou een werkgever wettelijk verplicht worden om vanaf 1 januari aanstaande pseudo-eindheffing te betalen over de vervangende (brandstof)auto bij onderhoud, reparatie of schadeherstel. Een onwerkbare situatie omdat de vervangende huurvloot nooit in een paar maanden geëlektrificeerd zou kunnen worden. Daarnaast dreigde er voor werkgevers een enorme administratieve rompslomp om bij te houden of het vervangend vervoer wel of niet elektrisch is en of er dus pseudo-eindheffing zou moeten worden betaald.
Om deze ellende te voorkomen, kondigt het kabinet nu voor de komende jaren een gerichte uitzondering aan voor vervangende auto’s die maximaal veertien kalenderdagen aaneengesloten worden ingezet. Het maakt dan dus niet uit of die vervangende auto elektrisch- of brandstof-aangedreven is.
Ook voor andere korte zakelijke inzet wil het kabinet een uitzondering (tot 2031) voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing maken. Deze blijft beperkt tot de terbeschikkingstelling van maximaal een week (zeven kalenderdagen aaneengesloten). Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever. Bij een ruimhartiger uitzondering vreest de overheid dat de prikkel te groot wordt om met voortdurend wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de pseudo-eindheffing te ontduiken. Na de overgangstermijn (1 januari 2031) vervalt deze uitzondering.
Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari aanstaande wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short)leasecontracten en voorloopauto’s.
Niet alle punten van de automotive branche zijn opgelost. Als het aan het kabinet ligt, komt er geen vrijstelling voor dealerdemo’s. Dat blijft een probleem voor dealerbedrijven, omdat zij de samenstelling van de demovloot niet zelf kunnen bepalen en het voor een merk belangrijk is om demo’s beschikbaar te hebben bij de dealer voor álle modellen en uitvoeringen die in Nederland worden geleverd, zowel elektrisch als fossiel. BOVAG blijft bij de politiek strijden voor een pragmatische aanpak voor de dealervoertuigen.
Het kabinet heeft daarnaast niet willen meegaan in de oproep van het bedrijfsleven om gevallen te ontzien waarbij de werknemer zijn (brandstof-aangedreven) auto van de zaak meeneemt naar een nieuwe werkgever. Dit zal blijven gelden als een nieuwe terbeschikkingstelling, waarvoor de pseudo-eindheffing dus van toepassing wordt.
Op verzoek van het bedrijfsleven wordt de overgangstermijn op een logischere datum beëindigd: 1 januari 2031 in plaats van 17 september 2030. Na die datum moet voor álle door werkgevers ter beschikking gestelde auto’s pseudo-eindheffing worden betaald (ook als ze al vóór 1 januari 2027 zijn ingezet), tenzij de auto in kwestie emissieloos is. Met uitzondering dus van vervangend vervoer en lesauto’s.
BOVAG is zeer opgelucht over de toezegging dat lesauto’s zullen worden vrijgesteld. Zij zouden met de pseudo-eindheffing immers worden opgezadeld met een zware en nodeloze administratieve last. Lesauto’s kunnen immers niet massaal elektrificeren omdat de leerling moet leren om te schakelen.
De aangekondigde aanpassingen zullen worden uitgewerkt in het Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. Op woensdag 24 juni debatteert de Tweede Kamer nog over deze maatregelen, maar het is niet de verwachting dat die aan deze oplossingen zal gaan sleutelen. Het was immers diezelfde Tweede Kamer die naar aanleiding van de brandbrief van BOVAG en negentien andere organisaties het kabinet opriep om met het bedrijfsleven te werken aan oplossingen voor de knelpunten. Dat overleg heeft afgelopen weken intensief met werkgeversorganisaties en automotive brancheorganisaties plaatsgevonden. Daarbij was het voor de positie van BOVAG in deze gesprekken van groot belang om cijfers te hebben kunnen delen die door leden waren geleverd.
Naast de maatregelen voor de pseudo-eindheffing, is te lezen in de brief dat het kabinet werkt aan een ‘greentimer-regeling’ om tweedehands EV’s aantrekkelijk als auto van de zaak in te kunnen zetten. Een dergelijke maatregel versterkt de tweedehands EV-markt en is dus ook goed om de afschrijving op nieuwe EV’s te beperken. De brief meldt verder een aantal varianten om de huidige youngtimer-regeling minder abrupt af te bouwen. Tot slot kondigt het kabinet aan dat het concreet gaat onderzoeken hoe de motorrijtuigenbelasting kan worden omgebouwd. Nu is deze gebaseerd op gewicht, maar het kabinet denkt eraan om dit te veranderen in voertuigafmetingen (wielbasis x spoorbreedte). Dit gaat meer tijd in beslag nemen en zal dus zeker niet voor 1 januari 2028 worden aangepast.
Benieuwd voor welke onderwerpen BOVAG zich nog meer inzet in Den Haag? Volg de ontwikkelingen via het lobbyblog.