De pagina wordt geladen...

De brandbrief die we afgelopen vrijdag over de pseudo-eindheffing hebben gestuurd, is inhoudelijk goed aangekomen. Diverse Kamerleden van VVD, BBB en CDA stelden afgelopen woensdag kritische vragen tijdens het commissiedebat fiscaliteit. De staatssecretaris heeft erkend een aantal ongewenste neveneffecten te zien, daarop te studeren en in juni te reageren. Dat is te laat, vindt BOVAG.
Op initiatief van BOVAG stuurden twintig werkgeversorganisatie vorige week een brandbrief over de pseudo-eindheffing naar onder andere alle Tweede Kamerleden en verantwoordelijke bewindspersonen. De pseudo-eindheffing zou, zoals hij er nu ligt, veel administratie en een boeteregen voor ondernemers opleveren en extra druk geven op de civiele rechtspraak. Lees daarover het artikel over de brandbrief pseudo-eindheffing. Het doel van de brandbrief was om de negatieve consequenties van de regeling concreet te maken voor de politiek en deze aan te zetten tot actie.
In het commissiedebat fiscaliteit leek die boodschap te zijn overgekomen. De reactie van de staatssecretaris om er in juni op terug te komen, geeft alsnog veel problemen voor werkgevers. Mocht de staatsecretaris besluiten om de regeling namelijk alsnog zonder aanpassingen per 1 januari 2027 in te voeren, geeft dat te weinig tijd voor bijvoorbeeld autoverhuurbedrijven of rijscholen om hun wagenpark voor die tijd om te zetten. Ook staan verhuurbedrijven door netcongestie met hun rug tegen de muur: als zij hun volledige wagenpark elektrisch maken, hebben zij te weinig capaciteit om alle auto’s op tijd op te laden. Daarom pleit BOVAG voor een aanpassing van de wet zodat er voor vervangend en tijdelijk vervoer geen pseudo-eindheffing verschuldigd is. Dat zou op korte termijn aan de markt duidelijk moeten worden gemaakt zodat werkgevers, autobedrijven, verhuurbedrijven en leasemaatschappijen de tijd krijgen om zich goed voor te bereiden.
In de door de staatssecretaris toegezegde brief zal ook worden ingegaan op de specifieke problemen inzake de pseudo-eindheffing voor lesauto’s.
Wat is het probleem? Lesauto’s zijn over het algemeen brandstofauto’s omdat leerlingen voor een volledig rijbewijs ook moeten leren schakelen. Elektrische auto’s zijn immers per definitie een automaat. Rijinstructeurs nemen de lesauto’s ‘s avonds vaak mee naar huis en rijden er dan de volgende dag mee naar de eerste leerling.
Rijscholen worden gevraagd om (elke) zakelijke kilometer te kunnen verantwoorden met een rittenadministratie. Maar lesauto’s rijden niet van A naar B maar vaak willekeurig rond. Hierdoor zullen lesauto’s in tegenstelling tot de verwachting van de staatssecretaris vaak wél vallen onder de pseudo-eindheffing.
Zonder een voor rijscholen onwerkbare administratie om het tegendeel te bewijzen, wordt dit gezien als woon-werkverkeer en dus privégebruik in het kader van de pseudo-eindheffing. Dit ondanks de eerdere toezegging van de staatssecretaris van Financiën dat het kabinet niet verwacht dat rijschoolhouders te maken krijgen met de pseudo-eindheffing. Overigens was het in aanloop naar het wetsvoorstel de bedoeling van het kabinet om lesauto’s specifiek uit te zonderen van de pseudo-eindheffing. Helaas is deze uitzondering op het laatste moment geschrapt.
De boodschap in de brandbrief werd overgenomen door verschillende media. Zo was Christianne van der Wal op 11 maart bij Sven op 1. Luister hier het volledige radioprogramma. Of luister enkele fragmenten: