De pagina wordt geladen...
De pseudo-eindheffing is een nieuwe belasting voor werkgevers. Vanaf 1 januari 2027 wordt er 12 procent van de catalogusprijs geheven van elke niet-emissievrije personenauto, zoals een benzine-, diesel- of hybride auto, die een werkgever ter beschikking stelt aan een werknemer. Anders dan bij de fiscale bijtelling, telt voor de pseudo-eindheffing ook woon-werkverkeer als privégebruik. De maatregel moet de zakelijke automarkt sneller elektrificeren. Ook Europa werkt aan regels voor schonere zakelijke wagenparken. Dat Europese voorstel is nog in behandeling en vormt dus niet de juridische basis voor de Nederlandse pseudo-eindheffing.
In dit dossier lees je wat de pseudo-eindheffing inhoudt, wat al vaststaat, welke wijzigingen zijn aangekondigd en welke besluiten nog moeten worden genomen. Ook lees je wat BOVAG in dit dossier heeft ingebracht.
Onderaan de pagina vind je de antwoorden op de meestgestelde vragen.
Rekenvoorbeeld: bij een auto met een cataloguswaarde van € 50.000 bedraagt de pseudo-eindheffing € 500 per maand.
Voor auto's die een werkgever al vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking stelde, geldt een overgangsregeling. Voor deze fossiele auto’s hoeft de komende jaren geen pseudo-eindheffing te worden betaald. Die overgangsregeling loopt volgens de huidige wet tot 17 september 2030. Het kabinet wil deze regeling verlengen tot 1 januari 2031, maar het parlement moet daar nog mee instemmen.
De pseudo-eindheffing is eind 2025 door het parlement aangenomen en staat in de wet. Daarmee staan onder meer vast:
Na kritiek van BOVAG en negentien andere werkgevers- en brancheorganisaties kondigde het kabinet op 22 juni 2026 verschillende versoepelingen aan. Zo komen er naar verwachting uitzonderingen voor tijdelijk vervangend vervoer, bepaalde korte gebruiksperiodes en een vrijstelling voor handgeschakelde lesauto's. Ook wil het kabinet de overgangsregeling verlengen. Concreet wil het kabinet:
Voor dealerdemo's is geen aparte uitzondering aangekondigd. Een motie in de Tweede Kamer om die alsnog te regelen, kreeg op 2 juli 2026 geen meerderheid.
De wijzigingen moeten nog in de wet worden opgenomen. Op 15 september 2026 wordt het Belastingplan 2027 bij de Tweede Kamer ingediend. Dan wordt ook duidelijk hoe de uitzonderingen precies zijn uitgewerkt.
De Tweede Kamer behandelt het pakket daarna. Wetgevingsoverleggen staan gepland op 12 en 26 oktober 2026. De Kamer kan de voorstellen dan nog aanpassen. Vervolgens moet ook de Eerste Kamer instemmen. Die kan het voorstel niet meer wijzigen, alleen aannemen of verwerpen. De behandeling staat daar voor december gepland.
Pas als beide Kamers hebben ingestemd en de gewijzigde wet is gepubliceerd, zijn de versoepelingen definitief.
BOVAG is afgelopen jaar heel kritisch geweest op de pseudo-eindheffing. De vrijheid van ondernemen wordt aangepast en de pseudo-eindheffing brengt bovendien grote uitvoeringsproblemen en -risico's met zich mee voor werkgevers en automotive bedrijven.
Dit heeft niet verhinderd dat het parlement de wet eind 2025 heeft aangenomen.
De lobby van BOVAG spitst zich daarom sinds voorjaar 2026 toe op oplossingen voor dealerdemo's, huurauto's en rijscholen, waar de problemen met de pseudo-eindheffing misschien wel het grootst zijn. Er zijn daar immers minder of geen mogelijkheden om te elektrificeren, én de administratie rondom de pseudo-eindheffing is er het meest ingewikkeld.
De lobby heeft deels resultaat gehad. Het kabinet heeft inmiddels oplossingen aangekondigd voor lesauto’s, tijdelijk vervangend vervoer en bepaalde korte gebruiksperiodes. Daarmee worden enkele belangrijke knelpunten weggenomen. Tegelijk blijven er volgens BOVAG problemen bestaan. Zo kunnen de nieuwe uitzonderingen opnieuw administratieve verplichtingen opleveren en komt er voor dealerdemo’s vooralsnog geen aparte vrijstelling.
BOVAG blijft daarom bij de behandeling van het Belastingplan 2027 aandringen op een regeling die beter uitvoerbaar is voor werkgevers en beter aansluit bij de praktijk in de automotive sector.
De veelgestelde vragen in dit dossier zijn op 27 augustus 2026 geactualiseerd.
De pseudo-eindheffing is een extra belasting van 12 procent van de catalogusnieuwwaarde van de personenauto (inclusief btw en bpm) voor werkgevers die een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak ter beschikking stellen aan een werknemer voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).
De pseudo-eindheffing gaat op 1 januari 2027 en geldt voor alle brandstofauto’s die vanaf dat moment voor het eerst ter beschikking worden gesteld aan een werknemer.
Brandstofauto’s die al vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld aan een medewerker vallen onder een overgangsregeling. Volgens de aangenomen wet is over die voertuigen pas per 17 september 2030 pseudo-eindheffing verschuldigd. Bij Prinsjesdag 2026 verwachten we een voorstel voor aanpassing in die datum naar 1 januari 2031.
Ja, er is een overgangsregeling. Auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld aan een medewerker zijn tot 17 september 2030 vrijgesteld van de pseudo-eindheffing.
Let op: het gaat hierbij om het moment van eerste ter beschikking stelling door een werkgever aan een werknemer. Wanneer de auto op naam is komen te staan of van eigenaar wisselt maakt dus niet uit.
Volgens de laatste plannen van het kabinet wordt deze overgangsregeling verlengd tot 1 januari 2031. We verwachting hiervan een uitwerking bij Prinsjesdag 2026.
Nee, na overdracht van de auto aan een andere werkgever ontstaat er een nieuwe terbeschikkingstelling (maatgevend hiervoor is het loonheffingennummer) en vervalt dus de overgangsregeling. Dit geldt ook binnen een concern als er sprake is van verschillende loonheffingennummers. Situaties van fusie en overname zijn hierop een uitzondering.
In de situatie dat een werknemer vanwege een fusie of overname van werkgever wisselt, blijft de overgangsregeling van toepassing. De nieuwe werkgever treedt als het ware in de plaats van de oude werkgever.
De belasting geldt voor alle werkgevers die fossiele/hybride personenauto’s ter beschikking stellen aan hun medewerkers mede voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).
De pseudo-eindheffing geldt niet als je:
Daarnaast verwachten we bij Prinsjesdag 2026 een uitwerking van uitzonderingen voor:
Dit is nog steeds onduidelijk. BOVAG is hierover in gesprek met de Belastingdienst.
De regeling geldt niet voor zzp’ers.
Voor eenmanszaken geldt de regeling niet voor de eigenaar (IB-ondernemer) zélf, maar wel voor eventuele werknemers met een brandstofauto van de zaak waarvoor loonbelasting wordt afgedragen.
Ook op een dga met een brandstofauto van de zaak die ook voor privéritten of woon-werkverkeer wordt gebruikt is de pseudo-eindheffing van toepassing. De dga staat namelijk op de loonlijst van de eigen bv en wordt voor de loonheffingen aangemerkt als werknemer.
Nee, als de werkgever de auto vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking heeft gesteld aan een medewerker kan hij dit tot 17 september 2030 ook aan andere medewerkers doen zonder hiervoor pseudo-eindheffing verschuldigd te zijn. Er mogen ook periodes zijn dat de auto niet ter beschikking staat.
Volgens de laatste plannen van het kabinet wordt deze overgangsregeling verlengd tot 1 januari 2031.
Nee, de pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s (M1), dus niet voor motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s etc. die een werkgever mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn werknemers.
Ja. Het maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit of een brandstofauto nieuw of gebruikt (tweedehands) is.
Wel geldt er een overgangsregeling voor auto’s die vóór 1 januari 2027 voor het eerst ter beschikking zijn gesteld aan een medewerker. Deze voertuigen zijn tot 17 september 2030 vrijgesteld. Volgens de laatste plannen van het kabinet wordt die periode verlengd tot 1 januari 2031.
Ja, grijs kenteken (N1) valt buiten deze regeling. De pseudo-eindheffing geldt alleen voor niet volledig elektrische of waterstofpersonenauto’s binnen de categorie M1. Met andere woorden: een grijs-kentekenvoertuig kan een manier zijn op de pseudo-eindheffing te vermijden wanneer een klant of werknemer hiermee instemt.
Nee dat maakt niet uit. De pseudo-eindheffing geldt per brandstofvoertuig dat ter beschikking is gesteld voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer), ongeacht hoeveel mensen daar gebruik van maken.
Het klassieke privégebruik zoals een ritje naar de supermarkt, sportschool, familie, vrienden etc. maar daarnaast wordt voor de pseudo-eindheffing ook woon-werkverkeer als privégebruik gezien. Dit is anders dan hoe het in de bijtelling voor de werknemer in de loonbelasting werkt.
Woon-werkverkeer is reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek. Het reizen van woonplaats naast steeds wisselende werkplekken wordt niet gezien als woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de hiker bij autoverhuurbedrijven.
Bij het reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek is sprake van woon-werkverkeer. Bij het steeds wisselen van werkplek is geen sprake van woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de hiker bij autoverhuurbedrijven.
Ja, ook woon-werkverkeer telt voor de pseudo-eindheffing namelijk als privégebruik.
Je vermijdt de pseudo-eindheffing als het voertuig uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet gebruikt kan en mag worden voor privédoeleinden. Dit kan worden aangetoond met een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezicht-activiteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto.
Let op dat voor de pseudo-eindheffing woon-werkkilometers worden aangemerkt als privégebruik.
De werkgever is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratie waaruit blijkt dat er geen privégebruik heeft plaatsgevonden door de werknemer. De bewijslast om aan te tonen dat een werkgever dat niet goed zou hebben gedaan, ligt bij de belastinginspecteur.
Als werkgever kan je kiezen om deze maandelijks af te dragen met de loonheffing of jaarlijks achteraf. Uiterlijk het tweede tijdvak volgend op het jaar waarover pseudo-eindheffing wordt betaald.
De periode waarover pseudo-eindheffing moet worden betaald is een maand. Dus wanneer in die maand de auto - ook al is het maar voor korte tijd - mede voor privégebruik ter beschikking is gesteld geldt de pseudo-eindheffing.
De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ergens in een maand ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er dus niet toe hoe lang de ter beschikkingstelling is. Dus ook voor een dag moet voor de hele maand pseudo-eindheffing worden betaald.
De pseudo-eindheffing over 2027 moet in de aangifte loonheffing over het tweede tijdvak in 2028 worden aangegeven. De pseudo-eindheffing over 2028 moet uiterlijk in het tweede tijdvak van 2029 worden aangegeven, maar mag in 2028 ook maandelijks worden aangegeven.
Nee, de pseudo-eindheffing is een belasting die door de werkgever betaald moet worden. Het is niet toegestaan om deze kosten te verrekenen met de werknemer of van de werknemer een hogere eigen bijdrage voor de leaseauto te vragen. Het is namelijk de bedoeling de werkgever te stimuleren alleen nog elektrische of waterstof aangedreven auto’s ter beschikking te stellen aan hun medewerkers.
Er is geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor voorloopauto's, dus in principe wel.
In het nieuwe voorstel van het kabinet kunnen werkgevers wel tot 1 januari 2031 elk kalenderjaar voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalender dagen een brandstofauto tijdelijk aanbieden, zonder pseudo-eindheffing te betalen. Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever.
Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short-)leasecontracten en voorloopauto's.
Er zit in de aangenomen wet geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor vervangend vervoer, dus ja.
Dit zou de uitvoering echter onwerkbaar maken. Daarom is het kabinet, op aandringen van BOVAG en 19 andere organisaties, met een nieuw voorstel gekomen waarin tijdelijk vervangend vervoer beperkt wordt uitgezonderd. Dat is op dit moment nog geen aangenomen wet, maar het is wel de verwachting dat dat gaat gebeuren.
In het nieuwe voorstel geldt voor tijdelijk vervangend vervoer van een ‘vaste’ auto (brandstof of elektrisch) vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel geldt een uitzondering voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen.
Ná die 14 dagen geldt voor brandstofauto’s ingezet als vervangend vervoer dat de werkgever pseudo-eindheffing moet gaan betalen, mits de auto ook wordt gebruikt voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).
Er zit in de aangenomen wet geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor voorloopauto's, dus ja.
Wel is het kabinet, op aandringen van BOVAG en 19 andere organisaties, met een nieuw voorstel gekomen waarin tijdelijke korte zakelijke inzet beperkt wordt uitgezonderd. Dat is op dit moment nog geen aangenomen wet, maar het is wel de verwachting dat dat gaat gebeuren.
In het nieuwe voorstel van het kabinet kunnen werkgevers tot 1 januari 2031 elk kalenderjaar voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalender dagen een brandstofauto tijdelijk aanbieden, zonder pseudo-eindheffing te betalen. Dat geldt dan ook voor voorloopauto’s. Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever.
Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short-)leasecontracten en voorloopauto's.
Nee, de pseudo-eindheffing geldt niet voor particuliere klanten. De pseudo-eindheffing is uitsluitend van toepassing op werkgevers die inhoudingsplichtig zijn en een niet-volledig elektrische personenauto (ICE of hybride) ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik.
Nee, die verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever die de oorspronkelijke auto ter beschikking heeft gesteld. De werkgever maakt met zijn werknemers afspraken over de pseudo-eindheffing en moet daar op toezien. Het kan dus wel zo zijn dat de klant gaat vragen om een elektrische auto als vervangend vervoer.
Voor het autobedrijf zelf heeft dit geen fiscale gevolgen. De werkgever van de persoon die in de auto rijdt dient de pseudo-eindheffing te betalen. Verwachting is daardoor wel dat zakelijke klanten in sommige gevallen een elektrische auto als vervangend vervoer, huur- of voorloopauto gaan verlangen.
Het antwoord op deze vraag blijkt niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Mogelijke terbeschikkingstelling in de zin van de pseudo-eindheffing is in beginsel aan de orde wanneer één of meer werknemers de auto’s tijdens werktijd gebruiken, ook wanneer de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Daarmee kan tevens worden aangetoond dat de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Het maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit of de auto aan één of meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld.”
Ja, in dit geval stel je als werkgever een auto (van een klant, maar dat maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit) ter beschikking aan je werknemer, die de auto mee naar huis neemt. Woon-werkverkeer is privégebruik volgens de pseudo-eindheffing en dus is er sprake van een terbeschikkingstelling mede voor privégebruik.
Het RDC is voornemens BARS geschikt te maken voor de pseudo-eindheffing.
Voor het verhuurbedrijf heeft dit geen fiscale gevolgen. De werkgever van de persoon die in de auto rijdt dient namelijk de pseudo-eindheffing te betalen. Verwachting is daardoor wel dat zakelijke klanten in sommige gevallen een elektrische auto als vervangend vervoer, huur- of voorloopauto gaan verlangen.
Er zit in de aangenomen wet geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor autoverhuurbedrijven. Dit is zeer problematisch voor de verhuursector.
Daarom heeft BOVAG, samen met 19 andere organisaties, aangedrongen op aanvullende maatregelen. Hierop is het kabinet met een nieuw voorstel gekomen waarin vervangend vervoer en tijdelijke kortdurende zakelijke inzet (verhuur) beperkt worden uitgezonderd.
In het nieuwe voorstel van het kabinet komt er een tijdelijke (tot 1 januari 2031) uitzondering voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing op:
We verwachten een uitwerking van deze voorstellen bij Prinsjesdag 2026.
Deze tegemoetkoming van het kabinet is belangrijk voor de verhuursector om in realistisch tempo te kunnen elektrificeren. Een substantieel deel van de zakelijke verhuurmarkt bestaat namelijk uit dit soort kortdurende verhuur.
Tegelijkertijd lost dit slechts een deel van de problemen op. Volgens onderzoek onder BOVAG-leden heeft een derde van de autoverhuurvestigingen een gemiddelde huurtermijn van meer dan een week.
Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week blijft de pseudo-eindheffing ook in het nieuwe voorstel wel van toepassing. Bovendien zorgt de voorwaarde dat een specifieke huurauto X slechts één keer in een kalenderjaar bij werkgever Y mag worden ingezet voor problemen: de administratie daarvan is ingewikkeld en het leidt er bovendien toe dat kleine autoverhuurbedrijven worden benadeeld ten opzichte van grote spelers. Die kleine bedrijven hebben immers een kleiner verhuurpark, bedienen vaak de lokale zakelijke markt en zijn dan al snel door hun auto’s heen die ze bij die lokale ondernemers kunnen verhuren.
BOVAG zal daarom bij Prinsjesdag pleiten voor verdergaande aanpassingen voor de verhuursector.
Ja, BOVAG heeft geopperd dat je een hardheidsclausule zou moeten hebben voor ondernemers die vanwege netcongestie hun laadinfrastructuur nu niet kunnen uitbreiden.
De overheid heeft daar niet in mee willen gaan, met een tweeledige argumentatie:
Tegelijkertijd heeft de overheid wel oog gekregen voor de praktische en financiële problemen voor de autoverhuursector met de pseudo-eindheffing. Om die reden heeft het kabinet nu voorgesteld om korte zakelijke verhuur (maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen) tot 2031 uit te zonderen. Dit is iets van een tegemoetkoming hierin omdat het ervoor zorgt dat de sector niet direct volledig hoeft te elektrificeren.
Nee, van jou als verhuurder kan en wordt niet verwacht dat jij dit administreert. Die verantwoordelijkheid ligt formeel bij de werkgever, jouw klant.
Wel kan je jouw klant helpen door op de factuur vast te leggen welke dagen het voertuig is ingezet, wat het kenteken is en welke aandrijflijn het voertuig heeft en wat de catalogusprijs is. Waarschijnlijk voorziet jouw dealer- of verhuurmanagementsysteem hier al in.
Ja, ook op in het buitenland door de werkgever ter beschikking gestelde een fossiele personenauto's (mede voor privégebruik) is de pseudo-eindheffing van toepassing.
Er zit in de aangenomen wet op dit moment geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor rijscholen dus als dit voertuig ook wordt gebruikt voor privégebruik (incl. woon-werkverkeer), dan ja.
Het kabinet ziet echter inmiddels ook in dat dit voor rijscholen -die afhankelijk zijn van brandstofauto’s voor hun lessen voor een volwaardig rijbewijs- onredelijk en niet logisch zou zijn. Daarom heeft het kabinet een nieuw voorstel gedaan voor een specifieke vrijstelling voor lesauto's die nodig zijn voor het halen van een volledig rijbewijs B.
BOVAG is positief over de toezegging dat lesauto's zullen worden vrijgesteld. Zij zouden met de pseudo-eindheffing immers worden opgezadeld met een zware en nodeloze administratieve last. Lesauto's kunnen immers niet massaal elektrificeren omdat de leerling moet leren om te schakelen.
Het is nog niet duidelijk of deze vrijstelling alleen geldt voor lesauto’s met een handgeschakelde versnellingsbak of voor álle lesauto’s. Dit is een van de vragen die BOVAG heeft gesteld aan de Belastingdienst.
Ja en nee. Alleen stimuleren van elektrische auto’s zou te duur zijn geworden, daarvoor rijden er inmiddels te veel van rond. Een andere mogelijkheid, het verbieden van brandstofauto’s van de zaak, ligt juridisch ingewikkeld. Dus heeft men gekozen voor het sterk beprijzen van brandstofauto’s, waardoor het de facto voor bedrijven bijna niet meer te doen is om een nieuwe brandstofauto ter beschikking te stellen aan een werknemer.
Zeer zeker niet, de pseudo-eindheffing is een door de overheid opgestelde maatregel. En in feite de Nederlandse uitwerking van de Europese vlootnormeringsregels, die er hoe dan ook komen. BOVAG heeft zich ingezet om de pseudo-eindheffing niet per 2027 in te voeren, maar juist te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.
BOVAG heeft zich in eerste instantie ingezet om de pseudo-eindheffing niet in te voeren tot we meer weten over hoe de Europese vlootnormering uit zou pakken. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.
Na het aannemen van de wet, heeft BOVAG zich vervolgens vol ingezet voor het bewerkstelligen van de voor onze sector benodigde uitzonderingen.
Zo heeft BOVAG in maart 2026, samen met 19 andere werkgeversorganisaties, een brandbrief gestuurd naar de Tweede Kamer om te wijzen op een aantal zeer onwenselijke effecten van deze heffing. Die brandbrief heeft geleid tot concrete actie in de Tweede Kamer rondom de pseudo-eindheffing.
Kamerleden Inge van Dijk (CDA) en Wendy van Eijk-Nagel (VVD) dienden een motie in waarin zij aangeven welke onwenselijke effecten de pseudo-eindheffing heeft voor werkgevers in het algemeen, en autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het bijzonder en verzochten het kabinet in gesprek te gaan met de sector.
Naar aanleiding daarvan is BOVAG opnieuw in gesprek gegaan met de betrokken ministeries, wat ertoe heeft geleid dat het kabinet op belangrijke punten een nieuw voorstel heeft gedaan:
Positief is dat de problematiek voor autorijscholen daarmee lijkt te zijn opgelost. De voorstellen van het kabinet zullen er ook toe leiden dat de pseudo-eindheffing minder vaak van toepassing is bij vervangend vervoer en andere huurauto’s. Maar dat dreigt wel gepaard te gaan met weer nieuwe administratieve belemmeringen en verplichtingen. Bovendien komt er tot ongenoegen van BOVAG komt nog steeds geen vrijstelling voor dealerdemo's.
De aangekondigde aanpassingen worden uitgewerkt in het Belastingplan 2027 dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd. BOVAG zal dit najaar opnieuw aandringen dat de pseudo-eindheffing werkbaarder wordt gemaakt voor de automotive sector.
Ja, BOVAG heeft geopperd dat je een hardheidsclausule zou moeten hebben voor ondernemers die vanwege netcongestie hun laadinfrastructuur nu niet kunnen uitbreiden.
De overheid heeft daar niet in mee willen gaan, met een tweeledige argumentatie:
Tegelijkertijd heeft de overheid wel oog gekregen voor de praktische en financiële problemen voor de autoverhuursector met de pseudo-eindheffing. Om die reden heeft het kabinet nu voorgesteld om korte zakelijke verhuur (maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen) en vervangend vervoer tot 2031 uit te zonderen. We verwachten een uitwerking van dit voorstel bij Prinsjesdag 2026.