De pagina wordt geladen...

Bovag logo
Veelgestelde vragen over de pseudo-eindheffing
0%

Pseudo-eindheffing

Laatste update 01 juli 2026Leestijd: 4 min

01Veelgestelde vragen

De pseudo-eindheffing is een nieuwe fiscale maatregel die werkgevers vanaf 2027 een extra belasting oplegt wanneer zij een brandstofauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan werknemers. Met deze regeling wil de overheid elektrisch rijden stimuleren. De pseudo-eindheffing is feitelijk de Nederlandse uitwerking van de Europese vlootnormeringsregels. 

De praktische uitwerking van deze maatregel zou bij werkgevers en de automotive sector vrijwel onuitvoerbaar worden. BOVAG heeft dit met 19 andere organisaties bij de politiek aangekaart. Hierop is het kabinet in juni ’26 met een aangepast voorstel gekomen. In dit dossier lees je wat de pseudo-eindheffing inhoudt, waar die aangepaste voorstellen over gaan en wat het standpunt van BOVAG is. 

Onderaan de pagina vind je de antwoorden op de meest gestelde vragen.

Wat is de Pseudo-eindheffing?

De pseudo-eindheffing is een belastingboete voor werkgevers die een niet-emissieloze personenauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan een werknemer. Ook woon-werkverkeer wordt in dit verband als privégebruik gezien. Deze heffing mag niet doorberekend worden aan de werknemer.

De heffing wordt afgedragen via de loonbelasting en bedraagt twaalf procent van de catalogusprijs. Het tijdvak waarvoor de pseudo-eindheffing wordt betaald is een maand.

Rekenvoorbeeld
Voor een auto met een catalogusprijs van € 50.000,- komt de pseudo-heffing neer op € 500,- per maand.

De pseudo-eindheffing gaat per 1 januari 2027 in voor nieuwe terbeschikkingstellingen. Lopende terbeschikkingstellingen worden ontzien tot en met 1 januari 2031 (uitgaande van het overgangsrecht volgens het nieuwe voorstel van het kabinet).

Met de pseudo-eindheffing wil de overheid elektrisch rijden stimuleren. Het kabinet geeft met de pseudo-eindheffing ook invulling aan de Europese zakelijke vlootnormering, die komende jaren voor alle Europese lidstaten gaat gelden. De maatregel was onderdeel van de Prinsjesdagplannen van 2025. De Tweede Kamer heeft in november 2025 ingestemd met de het Belastingplan en daarmee ook de pseudo-eindheffing.

Standpunt BOVAG over de pseudo-eindheffing

Nieuwsberichten over de pseudo-eindheffing

Welke aanpassingen stelt het kabinet voor?

BOVAG heeft met 19 andere organisaties bij de politiek aangekaart dat de pseudo-eindheffing zoals origineel voorgesteld vrijwel onuitvoerbaar zou worden voor werkgevers en de automotive sector. Hierop is het kabinet in juni '26 met een aangepast voorstel gekomen.

De aanpassingen:

  • Een verlenging van het overgangsrecht voor lopende terbeschikkingstellingen tot 1 januari 2031 (was 16 september 2030)
  • Een algehele vrijstelling voor lesauto's die nodig zijn voor een volwaardig rijbewijs B (inclusief schakelen)
  • Een uitzondering voor vervangend vervoer voor reparatie, onderhoud, schade of bandenwissel voor maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen

Een tijdelijke vrijstelling voor incidentele/tijdelijke zakelijke ter beschikking stellingen voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalenderdagen (per jaar, per kenteken, per werkgever). Deze vrijstelling vervalt per 1 januari 2031.

Veelgestelde vragen

De veelgestelde vragen in dit dossier zijn op 1 juli 2026 geactualiseerd.

Algemene vragen

De pseudo-eindheffing is een extra belasting van 12 procent van de catalogusnieuwwaarde van de personenauto (inclusief btw en bpm) voor werkgevers die een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak ter beschikking stellen aan een werknemer voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).

De pseudo-eindheffing gaat op 1 januari 2027 in voor nieuwe terbeschikkingstellingen.

De belasting geldt voor alle werkgevers die fossiele/hybride personenauto’s ter beschikking stellen aan hun medewerkers mede voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).

  • Een elektrische of waterstof aangedreven auto ter beschikking stellen.
  • Het voertuig alleen voor zakelijk gebruik beschikbaar stellen.
  • Afzien van een auto van de zaak en gebruik maken van een mobiliteitsbudget.

Dit is nog steeds onduidelijk. BOVAG is hierover in gesprek met de Belastingdienst.

De regeling geldt niet voor zzp’ers.

Voor eenmanszaken geldt de regeling niet voor de eigenaar (IB-ondernemer) zélf, maar wel voor eventuele werknemers waarvoor immers loonbelasting wordt afgedragen.

Ja, er is een overgangsregeling. Auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld aan een medewerker zijn volgens de laatste plannen van het kabinet tot 1 januari 2031 vrijgesteld van de pseudo-eindheffing.

Let op: het gaat hierbij om het moment van ter beschikking stellen door een werkgever aan een werknemer. Wanneer de auto op naam is komen te staan of van eigenaar wisselt maakt dus niet uit.

Nee, als de werkgever de personenauto voor 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld aan een medewerker kan hij dit tot 1 januari 2031 ook aan andere medewerkers doen zonder hiervoor pseudo-eindheffing verschuldigd te zijn. Er mogen ook periodes zijn dat de auto niet ter beschikking staat.

Nee, de pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s (M1), dus niet voor motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s etc. die een werkgever mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn werknemers.

Ja, de regeling geldt zowel voor nieuwe als gebruikte voertuigen wanneer zij vallen onder de categorie M1.

Ja, grijs kenteken (N1) valt buiten deze regeling. De regeling geldt alleen voor niet volledig elektrische of waterstofpersonenauto’s binnen de categorie M1. Met andere woorden: een grijs-kentekenvoertuig kan een oplossing zijn wanneer een klant hiermee instemt. Dit als alternatief voor een niet volledig elektrische of waterstofpersonenauto wanneer de klant geen pseudo-eindheffing wenst te voldoen.

Ja, ook op in het buitenland door de werkgever ter beschikking gestelde een fossiele personenauto's (mede voor privégebruik) is de pseudo-eindheffing van toepassing.

Het RDC is voornemens BARS geschikt te maken voor de pseudo-eindheffing.

Nee dat maakt niet uit. De pseudo-eindheffing geldt per brandstof voertuig dat ter beschikking is gesteld voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer), ongeacht hoeveel mensen daarin rijden.

Nee, na overdracht van de auto aan een andere werkgever ontstaat er een nieuwe terbeschikkingstelling (maatgevend hiervoor is het loonheffingennummer) en vervalt dus de overgangsregeling. Dit geldt ook binnen een concern als er sprake is van verschillende loonheffingennummers. Situaties van fusie en overname zijn hierop een uitzondering.

In de situatie dat een werknemer vanwege een fusie of overname van werkgever wisselt, blijft het overgangsrecht van toepassing. De nieuwe werkgever treedt als het ware in de plaats van de oude werkgever.

Vragen over privégebruik

Het klassieke privégebruik zoals een ritje naar de supermarkt, sportschool, familie, vrienden etc. maar daarnaast wordt voor de pseudo-eindheffing ook woon-werkverkeer als privégebruik gezien. Dit is anders dan hoe het in de bijtelling voor de werknemer in de loonbelasting werkt.

Woon-werkverkeer is reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek. Het reizen van woonplaats naast steeds wisselende werkplekken wordt niet gezien als woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de hiker bij autoverhuurbedrijven.

Bij het reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek is sprake van woon-werkverkeer. Bij het steeds wisselen van werkplek is geen sprake van woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de hiker bij autoverhuurbedrijven.

Ja, ook woon-werkverkeer telt voor de pseudo-eindheffing namelijk als privégebruik.

Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Let op, voor de pseudo-eindheffing is elke kilometer privégebruik al voldoende om de pseudo-eindheffing toe te moeten passen en geldt woon-werkverkeer ook als privégebruik.

De werkgever is verantwoordelijk voor een deugdelijke administratie waaruit blijkt dat er geen privégebruik heeft plaatsgevonden door de werknemer. De bewijslast om aan te tonen dat een werkgever dat niet goed zou hebben gedaan, ligt bij de belastinginspecteur.

Ja. De werkgever is de pseudo-eindheffing per fossiele auto één keer verschuldigd, voor elke kalendermaand waarin de auto aan een (of meerdere) werknemer(s) ter beschikking wordt gesteld. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. De enkele vaststelling dat de auto nooit mee naar huis wordt genomen is niet voldoende om de pseudo-eindheffing te vermijden. Gedurende de werkdag moet eveneens vastgesteld kunnen worden dat de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt. Dit kan worden aangetoond met een sluitende rittenregistratie.

Vragen over de betaling van de pseudo-eindheffing

Als werkgever kan je kiezen om deze maandelijks af te dragen met de loonheffing of jaarlijks achteraf. Uiterlijk het tweede tijdvak volgend op het jaar waarover pseudo-eindheffing wordt betaald.

De periode waarover pseudo-eindheffing moet worden betaald is een maand. Dus wanneer in die maand de auto - ook al is het maar voor korte tijd - mede voor privégebruik ter beschikking is gesteld geldt de pseudo-eindheffing.

De pseudo-eindheffing over 2027 moet in de aangifte loonheffing over het tweede tijdvak in 2028 worden aangegeven. De pseudo-eindheffing over 2028 moet uiterlijk in het tweede tijdvak van 2029 worden aangegeven, maar mag in 2028 ook maandelijks worden aangegeven.

Nee, de pseudo-eindheffing is een belasting die door de werkgever betaald moet worden. Het is niet toegestaan om deze kosten te verrekenen met de werknemer of van de werknemer een hogere eigen bijdrage voor de leaseauto te vragen. Het is namelijk de bedoeling de werkgever te stimuleren alleen nog elektrische of waterstof aangedreven auto’s ter beschikking te stellen aan hun medewerkers.

De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ergens in een maand ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er dus niet toe hoe lang de ter beschikkingstelling is. Dus ook voor een dag moet voor de hele maand pseudo-eindheffing worden betaald.

Vragen over vervangend en tijdelijk vervoer en voorloopauto's

Er is geen specifieke vrijstelling of uitzondering voor voorloopauto's, dus in principe wel.

In het nieuwe voorstel van het kabinet kunnen werkgevers wel tot 1 januari 2031 elk kalenderjaar voor één periode van maximaal 7 aaneengesloten kalender dagen een brandstofauto tijdelijk aanbieden, zonder pseudo-eindheffing te betalen. Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever.

Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing wel van toepassing blijven. Hieronder vallen vrijwel alle (short-)leasecontracten en voorloopauto's.

Volgens de wet die eind vorig jaar is aangenomen wel. Dit zou de uitvoering echter onwerkbaar maken. Daarom is het kabinet, op aandringen van BOVAG en 19 andere organisaties, met een nieuw voorstel gekomen waarin tijdelijk vervangend vervoer beperkt wordt uitgezonderd.

In het nieuwe voorstel geldt voor tijdelijk vervangend vervoer van een ‘vaste’ auto (brandstof of elektrisch) vanwege schade, reparatie, onderhoud of bandenwissel geldt een uitzondering voor een periode van maximaal 14 aaneengesloten kalenderdagen.

Ná die 14 dagen geldt voor brandstofauto’s ingezet als vervangend vervoer dat de werkgever pseudo-eindheffing moet gaan betalen, mits de auto ook wordt gebruikt voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).

De pseudo-eindheffing geldt voor auto’s die worden meegegeven aan medewerkers van een voor de loonbelasting inhoudingsplichtige werkgever.

Daarnaast ligt het er in het nieuwe voorstel van het kabinet aan hoelang de auto wordt ingezet:

  • Voor vervangend vervoer van een vast voertuig geldt in het nieuwe voorstel een gerichte uitzondering waarbij een vervangende auto maximaal veertien aaneengesloten kalenderdagen ingezet mogen worden zonder onder de pseudo-eindheffing te vallen, ook als het een brandstofauto is. Wordt de auto langer ingezet? Dan is de klant pseudo-eindheffing verschuldigd.
  • Voor alle andere korte zakelijke inzet geldt in het nieuwe voorstel tot 2031 een uitzondering van maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen. Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever. Wordt de auto langer ingezet? Dan is de klant pseudo-eindheffing verschuldigd.

Nee, particuliere klanten vallen niet onder deze regeling. De pseudo-eindheffing is uitsluitend van toepassing op werkgevers die inhoudingsplichtig zijn en een niet-volledig elektrische personenauto (ICE of hybride) ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik.

Nee, die verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever die de oorspronkelijke auto ter beschikking stelt. De werkgever maakt met zijn werknemers afspraken over de pseudo-eindheffing en moet daar op toezien. Het kan dus wel zo zijn dat de klant gaat vragen om een elektrische auto als vervangend vervoer als de reparatie langer dan 14 dagen gaat duren.

Vragen over autobedrijven

Voor het autobedrijf zelf heeft dit geen fiscale gevolgen. De werkgever van de persoon die in de auto rijdt dient de pseudo-eindheffing te betalen. Verwachting is daardoor wel dat zakelijke klanten in sommige gevallen een elektrische auto als vervangend vervoer, huur- of voorloopauto gaan verlangen.

Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:

“Mogelijke terbeschikkingstelling in de zin van de pseudo-eindheffing is in beginsel aan de orde wanneer één of meer werknemers de auto’s tijdens werktijd gebruiken, ook wanneer de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Daarmee kan tevens worden aangetoond dat de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Het maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit of de auto aan één of meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld.”

Ja, een werkgever hoeft geen eigenaar van een voertuig te zijn om deze ter beschikking te stellen aan zijn werknemer. In dit geval stelt de werkgever een auto van een klant ter beschikking aan de werknemer. De werknemer neemt de auto mee naar huis. Woon-werkverkeer is privégebruik volgens de pseudo-eindheffing. Er is dus een terbeschikkingstelling mede voor privégebruik.

Vragen over de verhuursector

Voor het verhuurbedrijf heeft dit geen fiscale gevolgen. De werkgever van de persoon die in de auto rijdt dient namelijk de pseudo-eindheffing te betalen. Verwachting is daardoor wel dat zakelijke klanten in sommige gevallen een elektrische auto als vervangend vervoer, huur- of voorloopauto gaan verlangen.

In het nieuwe voorstel van het kabinet komt er een tijdelijke (tot 1 januari 2031) uitzondering voor het moeten betalen van de pseudo-eindheffing op terbeschikkingstelling van maximaal één week (zeven kalenderdagen aaneengesloten). Dit mag maximaal één keer per jaar per auto (kenteken) per werkgever.

Deze tegemoetkoming van het kabinet is belangrijk voor de verhuursector om in realistisch tempo te kunnen elektrificeren. Een substantieel deel van de zakelijke verhuurmarkt bestaat namelijk uit dit soort kortdurende verhuur. Volgens onderzoek onder BOVAG-leden heeft tweederde van de autoverhuurvestigingen een gemiddelde huurtermijn van maximaal een week. 

Bij terbeschikkingstellingen langer dan een week zal de pseudo-eindheffing vanaf 1 januari aanstaande wel van toepassing blijven. Bij een ruimhartiger uitzondering vreest de overheid dat de prikkel te groot wordt om met voortdurend wisselende kortdurende terbeschikkingstellingen de pseudo-eindheffing te ontduiken.

Ja, BOVAG heeft geopperd dat je een hardheidsclausule zou moeten hebben voor ondernemers die vanwege netcongestie hun laadinfrastructuur nu niet kunnen uitbreiden.

De overheid heeft daar niet in mee willen gaan, met een tweeledige argumentatie:

  • In algemene zin is de laadinfrastructuur voor elektrische personenauto’s erg goed. Er zijn veel laadpunten, die ook vrijwel allemaal voldoende stroom leveren.
  • Het is niet nodig om elektrische auto’s als auto- of verhuurbedrijf op eigen terrein op te laden. Bij brandstofauto’s is de norm dat de klant deze (vrijwel) volgetankt inlevert, voor elektrische huurauto’s zou iets vergelijkbaars kunnen gaan gelden.

Tegelijkertijd heeft de overheid wel oog gekregen voor de praktische en financiële problemen voor de autoverhuursector met de pseudo-eindheffing. Om die reden heeft het kabinet nu voorgesteld om korte zakelijke verhuur (maximaal zeven aaneengesloten kalenderdagen) tot 2031 uit te zonderen. Dit is iets van een tegemoetkoming hierin omdat het ervoor zorgt dat de sector niet direct volledig hoeft te elektrificeren.

Nee, van jou als verhuurder kan en wordt niet verwacht dat jij dit administreert. Die verantwoordelijkheid ligt bij de werkgever, jouw klant.

Wel kan je jouw klant helpen door op de factuur vast te leggen welke dagen het voertuig is ingezet, wat het kenteken is en welke aandrijflijn het voertuig heeft. Waarschijnlijk voorziet jouw dealer- of verhuurmanagementsysteem hier al in.

Vragen over rijscholen

In het nieuwe voorstel van het kabinet zit een specifieke vrijstelling voor lesauto's die nodig zijn voor het halen van een volledig rijbewijs B.

BOVAG is zeer opgelucht over de toezegging dat lesauto's zullen worden vrijgesteld. Zij zouden met de pseudo-eindheffing immers worden opgezadeld met een zware en nodeloze administratieve last. Lesauto's kunnen immers niet massaal elektrificeren omdat de leerling moet leren om te schakelen.

Het is nog niet duidelijk of deze vrijstelling alleen geldt voor lesauto’s met een handgeschakelde versnellingsbak of voor álle lesauto’s. Dit is een van de vragen die BOVAG heeft gesteld aan de Belastingdienst.

Vragen over rol BOVAG

Ja en nee. Alleen stimuleren van elektrische auto’s zou te duur zijn geworden, daarvoor rijden er inmiddels te veel van rond. Een andere mogelijkheid, het verbieden van brandstofauto’s van de zaak, ligt juridisch ingewikkeld. Dus heeft men gekozen voor het sterk beprijzen van brandstofauto’s, waardoor het de facto voor bedrijven bijna niet meer te doen is om een nieuwe brandstofauto ter beschikking te stellen aan een werknemer.

Nee, de pseudo-eindheffing is een door de overheid opgestelde maatregel. En in feite de Nederlandse uitwerking van de Europese vlootnormeringsregels, die er hoe dan ook komen. BOVAG heeft zich ingezet om de pseudo-eindheffing niet per 2027 in te voeren, maar juist te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.

BOVAG heeft zich in eerste instantie ingezet om de pseudo-eindheffing niet per 2027 in te voeren, maar eerst af te wachten hoe de Europese vlootnormering uit zou pakken en dat dan te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.

Na het aannemen van de wet, heeft BOVAG zich vervolgens vol ingezet voor het regelen van de voor onze sector benodigde uitzonderingen.

In maart 2026 heeft BOVAG, samen met 19 andere werkgeversorganisaties, een brandbrief gestuurd naar de Tweede Kamer om te wijzen op een aantal zeer onwenselijke effecten van deze heffing. Die brandbrief heeft geleid tot concrete actie in de Tweede Kamer rondom de pseudo-eindheffing.

Kamerleden Inge van Dijk (CDA) en Wendy van Eijk-Nagel (VVD) dienden een motie in waarin zij aangeven welke onwenselijke effecten de pseudo-eindheffing heeft voor werkgevers in het algemeen, en autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het bijzonder en verzochten het kabinet in gesprek te gaan met de sector.

Naar aanleiding daarvan is BOVAG opnieuw in gesprek gegaan met de betrokken ministeries, wat ertoe heeft geleid dat het kabinet hun voorstel voor de uitwerking van de pseudo-eindheffing op belangrijke punten heeft aangepast:

  • Een verlenging van de overgangsregeling tot 1 januari 2031
  • Een uitzondering voor vervangend vervoer van max. 14 dagen
  • Een vrijstelling voor zakelijke ter beschikking stelling die max. 7 dagen duurt
  • Een algehele vrijstelling voor lesauto's

Ja, BOVAG heeft geopperd dat je een hardheidsclausule zou moeten hebben voor ondernemers die vanwege netcongestie hun laadinfrastructuur nu niet kunnen uitbreiden.

De overheid heeft daar niet in mee willen gaan, met een tweeledige argumentatie:

  • In algemene zin is de laadinfrastructuur voor elektrische personenauto’s erg goed. Er zijn veel laadpunten, die ook vrijwel allemaal voldoende stroom leveren.
  • Het is niet nodig om elektrische auto’s als auto- of verhuurbedrijf op eigen terrein op te laden. Bij brandstofauto’s is de norm dat de klant deze (vrijwel) volgetankt inlevert, voor elektrische huurauto’s zou iets vergelijkbaars kunnen gaan gelden.

Verder lezen?

Door gebruik te maken van onze website geef je toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.