De pagina wordt geladen...
De pseudo-eindheffing is een nieuwe fiscale maatregel die werkgevers vanaf 2027 een extra belasting oplegt wanneer zij een brandstofauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan werknemers. Met deze regeling wil de overheid elektrisch rijden stimuleren. De pseudo-eindheffing is feitelijk de Nederlandse uitwerking van de Europese vlootnormeringsregels. In dit dossier lees je wat de pseudo-eindheffing inhoudt en wat het standpunt van BOVAG is.
Onderaan de pagina vind je de antwoorden op de meestgestelde vragen.
De pseudo-eindheffing is een belastingboete voor werkgevers die een niet-emissieloze personenauto ook voor privégebruik ter beschikking stellen aan een werknemer, waarbij woon-werkverkeer in dit verband ook als privégebruik wordt gezien. Deze heffing mag niet doorberekend worden aan de werknemer. De regeling geldt ook voor vervangend vervoer of een voorloopauto die niet emissieloos is. De heffing wordt afgedragen via de loonbelasting en bedraagt twaalf procent van de catalogusprijs. Het tijdvak waarvoor de pseudo-eindheffing wordt betaald is een maand.
Rekenvoorbeeld
Voor een auto met een catalogusprijs van € 50.000,- komt de pseudo-heffing neer op € 500,- per maand.
De pseudo-eindheffing gaat per 1 januari 2027 in voor nieuwe terbeschikkingstellingen. Lopende terbeschikkingstellingen worden ontzien tot en met 16 september 2030 (overgangsrecht).
Met de pseudo-eindheffing wil de overheid elektrisch rijden stimuleren. Het kabinet geeft met de pseudo-eindheffing ook invulling aan de Europese zakelijke vlootnormering, die komende jaren voor alle Europese lidstaten gaat gelden. De maatregel was onderdeel van de Prinsjesdagplannen van 2025. De Tweede Kamer heeft in november 2025 ingestemd met de het Belastingplan en daarmee ook de pseudo-eindheffing.
De veelgestelde vragen in dit dossier zijn op 24 april 2026 geactualiseerd naar aanleiding van antwoorden die wij van de Belastingdienst hebben ontvangen. BOVAG was zeer teleurgesteld over deze antwoorden en heeft daarom bij de politiek aangedrongen op aanpassing van de wet. De staatssecretaris van Financiën zal met de sector gaan overleggen over oplossingsrichtingen en hier de Tweede Kamer uiterlijk 1 juni 2026 verslag van doen.
De pseudo-eindheffing is een extra belasting van 12 procent van de catalogusnieuwwaarde van de personenauto (inclusief btw en bpm) voor werkgevers die een benzine-, diesel- of hybride auto van de zaak ter beschikking stellen aan een werknemer ook voor privégebruik (inclusief woon-werkverkeer).
Nee, de pseudo-eindheffing is een door de overheid opgelegde maatregel. En in feite de Nederlandse uitwerking van de Europese vlootnormeringsregels, die er hoe dan ook komen. BOVAG vindt de regeling weinig doelmatig, omdat het veel gedoe koppelt aan een gering klimaateffect. BOVAG heeft zich ingezet om de pseudo-eindheffing niet nu in te voeren, maar juist te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.
Ja en nee. Alleen stimuleren van elektrische auto’s zou te duur zijn geworden, daarvoor rijden er inmiddels te veel van rond. Een andere mogelijkheid, het verbieden van brandstofauto’s van de zaak, ligt juridisch ingewikkeld. Dus heeft men gekozen voor het sterk beprijzen van brandstofauto’s, waardoor het de facto voor bedrijven bijna niet meer te doen is om een nieuwe brandstofauto ter beschikking te stellen aan een werknemer. Wat BOVAG hier in het bijzonder bezwaarlijk aan vindt, is dat er geen ‘flankerend beleid’ is om dit ook voor de werkgever en voor de tweedehands markt (waar al die extra zakelijke EV’s uiteindelijk terecht gaan komen) aantrekkelijk te maken. Er is nu wel een duidelijke ‘stok’, maar de wortel ontbreekt.
BOVAG heeft zich ingezet om de pseudo-eindheffing niet nu in te voeren, maar eerst af te wachten hoe de Europese vlootnormering uit zou pakken en dat dan te betrekken bij de hervorming van de autobelastingen. Helaas was er voor het schrappen of uitstellen van de pseudo-eindheffing geen meerderheid in de Tweede Kamer.
Verder zijn er gesprekken geweest met de ministeries en met politici om deze strafmaatregel voor brandstofauto’s te verzachten met maatregelen om elektrische auto’s voor de zakelijke en tweedehands markt aantrekkelijker te maken (‘flankerend beleid’). Hoewel daar niet alle wensen zijn vervuld, is er met behulp van de Tweede Kamer in het najaar van 2025 wel een geleidelijker afbouw afgedwongen van de verlaagde bijtelling voor EV’s. Ook is het overgangsrecht onder druk van de sector opgerekt van 1 januari 2029 naar 17 september 2030 – belangrijk voor de lopende contracten.
In maart 2026 heeft BOVAG, samen met 19 andere werkgeversorganisaties, een brandbrief gestuurd naar de Tweede Kamer om te wijzen op een aantal zeer onwenselijke effecten van deze heffing. Die brandbrief heeft geleid tot concrete actie in de Tweede Kamer rondom de pseudo-eindheffing.
Kamerleden Inge van Dijk (CDA) en Wendy van Eijk-Nagel (VVD) dienden een motie in waarin zij aangeven welke onwenselijke effecten de pseudo-eindheffing heeft voor werkgevers in het algemeen, en autoverhuurbedrijven, schadeherstelbedrijven en rijscholen in het bijzonder. Zo worden de problemen met vervangend vervoer en de onhaalbare elektrificatie bij schadeherstel- en autoverhuurbedrijven benoemd. Ook hebben ze oog voor de administratieve lasten bij rijscholen.
CDA en VVD verzoeken de regering expliciet om in gesprek te gaan met de sector, om samen te werken aan oplossingsrichtingen en hierover uiterlijk 1 juni 2026 te rapporteren aan de Tweede Kamer. Hiermee hoopt BOVAG voor 1 juni 2026 duidelijkheid te hebben voor de sector en werkgevers.
De pseudo-eindheffing gaat op 1 januari 2027 in voor nieuwe terbeschikkingstellingen.
Ja, er is een overgangsregeling. Auto’s die voor 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld zijn vrijgesteld tot 17 september 2030.
Nee, na overdracht van de auto aan een andere werkgever ontstaat er een nieuwe terbeschikkingstelling en vervalt dus de overgangsregeling.
Voor de pseudo eindheffing valt het woon-werkverkeer ook onder privégebruik. Dit in tegenstelling tot de bijtelling voor de werknemer in de loonbelasting.
Bij het reizen van de woonplaats naar de vaste werkplek is sprake van woon-werkverkeer. Bij het steeds wisselen van werkplek is geen sprake van woon-werkverkeer. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor de rij-instructeur die rechtstreeks van of naar de leerling rijdt, of de hiker bij autoverhuurbedrijven.
De belasting geldt voor alle werkgevers (inclusief BV’s met DGA) die fossiele /hybride personenauto’s ter beschikking stellen aan hun medewerkers mede voor privégebruik.
Nee, de regeling geldt niet voor ondernemers die winstbelasting betalen via de inkomstenbelasting (IB-ondernemers) zoals zzp'ers en eenmanszaken.
Nee, de pseudo-eindheffing is een belasting die door de werkgever betaald moet worden. Het is niet toegestaan om deze kosten te verrekenen met de werknemer of van de werknemer een hogere eigen bijdrage voor de leaseauto te vragen. Het is namelijk de bedoeling de werkgever te stimuleren alleen nog elektrische of waterstof aangedreven auto’s ter beschikking te stellen aan hun medewerkers.
De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er niet toe aan welke of hoeveel werknemers. Er wordt éénmaal pseudo-eindheffing betaald.
De pseudo-eindheffing geldt wanneer een personenauto mede voor privégebruik (waaronder woon-werkverkeer) ergens in een maand ter beschikking wordt gesteld aan een werknemer. Het doet er dus niet toe hoe lang de ter beschikkingstelling is. Dus ook voor een dag moet voor de hele maand pseudo-eindheffing worden betaald.
De periode waarover pseudo-eindheffing moet worden betaald is een maand. Dus wanneer in die maand de auto - ook al is het maar voor korte tijd - mede voor privégebruik ter beschikking is gesteld geldt de pseudo-eindheffing.
De pseudo-eindheffing over 2027 moet in de aangifte loonheffing over het tweede tijdvak in 2028 worden aangegeven. De pseudo-eindheffing over 2028 moet uiterlijk in het tweede tijdvak van 2029 worden aangegeven, maar mag in 2028 ook maandelijks worden aangegeven.
Nee, de pseudo-eindheffing geldt alleen voor personenauto’s (M1), dus niet voor motorfietsen, bestelauto’s, vrachtauto’s etc. die een werkgever mede voor privédoeleinden ter beschikking stelt aan zijn werknemers.
Als het een elektrische of waterstof auto is, als het geen personenauto (M1) is en als er geen privégebruik (inclusief woon-werkverkeer) is.
De werkgever kan een elektrische of waterstof aangedreven auto ter beschikking stellen. De werkgever kan ook afzien van het ter beschikking stellen van een auto van de zaak en gebruik maken van een mobiliteitsbudget. De werknemer kan ervoor kiezen een auto privé te rijden en zakelijke kilometers €0,23 belastingvrij te declareren bij de werkgever.
Nee, als het mobiliteitsbudget wordt gebruikt om de auto van de zaak te financieren, wordt dit gelijk gesteld met het mede voor privégebruik ter beschikking stellen van een auto van de zaak en is pseudo-eindheffing (en bijtelling) verschuldigd.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Wanneer een werkgever ervoor kiest om een fossiele brandstofauto ter beschikking te stellen aan een werknemer, dan is de pseudo-eindheffing van toepassing. Het belastbare feit voor de pseudo-eindheffing wordt bij het kortstondig ter beschikking stellen van een fossiele brandstofauto niet anders.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Let op, voor de pseudo-eindheffing is elke kilometer privégebruik al voldoende om de pseudo-eindheffing toe te moeten passen en geldt woon-werkverkeer ook als privégebruik.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Mogelijke terbeschikkingstelling in de zin van de pseudo-eindheffing is in beginsel aan de orde wanneer één of meer werknemers de auto’s tijdens werktijd gebruiken, ook wanneer de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. Dit kan aangetoond worden met behulp van een sluitende rittenregistratie en aantoonbare toezichtsactiviteiten op enkel zakelijk gebruik van de auto. Daarmee kan tevens worden aangetoond dat de auto’s aan het einde van de dag niet mee naar huis gaan. Het maakt voor de pseudo-eindheffing niet uit of de auto aan één of meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Ja, wanneer de werkgever tijdelijk een fossiele brandstofauto aan de werknemer ter beschikking stelt, is de pseudo-eindheffing van toepassing. Dit is voor een voorloopauto niet anders.”
BOVAG is teleurgesteld over dit antwoord. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat verwoord.
BOVAG gaat verder in gesprek met het Ministerie van Financiën en de Belastingdienst. Doel van de gesprekken is te komen tot een duidelijke en werkbare situatie in de mobiliteitsbranche.
Het antwoord op deze vraag bleek niet duidelijk uit de wetstekst of de memorie van toelichting. BOVAG heeft de vraag daarom voorgelegd aan de Belastingdienst. We hebben daarop het volgende antwoord ontvangen:
“Ja. De werkgever is de pseudo-eindheffing per fossiele auto één keer verschuldigd, voor elke kalendermaand waarin de auto aan een (of meerdere) werknemer(s) ter beschikking wordt gesteld. Zakelijke kilometers (althans auto’s die uitsluitend voor zakelijke kilometers worden gereden) die in het kader van de bedrijfsvoering niet kunnen worden vermeden, worden uitsluitend ontzien ingeval de ter beschikking gestelde personenauto uitsluitend voor zakelijke kilometers ter beschikking is gesteld en dus helemaal niet kan en mag worden gebruikt voor privédoeleinden. De enkele vaststelling dat de auto nooit mee naar huis wordt genomen is niet voldoende om de pseudo-eindheffing te vermijden. Gedurende de werkdag moet eveneens vastgesteld kunnen worden dat de auto niet voor privédoeleinden wordt gebruikt. Dit kan worden aangetoond met een sluitende rittenregistratie.”
BOVAG is zeer teleurgesteld en voorziet grote uitvoeringsproblemen en -risico’s voor werkgevers. Wij beraden ons dan ook op vervolgstappen. Tot nader order is het echter wel zo dat de Belastingdienst de pseudo-eindheffing zal uitleggen en hanteren zoals in dit antwoord staat.
BOVAG heeft dit verzoek gedaan aan de Belastingdienst en het ministerie van Financiën. Het antwoord:
“Binnen de huidige wettelijke kaders is geen uitleg mogelijk die leidt tot een overgangstermijn voor verhuur. De pseudo-eindheffing raakt werkgevers die een fossiele personenauto ter beschikking stellen aan werknemers. Voor zover de auto al vóór 1 januari 2027 door de werkgever ter beschikking is gesteld aan werknemers geldt het overgangsrecht. Onder het door de werkgever ter beschikking stellen van een auto aan de werknemer vallen zowel auto’s die in eigendom zijn van de werkgever, maar ook auto’s die door de werkgever (al dan niet tijdelijk) worden gehuurd of geleaset bij een autoverhuurbedrijf. Binnen de wettelijke kaders van het begrip ‘ter beschikking stellen’ wordt geen onderscheid gemaakt over de wijze waarop (koop, huur, lease) de werkgever er voor zorgt dat aan de werknemer de autoter beschikking gesteld kan worden. Ook het kortstondig ter beschikking stellen van een auto maakt de vaststelling of een auto ter beschikking is gesteld niet anders.”
Wanneer de fossiele personenauto geheel wordt betaald uit het mobiliteitsbudget is er sprake van een terbeschikkingstelling en is pseudo-eindheffing van toepassing.
Als de fossiele personenauto geheel wordt betaald uit het mobiliteitsbudget is de pseudo-eindheffing van toepassing, dit geldt dan ook voor het vervangend vervoer.
Ja, de private leaseauto wordt geheel betaald uit het mobiliteitsbudget. Er is sprake van een terbeschikkingstelling en daarmee is pseudo-eindheffing verschuldigd.
Ja, de werkgever is verantwoordelijk voor de juiste aangifte en betaling van pseudo-eindheffing. Dit geldt ook als de werkgever wist of behoorde te weten dat het mobiliteitsbudget werd gebruikt om een fossiel voertuig geheel te financieren. Er is dan immers sprake van een ter beschikking stelling. Hoever de onderzoeksplicht van de werkgever precies gaat, zal in de toekomst moeten blijken.
Ja, de loonheffingsnummers zijn bepalend. Dus wanneer een auto van werkmaatschappij X, overgedragen wordt aan werkmaatschappij Y is dit een nieuwe terbeschikkingstelling. Het kan dus gebeuren dat er over hetzelfde voertuig in dezelfde maand meerdere keren pseudo-eindheffing wordt afgerekend. Niet het voertuig is leidend maar het loonheffingsnummer van de werkmaatschappij waar de bestuurder op de loonlijst staat.
Als werkgever kan je kiezen om deze maandelijks af te dragen met de loonheffing of jaarlijks achteraf. Uiterlijk het tweede tijdvak volgend op het jaar waarover pseudo-eindheffing wordt betaald.
Ja, wanneer je een bedrijf overneemt en er is sprake van een activa/passiva-transactie wordt het voertuig na de overname verbonden aan het nieuwe loonheffingsnummer van de werkmaatschappij die de activa heeft overgenomen.
Ja, voor de pseudo-eindheffing geldt dat woon-werkverkeer als privé wordt gezien. Woon-werkverkeer telt mee voor de vraag of er een terbeschikkingstelling is mede voor privégebruik in de pseudo-eindheffing van de werkgever.
Dit verschilt van de bijtelling voor privégebruik van een terbeschikkinggestelde auto bij de werknemer. Voor de bijtelling is woon-werkverkeer zakelijk en telt dan niet mee. Dit blijft ook na 1 januari 2027 het geval.
Ja, het voertuig is voor de pseudo-eindheffing terbeschikkinggesteld mede voor privégebruik. De personenauto wordt zakelijk gebruikt, maar ook voor woon-werkverkeer. Woon-werkverkeer is voor de pseudo-eindheffing privégebruik.
Ja, een werkgever hoeft geen eigenaar van een voertuig te zijn om deze ter beschikking te stellen aan zijn werknemer. In dit geval stelt de werkgever een auto van een klant ter beschikking aan de werknemer. De werknemer neemt de auto mee naar huis. Woon-werkverkeer is privégebruik volgens de pseudo-eindheffing. Er is dus een terbeschikkingstelling mede voor privégebruik.
Het RDC is voornemens BARS geschikt te maken voor de pseudo-eindheffing.
Ja, wanneer het voertuig een niet volledige elektrische personenauto is binnen de categorie M1 (personenauto's ontworpen voor personenvervoer met maximaal 8 zitplaatsen (plus bestuurder), met een toegestane maximummassa van doorgaans niet meer dan 3.500 kg). En de zakelijke klant een voor de loonbelasting inhoudingsplichtig werkgever betreft. De regeling is dus niet van toepassing op zzp'ers, wel op dga’s.
Voor het auto- of verhuurbedrijf heeft dit geen fiscale gevolgen. De werkgever van de persoon die in de auto rijdt dient de pseudo-eindheffing te betalen. Verwachting is daardoor wel dat zakelijke klanten een elektrische auto als vervangend vervoer, huur- of voorloopauto gaan verlangen.
Nee, particuliere klanten vallen niet onder deze regeling. De pseudo-eindheffing is uitsluitend van toepassing op werkgevers die inhoudingsplichtig zijn en een niet-volledig elektrische personenauto (ICE of hybride) ter beschikking stellen aan werknemers voor privégebruik.
Ja, grijs kenteken (N1) valt buiten deze regeling. De regeling geldt alleen voor niet volledig elektrische of waterstofpersonenauto’s binnen de categorie M1. Met andere woorden: een grijs-kentekenvoertuig kan een oplossing zijn wanneer een klant hiermee instemt. Dit als alternatief voor een niet volledig elektrische of waterstofpersonenauto wanneer de klant geen pseudo-eindheffing wenst te voldoen.
De regeling is van toepassing op personenauto’s die bij de RDW geregistreerd staan als M1. Een bestelauto met dubbele cabine staat meestal geregistreerd als N1 en valt dan niet onder deze regeling.
Ja, de regeling geldt zowel voor nieuwe als gebruikte voertuigen wanneer zij vallen onder de categorie M1.
De werknemer betaalt het fossiele vervoer uit eigen zak. Dit wordt dus niet door de werkgever ter beschikking gesteld. De werkgever heeft dan geen pseudo-eindheffing.
De werknemer schiet in dit geval de kosten even voor, maar de kosten worden betaald door de werkgever. De werkgever stelt daarmee de fossiele vervangende auto ter beschikking en is hierover pseudo-eindheffing verschuldigd.
De pseudo-eindheffing wordt per maand betaald. Aangezien deze twee dagen in twee verschillende maanden vallen is de werkgever twee maanden pseudo-eindheffing voor deze auto verschuldigd.
Ja, ook als je in het buitenland door de werkgever een fossiele personenauto ter beschikking krijgt mede voor privégebruik, is de pseudo-eindheffing van toepassing.
Ja, de VNA heeft hier onderzoek naar gedaan.
Nee, hier zijn geen speciale eisen voor. Het is primair de verantwoordelijkheid van de werkgever om de pseudo-eindheffing aan te geven en te betalen. Wel kan het zijn dat er bij het auto(verhuur)bedrijf een derdenonderzoek plaats gaat vinden. De Belastingdienst kan in een onderzoek bij de klant vragen stellen aan jou als leverancier van het vervangende vervoer.
Dit punt is bekend en hierop wordt lobby gevoerd.
Nee, als de werkgever de personenauto voor 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld aan een medewerker kan hij dit tot 17 september 2030 ook aan andere medewerkers doen zonder hiervoor pseudo-eindheffing verschuldigd te zijn. Er mogen ook periodes zijn dat de auto niet ter beschikking staat.
Dat klopt, je kunt deze auto tot 17 september 2030 aan deze klant meegeven zonder dat de klant pseudo-eindheffing verschuldigd is.
Wanneer er gereden wordt tussen woonhuis en vaste werkplek/bedrijfsadres. Dus niet wanneer wordt gereden van woonadres naar wisselende leerlingen. (Als er echter een keer rechtstreeks van de rijschool naar huis wordt gereden is er wel sprake van woon-werkverkeer en daarmee pseudo-eindheffing).
Wanneer rijinstructeurs van het adres van de rijschool naar huis rijden (en andersom) is er sprake van woon-werkverkeer. Dit woon-werkverkeer wordt voor de pseudo-eindheffing gezien als privégebruik. De rijschoolhouder stelt daarmee een auto ter beschikking mede voor privégebruik en is dan pseudo-eindheffing verschuldigd.