De pagina wordt geladen...

De Belastingdienst controleert dit jaar intensief op de BPM-aangifte bij de import van gebruikte voertuigen. Daarbij is er speciale aandacht voor BPM-aangiftes waarbij met een taxatierapport wordt gewerkt. De BPM-aandacht richt zich zowel op kleinere importerende autobedrijven als op grote dealerholdings.
Bekijk ook de veelgestelde vragen over BPM bij import.
Naar verwachting van BOVAG is ook de komende jaren bij de Belastingdienst en de FIOD extra capaciteit beschikbaar voor toezicht en handhaving. Autobedrijven die gebruikte voertuigen importeren, doen er daarom goed aan hun werkwijze rond de BPM-aangifte tegen het licht te houden. Aanleiding voor het intensieve toezicht is dat de Belastingdienst constateert dat de taxatiemethode op grote schaal wordt toegepast in situaties waarin volgens de fiscus niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Het gaat bijvoorbeeld om voertuigen zonder schade of met alleen normale gebruikssporen, waarbij via een taxatierapport toch een aanzienlijk lagere waarde en daarmee lagere BPM wordt aangegeven.
Sinds juni controleert de Belastingdienst taxatierapporten bij binnenkomst eerst op een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer de inkoopfactuur aanwezig zijn, moet de fysieke opname door de taxateur binnen de voorgeschreven termijn hebben plaatsgevonden en wordt gekeken naar de staat van het voertuig en de opgevoerde schade.
Van juni tot september zijn zo’n 1.200 voertuigen waarvan de BPM-aangifte was gebaseerd op een taxatierapport, opgeroepen voor controle. Bij slechts 5 procent constateerde de Belastingdienst daadwerkelijk enige schade. Alleen die taxaties werden toegelaten. Voor de overige 95 procent van de aangiftes werden brieven verzonden over verbetering van de aangifte.
Verschillende onderdelen van de Belastingdienst houden toezicht op de BPM-aangifte, zowel bij kleinere autobedrijven als bij grote ondernemingen. Bij grote dealerholdings hebben inspecteurs van de afdeling Grote Ondernemingen gesprekken gevoerd over de wijze waarop de BPM bij import wordt bepaald. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het gebruik van taxaties. Binnen het MKB vinden steekproefsgewijze controles en boekenonderzoeken plaats, waarbij BPM een speerpunt is.
Daarnaast is er een samenwerking tussen Belastingdienst, FIOD en Openbaar Ministerie rond mogelijke BPM-fraude. Belastingdienst en FIOD hebben hiervoor extra mensen beschikbaar. Uitkomsten van controles kunnen leiden tot nader onderzoek. Daarbij kan behalve naar BPM ook naar bijvoorbeeld btw en andere fiscale zaken worden gekeken.
Autobedrijven blijven altijd zelf verantwoordelijk voor hun BPM-aangifte. Dat verandert niet wanneer een externe taxateur het taxatierapport opstelt. De ondernemer doet de aangifte, zet de handtekening en kan zich bij een onjuiste aangifte niet zonder meer beroepen op de deskundigheid of werkwijze van zijn taxateur.
De financiële gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Denk aan naheffingen en boetes. Bij boekenonderzoek kunnen ook eerdere aangiften in het onderzoek worden betrokken. Dat betekent dat wie de grens opzoekt, of die grens overschrijdt, door auto’s bewust te laag te laten taxeren, bijvoorbeeld door schade te overdrijven, een groot risico loopt. Dat risico betreft naheffing en boetes tot 100% van die naheffing. Naheffing is wettelijk mogelijk tot vijf jaar terug.
BOVAG adviseert leden om de taxatiemethode alleen te gebruiken als de auto daar daadwerkelijk voor in aanmerking komt. Is er geen schade of zijn er alleen gebruikssporen die passen bij leeftijd en kilometerstand? Gebruik dan de koerslijst of afschrijvingstabel. Laat je een taxatierapport opstellen, controleer dan zelf kritisch of de opgevoerde schade en de gekozen afschrijving kloppen. Uiteindelijk ben je als ondernemer zelf verantwoordelijk voor de BPM-aangifte.
Vooropgesteld: taxatie voor BPM-aangifte is een wettelijk, maar geen algemeen geldende BPM vaststellingsmethode. Sinds afgelopen juni handhaaft de belastingdienst specifiek op de BPM-aangifte met taxatierapport. Het taxatierapport wordt bij ontvangst op vier punten gecontroleerd:
Als het taxatierapport niet aan deze eisen voldoet, wordt de BPM-aangifte niet in behandeling genomen.
BOVAG is niet gelukkig met de plotse, zeer intensieve handhaving na jaren van zeer beperkte controle, waardoor een ongewenste praktijk is ontstaan. En daarom heeft BOVAG bij de Belastingdienst recent nog eens aangedrongen op betere, intensievere communicatie richting autobedrijven over de aanpak, en volstrekte duidelijkheid over regels, normen en consequenties.
BOVAG blijft daarnaast in gesprek met de Belastingdienst over de intensiteit van de handhaving, de impact daarvan voor bedrijven en over een eerlijk, toekomstbestendig systeem van waardebepaling en BPM-aangifte.
Bekijk ook de veelgestelde vragen over BPM bij import.