De pagina wordt geladen...

Bovag logo
Veelgestelde vragen over bpm bij import
0%

BPM bij import

Laatste update 27 augustus 2026Leestijd: 6 min

01Veelgestelde vragen over BPM bij import

De Belastingdienst controleert dit jaar intensief op de BPM-aangifte bij de import van gebruikte voertuigen. Daarbij is er speciale aandacht voor BPM-aangiftes waarbij met een taxatierapport wordt gewerkt. De bpm-aandacht richt zich zowel op kleinere importerende autobedrijven als op grote dealerholdings.

Onderaan deze pagina vind je de antwoorden op de meest gestelde vragen.

Naar verwachting van BOVAG is ook de komende jaren bij de Belastingdienst en de FIOD extra capaciteit beschikbaar voor toezicht en handhaving. Autobedrijven die gebruikte voertuigen importeren, doen er daarom goed aan hun werkwijze rond de BPM-aangifte tegen het licht te houden. Aanleiding voor het intensieve toezicht is dat de Belastingdienst constateert dat de taxatiemethode op grote schaal wordt toegepast in situaties waarin volgens de fiscus niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Het gaat bijvoorbeeld om voertuigen zonder schade of met alleen normale gebruikssporen, waarbij via een taxatierapport toch een aanzienlijk lagere waarde en daarmee lagere BPM wordt aangegeven.

Steekproef

Sinds juni controleert de Belastingdienst taxatierapporten bij binnenkomst eerst op een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer de inkoopfactuur aanwezig zijn, moet de fysieke opname door de taxateur binnen de voorgeschreven termijn hebben plaatsgevonden en wordt gekeken naar de staat van het voertuig en de opgevoerde schade.

Van juni tot september zijn zo’n 1.200 voertuigen waarvan de BPM-aangifte was gebaseerd op een taxatierapport, opgeroepen voor controle. Bij slechts 5 procent constateerde de Belastingdienst daadwerkelijk enige schade. Alleen die taxaties werden toegelaten. Voor de overige 95 procent van de aangiftes werden brieven verzonden over verbetering van de aangifte.

Klein tot groot

Verschillende onderdelen van de Belastingdienst houden toezicht op de BPM-aangifte, zowel bij kleinere autobedrijven als bij grote ondernemingen. Bij grote dealerholdings hebben inspecteurs van de afdeling Grote Ondernemingen gesprekken gevoerd over de wijze waarop de BPM bij import wordt bepaald. Daarbij wordt onder andere gekeken naar het gebruik van taxaties. Binnen het MKB vinden steekproefsgewijze controles en boekenonderzoeken plaats, waarbij BPM een speerpunt is.

Daarnaast is er een samenwerking tussen Belastingdienst, FIOD en Openbaar Ministerie rond mogelijke BPM-fraude. Belastingdienst en FIOD hebben hiervoor extra mensen beschikbaar. Uitkomsten van controles kunnen leiden tot nader onderzoek. Daarbij kan behalve naar BPM ook naar bijvoorbeeld btw en andere fiscale zaken worden gekeken.

Ondernemer zelf verantwoordelijk

Autobedrijven blijven altijd zelf verantwoordelijk voor hun BPM-aangifte. Dat verandert niet wanneer een externe taxateur het taxatierapport opstelt. De ondernemer doet de aangifte, zet de handtekening en kan zich bij een onjuiste aangifte niet zonder meer beroepen op de deskundigheid of werkwijze van zijn taxateur.

De financiële gevolgen kunnen aanzienlijk zijn. Denk aan naheffingen en boetes. Bij boekenonderzoek kunnen ook eerdere aangiften in het onderzoek worden betrokken. Dat betekent dat wie de grens opzoekt, of die grens overschrijdt, door auto’s bewust te laag te laten taxeren, bijvoorbeeld door schade te overdrijven, een groot risico loopt. Dat risico betreft naheffing en boetes tot 100% van die naheffing. Naheffing is wettelijk mogelijk tot vijf jaar terug.

Kies juiste methode

BOVAG adviseert leden om de taxatiemethode alleen te gebruiken als de auto daar daadwerkelijk voor in aanmerking komt. Is er geen schade of zijn er alleen gebruikssporen die passen bij leeftijd en kilometerstand, gebruik dan de koerslijst of afschrijvingstabel. Laat je een taxatierapport opstellen, controleer dan zelf kritisch of de opgevoerde schade en de gekozen afschrijving kloppen. Uiteindelijk ben je als ondernemer zelf verantwoordelijk voor de BPM-aangifte.

Waar controleert Belastingdienst op?

Vooropgesteld: taxatie voor BPM-aangifte is een wettelijk, maar geen algemeen geldende BPM vaststellingsmethode. Sinds afgelopen juni handhaaft de belastingdienst specifiek op de BPM-aangifte met taxatierapport. Het taxatierapport wordt bij ontvangst op vier punten gecontroleerd:

  • De aanwezigheid van de inkoopfactuur; 
  • Heeft het voertuig geen essentieel gebrek. Dergelijke schadevoertuigen kunnen alleen worden geïmporteerd als daarvoor de BPM op basis van de forfaitaire tabel of een koerslijst wordt betaald;
  • Is er een fysieke opname geweest door een taxateur en is dit niet meer dan een maand voor de sluiting van het onderzoek door de RDW (keuringsdatum van de RDW);
  • Is er sprake van meer schade dan normale gebruikssporen passend bij de leeftijd en kilometerstand.

Als het taxatierapport niet aan deze eisen voldoet, wordt de BPM-aangifte niet in behandeling genomen.

Hoe nu verder?

BOVAG is niet gelukkig met de plotse, zeer intensieve handhaving. Na jaren van zeer beperkte controle, waardoor een ongewenste praktijk is ontstaan. En daarom heeft BOVAG bij de Belastingdienst recent nog eens aangedrongen op betere, intensievere communicatie richting autobedrijven over de aanpak, en volstrekte duidelijkheid over regels, normen en consequenties.

BOVAG blijft daarnaast in gesprek met de Belastingdienst over de intensiteit van de handhaving, de impact daarvan voor bedrijven en over een eerlijk, toekomstbestendig systeem van waardebepaling en BPM-aangifte.

Veelgestelde vragen

De Belastingdienst constateert dat taxatierapporten vaak worden gebruikt in situaties waarin volgens de fiscus niet aan de voorwaarden wordt voldaan. De eerste resultaten van de controles zijn daarvoor een belangrijke aanwijzing. Van juni tot september zijn circa 1.200 voertuigen waarvan de BPM-aangifte op een taxatierapport was gebaseerd opgeroepen. Bij slechts 5 procent constateerde de Belastingdienst enige schade. De overige 95 procent van de taxaties werd afgewezen omdat deze niet de werkelijke staat van het voertuig weergeven. Omdat daarmee niet aan de vereisten voor de taxatiemethode wordt voldaan, kan zo'n taxatie niet gebruikt worden. De Belastingdienst heeft extra capaciteit ingezet om hierop te controleren.

BOVAG vindt het in de eerste plaats belangrijk dat leden weten wat er gebeurt en welke risico's zij lopen. Ondernemers moeten kunnen rekenen op duidelijke regels en een juiste en voorspelbare toepassing daarvan. Tegelijkertijd is de ondernemer zelf verantwoordelijk voor een correcte BPM-aangifte. BOVAG informeert leden daarom over de intensivering van de controles en adviseert hen kritisch te beoordelen of toepassing van de taxatiemethode in een concreet geval daadwerkelijk gerechtvaardigd is.

BOVAG is voorstander van een ander belastingsysteem waarin de huidige BPM niet in deze vorm terugkomt. De Belastingdienst en het ministerie onderzoeken mogelijkheden om de BPM zo aan te passen dat de subjectieve waardebepaling bij import verdwijnt.

Dat is echter de discussie over het toekomstige stelsel. Zolang de huidige BPM-regels gelden, moeten ondernemers hun aangiftes volgens die regels doen, waarbij voorzichtigheid is geboden.

Nee. De inspecteurs van de afdeling Grote Ondernemingen voerden gesprekken met deze bedrijven over de methoden die zij gebruiken om de BPM te bepalen. Maar de controles beperken zich niet tot deze groep.

Ook binnen het MKB is BPM een speerpunt bij steekproefsgewijze onderzoeken en boekenonderzoeken. Een kleiner importbedrijf moet er dus niet vanuit gaan dat de Belastingdienst zich vooral op grote dealerholdings richt.

Ook niet. De vorm van toezicht kan verschillen, maar zowel kleinere bedrijven als grote ondernemingen worden gecontroleerd. Bij MKB-bedrijven gebeurt dat onder meer via steekproeven en boekenonderzoeken. Bij grote dealerholdings voeren inspecteurs gesprekken en onderzoeken uit naar de gebruikte BPM-methodiek.

De taxateur is verantwoordelijk voor zijn eigen werkzaamheden en rapport, maar dat neemt de verantwoordelijkheid van het autobedrijf voor de BPM-aangifte niet weg. De ondernemer doet de aangifte en blijft verantwoordelijk voor de juistheid daarvan. Dat betekent ook dat je als ondernemer kritisch moet blijven op een taxatierapport dat voor jouw aangifte wordt gebruikt. De redenering dat een deskundige taxateur het rapport heeft opgesteld en het daarom automatisch goed zal zijn, beschermt de ondernemer niet tegen de gevolgen van een onjuiste BPM-aangifte.

Het beeld dat alleen autobedrijven worden onderzocht, klopt niet. Volgens de beschikbare informatie worden zowel autobedrijven als taxateurs onderzocht. Er is een handhavingsarrangement tussen FIOD, Openbaar Ministerie en Belastingdienst met BPM-fraude als thema. Onderzoeken kunnen tot fiscale en/of strafrechtelijke vervolging leiden.

Iedere BPM-aangifte moet juist zijn. Gebruik van de tabel voorkomt wel de specifieke discussie over de vraag of een taxatierapport mocht worden gebruikt en of de daarin opgevoerde schade en afschrijving correct zijn. Afhankelijk van het voertuig kan ook een koerslijst een passende methode zijn.

Er zijn verschillende vormen van toezicht en handhaving. Taxatierapporten worden bij binnenkomst gecontroleerd. Binnen het MKB vinden daarnaast steekproefsgewijze controles en boekenonderzoeken plaats, waarbij BPM een speerpunt is. Bij grote ondernemingen wordt gericht gekeken naar de wijze waarop de BPM-aangifte wordt gedaan. Bevindingen kunnen bovendien aanleiding zijn voor nader onderzoek. Het is dus niet zo dat elk bedrijf op dezelfde manier of op hetzelfde moment wordt gecontroleerd. Wel is duidelijk dat de extra aandacht voor BPM de volle breedte van de importerende autobranche raakt.

BOVAG is geen onderdeel van de handhaving en bepaalt niet hoe de Belastingdienst of FIOD controles uitvoert. BOVAG heeft wel de verantwoordelijkheid leden te informeren als ontwikkelingen in toezicht en handhaving grote gevolgen voor hun bedrijfsvoering kunnen hebben.

Dat is hier het geval. Naheffingen en boetes kunnen aanzienlijke financiële gevolgen hebben en ondernemers blijven zelf verantwoordelijk voor hun aangifte. Leden daar niet voor waarschuwen zou daarom niet in hun belang zijn.

Dat staat los van de opvatting van BOVAG over het BPM-stelsel zelf. BOVAG pleit voor een ander, robuuster belastingsysteem waarin de huidige problematiek rond de subjectieve waardebepaling bij import verdwijnt.

De vergelijkingsmethode wordt door een beperkt aantal taxateurs gebruikt, echter deze methode is door de Hoge Raad verworpen. De uitspraak daarover vind je hier: https://uitspraken.rechtspraak.nl/details?id=ECLI:NL:HR:2025:1134

Deze 31%-regeling is een bewijsvermoeden dat in de bijlage bij de uitvoeringsregeling is opgenomen. Als een aangever echter kan aantonen - via een beoordeling door de taxateur - dat het werkelijke waardeverlies hoger is, kan een hoger percentage in aanmerking worden genomen. Een eenvoudige regeling voor dat tegenbewijs is om gebruik te maken van de eigen inkoopfactuur. Dat deze regeling toelaatbaar is, is recent nog door de civiele rechter beslist in https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23048 

De mogelijke tijd tussen de aangifte en de oproep voor fysieke opname duurt soms wel een kleine week. BOVAG heeft de Belastingdienst gevraag dat te versnellen en mogelijk zelfs op de dezelfde dag uitsluitsel te geven. De belastingdienst geeft daarop aan dat het helaas niet op dezelfde dag kan, omdat de aangifte eerst per post moet binnenkomen en vertoetst moet worden. Hoewel de wet de Belastingdienst de ruimte geeft tot de 6e werkdag na ontvangst van de betaling van de bpm, streven zij er wel naar om dat zo spoedig mogelijk te doen na ontvangst van de aangifte.

BOVAG blijft bij de Belastingdienst aandringen op verdergaande automatisering, waardoor ook reactietermijn fors ingekort kunnen worden, zodat autobedrijven (en consumenten) eerder weten waar ze aan toe zijn.

Verder lezen?

Door gebruik te maken van onze website geef je toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.