WAB: nieuwe regels voor oproepkrachten

Laatste update 20 november 2019 Leestijd: 6 min

Vanaf 1 januari 2020 is de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) van kracht en gaat er een hoop veranderen in het arbeidsrecht. BOVAG belicht elke keer een ander onderwerp uit deze wet. Deze keer: de nieuwe regels voor oproepkrachten. Zij krijgen vanaf 1 januari 2020 een stevigere wettelijke positie; na twaalf maanden bent u verplicht hen een contract aan te bieden en u moet werktijden vier dagen van tevoren bevestigen.

Op dit moment is in de wet geen definitie opgenomen van het begrip ‘oproepovereenkomst’. Daar komt vanaf 1 januari 2020 verandering in. Van een oproepovereenkomst is sprake als:
  • de urenomvang van de arbeid niet is vastgelegd als één aantal uren per tijdseenheid van maximaal een maand of maximaal een jaar met een gelijkmatige spreiding over die tijdseenheid; of
  • de oproepkracht geen recht heeft op loon als hij de overeengekomen arbeid niet heeft verricht.
Zowel het nulurencontract als het min-maxcontract vallen vanaf 1 januari 2020 onder de definitie van een oproepovereenkomst. Voor die contracten gaat een aantal nieuwe regels gelden.

Oproeptermijn van vier dagen

Vanwege de WAB moeten werkgevers een oproepkracht voortaan minstens vier dagen vooraf schriftelijk of elektronisch oproepen. Roept u een medewerker later dan vier dagen van tevoren op of doet u dit mondeling in plaats van schriftelijk of elektronisch? Dan is de oproepkracht niet verplicht om te komen werken.

Een afzegging moet u ook schriftelijk of elektronisch doorgeven. Wordt het werk of een deel daarvan minder dan vier dagen van tevoren afgezegd of gebeurt dit mondeling? Dan houdt de oproepkracht recht op het loon over de oorspronkelijke uren. Dit geldt ook als u binnen vier dagen de tijdstippen van de oproep wijzigt. De medewerker heeft dan recht op het salaris van de oorspronkelijke oproep.

Het minimum van drie betaalde uren per oproep blijft overigens bestaan. Roostert u een oproepkracht bijvoorbeeld twee uur in, dan moet u hem drie uur uitbetalen.

Contract voor vast aantal uren na twaalf maanden

Daarnaast heeft een oproepkracht nadat hij twaalf maanden voor u heeft gewerkt, recht op een contract voor een vast aantal uren. Het gaat hierbij om het aantal uren dat de oproepkracht gemiddeld de afgelopen twaalf maanden heeft gewerkt. Alle arbeidsovereenkomsten die elkaar binnen zes maanden opvolgen, tellen hierbij mee. Ten onrechte wordt vaak gedacht dat de oproepkracht na twaalf maanden recht heeft op een vast contract, een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Dat is niet het geval en is afhankelijk van de geldende ketenregeling en de duur en het aantal eerdere contracten (Lees hier meer over de ketenregeling).

U bent verplicht om het aanbod voor een vast aantal uren binnen een maand na de twaalf maanden schriftelijk of elektronisch te doen. Doet u geen aanbod, dan heeft de oproepkracht recht op loon vanaf de uiterlijke datum waarop het aanbod had moeten plaatsvinden. Dit loon is gebaseerd op de gemiddelde arbeidsomvang tijdens de periode van twaalf maanden. Medewerkers hebben een termijn van vijf jaar om dit van u te vorderen. Voor personeel dat op 1 januari 2020 twaalf maanden of langer bij u in dienst is op basis van een oproepovereenkomst, betekent dit dat u hen voor 1 februari 2020 een aanbod moet hebben gedaan.

Jaarurennorm

Het aanbod voor een vaste urenomvang kunt u doen in een aantal uren per week of per maand, maar u mag ook werken met een jaarurennorm. Bij een jaarurennorm wordt een gemiddelde arbeidsduur per jaar afgesproken. De arbeidsduur kan dus variëren per week en per maand, maar de medewerker ontvangt wel elke maand hetzelfde salaris. Spreekt u bijvoorbeeld af dat een medewerker op jaarbasis 1248 uur moet werken, dan betaalt u elke week 24 uur uit, ook als de medewerker de ene week meer en de andere week minder dan 24 uur werkt. 

Leg het vast

U moet de oproepkracht minstens één maand de tijd geven om op het aanbod te reageren. Hij hoeft het aanbod overigens niet te accepteren. Leg dit wel goed vast. Geef duidelijk aan dat u het aanbod heeft gedaan, maar dat de medewerker heeft aangegeven liever op basis van een oproepovereenkomst door te willen werken en het aanbod zodoende heeft afgeslagen. Let op dat u na twaalf maanden weer verplicht bent een aanbod voor een vast aantal uren te doen, aangezien na de weigering sprake blijft van een oproepovereenkomst.

AOW’ers en studenten

Geldt de verplichting tot het aanbieden van een contact na twaalf maanden oproepkracht ook voor AOW’ers en studenten? Ja. Geen enkele categorie oproepkrachten is uitgesloten van deze wetgeving. Dus ook AOW’ers en studenten hebben recht op een aanbod voor een vast aantal uren nadat zij twaalf maanden voor u hebben gewerkt via een oproepovereenkomst.

Vragen?

Heeft u vragen over de nieuwe regels voor oproepovereenkomsten vanaf 1 januari 2020? Neem dan contact op met BOVAG Ledenadvies via 030 – 65 95 300 of ledenadvies@bovag.nl

Deze artikelen zijn ook interessant

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring