De pagina wordt geladen...
Elke medewerker heeft recht op vakantie. Dat zijn betaalde vrije dagen om uit te rusten en/of los te komen van het werk. In de Nederlandse wet of in de cao is afgesproken hoeveel vakantie de medewerker jaarlijks precies heeft.
De Nederlandse wet schrijft voor dat elke medewerker recht heeft op 4 maal de wekelijkse arbeidsduur aan doorbetaalde vakantie. Dit wordt de wettelijke vakantie genoemd. Een medewerker die bijvoorbeeld 40 uur werkt, heeft recht op 4 maal 40 uur, dus 160 uur vakantie. Dit zijn de wettelijke vakantiedagen. Bovenwettelijke vakantie is het rechten op vakantie dat bovenop de wettelijke uren komt.
Hieronder lees je per cao op hoeveel vakantiedagen de medewerker recht heeft.
Op basis van de cao voor het Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf (MvT) heeft een medewerker die fulltime in dienst is recht op 192 vakantie-uren per jaar. Een fulltimer is iedereen die 38 uur of meer per week werkt.
Hoeveel vakantiedagen dat zijn, hangt af van het rooster van de medewerker. Bij werkdagen van 8 uur per dag, heeft de medewerker 24 vakantiedagen per jaar. Wordt er 7,6 uur gewerkt per dag, dan zijn het 25,2 dagen.
Een medewerker met een kortere werkweek (een parttimer) krijgt het vakantieverlof naar rato. Zo heeft een magazijnmedewerker die 19 uur per week werkt 96 uur vakantieverlof per jaar. Ook een medewerker die gedurende het jaar in dienst komt, heeft naar rato recht op vakantieverlof. De monteur die op 1 juli fulltime in dienst komt, heeft recht op 96 uur vakantieverlof over dat jaar.
In de cao staat dat een werkgever vakantie vaststelt in overleg met de medewerker. In overleg betekent dat zowel de werkgever als de medewerker het eens zijn over de vakantiedag(en). Het verlof moet minstens 2 werkdagen van tevoren zijn aangevraagd en er moet voldoende verlofsaldo zijn.
De cao gaat uit van een aaneengesloten vakantie, zodat een medewerker echt even los kan komen van het werk (de zogeheten recuperatiefunctie). Als hoofdregel geeft de cao in de periode van 30 april en 1 oktober een vakantie van 21 of meer dagen. Als dit niet past binnen het bedrijf, kan de werkgever ook bepalen dat de aaneengesloten vakantie minimaal 14 dagen duurt. In overleg met de OR, personeelsvertegenwoordiging of een werknemersdelegatie kan deze aaneengesloten vakantie ook collectief worden vastgesteld. Wil je hier gebruik van maken? Dan moet de collectieve aaneengesloten vakantie vóór 1 januari zijn vastgesteld. In individuele gevallen kan in overleg tussen werkgever en een medewerker toch worden afgesproken dat de collectieve vakantie niet voor die ene werknemer geldt.
Jaarlijks kan je na overleg met de OR, personeelsvertegenwoordiging of werknemersdelegatie maximaal drie collectieve verlofdagen vaststellen waarop alle medewerkers vrij zijn. Deze dagen worden afgeschreven van het vakantiedagensaldo van het personeel. De cao schrijft voor dat deze dagen zo snel als mogelijk moeten worden vastgesteld.
Op basis van de cao Metaal en Techniek Carrosseriebedrijf (Carrosserie) heeft een medewerker die fulltime in dienst is recht op 200 uur vakantieverlof. Een fulltimer is iedereen die 38 uur of meer per week werkt.
Hoeveel dagen dat zijn, hangt af van het rooster van de medewerker. Bij werkdagen van 8 uur per dag, zijn er 25 vakantiedagen per jaar. Wordt er 7,6 uur gewerkt per dag, dan zijn het 26,3 dagen
Een medewerker met een kortere werkweek (een parttimer) krijgt vakantieverlof naar rato. Zo heeft een telefonist/receptionist die 19 uur per week werkt 100 uur vakantieverlof per jaar. Die opbouw naar rato geldt ook voor een medewerker die halverwege het jaar in dienst komt. De schadehersteller die op 1 juli fulltime in dienst komt, heeft recht op 100 uur vakantieverlof over dat jaar.
In de cao staat dat een werkgever vakantie vaststelt in overleg met de medewerker. In overleg betekent dat zowel de werkgever als de medewerker het eens zijn over de vakantiedag(en). Het verlof moet minstens 2 werkdagen van tevoren zijn aangevraagd en er moet voldoende verlofsaldo zijn.
De cao gaat uit van een aangesloten vakantie, zodat een werknemer echt even los kan komen van het werk (de zogeheten recuperatiefunctie). Als hoofdregel valt deze vakantie valt tussen 30 april en 1 oktober en duurt 21 of meer kalenderdagen. Het is mogelijk dat het bedrijfsbelang zich verzet tegen een aaneengesloten vakantie van 21 of meer kalenderdagen. In dat geval duurt de vakantie ten minste 14 kalenderdagen. Vóór 1 januari kun je ook een collectieve aaneengesloten vakantie vaststellen na overleg met het medezeggenschapsorgaan of de werknemersdelegatie.
Jaarlijks kan je na overleg met de OR, personeelsvertegenwoordiging of de werknemersdelegatie maximaal 3 collectieve verlofdagen vaststellen waarop alle medewerkers vrij zijn. Deze dagen worden afgeschreven van het vakantiedagensaldo van het personeel. De cao schrijft voor dat deze dagen zo snel als mogelijk moeten worden vastgesteld.
Op basis van de cao voor Tankstations en Wasbedrijven (Tank en Was) heeft een medewerker die fulltime in dienst is recht op 25 vakantiedagen. Hoeveel uren dat zijn, hangt af van de werkweek. Bij een 38-urige werkweek heeft de medewerker 190 uur verlof en bij een 40-urige werkweek is dat 200 uur.
Een medewerker met een kortere werkweek krijgt vakantieverlof naar rato. Een wasstraatmedewerker die 20 uur per week werkt, krijgt 12,5 vakantiedag (=100 uur) per jaar. Die opbouw naar rato geldt ook voor een werknemer die halverwege het jaar in dienst komt. Zo heeft de snackhoekmedewerker die op 1 juli 38 uur per week in dienst komt recht op 95 uur/12,5 dag vakantieverlof over dat jaar.
De werkgever stelt het verlof vast naar de wens van de medewerker. Alleen bij gewichtige redenen kan de werkgever het verlofverzoek afwijzen. Daarvan is sprake als het toestaan van de vakantie tot ernstige verstoringen in het bedrijfsproces leidt. Dit moet dan wel binnen 2 weken na het aanvragen van het verlof aan de medewerker worden gemeld. Anders is het verlof volgens de wens van de medewerker vastgesteld.
De cao gaat uit van een aangesloten vakantie, zodat een werknemer echt even los kan komen van het werk (de zogeheten recuperatiefunctie). Als hoofdregel valt de aaneengesloten vakantie tussen 30 april en 1 oktober en duurt 14 of meer kalenderdagen, tenzij het bedrijfsbelang zich daartegen verzet.
Voor 1 januari heeft de werkgever de mogelijkheid om vast te stellen wanneer een aaneengesloten vakantie collectief wordt gehouden. Hiervoor is wel overleg met het medezeggenschapsorgaan of de werknemersdelegatie vereist.
Voor rijscholen geldt er geen cao, waardoor het wettelijke aantal vrije uren geldt. Het wettelijke aantal vrije uren waar een medewerker jaarlijks recht op heeft, is 4 keer het aantal uur dat de medeweker per week werkt. Heeft een medewerker een contract voor 40 uur in de week, dan heeft hij recht op 160 vakantie-uren. Dat staat gelijk aan 20 vrije dagen van 8 uur. Dit aantal betreft het wettelijke minimum. Het staat je vrij om onderling meer vakantie-uren af te spreken.
De werkgever stelt het verlof volgens de wet vast naar de wens van de medewerker. Alleen bij gewichtige redenen kan de werkgever het verlofverzoek afwijzen. Daarvan is sprake als het toestaan van de vakantie tot ernstige verstoringen in het bedrijfsproces leidt. Dit moet dan wel binnen 2 weken na het aanvragen van het verlof aan de medewerker worden gemeld. Anders is het verlof volgens de wens van de werknemer vastgesteld.
Rijscholen kunnen in de arbeidsovereenkomst of het personeelsreglement opnemen dat de werkgever verplichte vrije dagen mag aanwijzen en hoeveel dagen dat zijn. Deze verplichte vrije dagen gaan van het vakantiedagensaldo van de medewerker af. Er is geen wettelijk maximum aan het aantal vrije dagen dat de werkgever verplicht mag opleggen.
Zowel de wettelijke vakantie-uren als de bovenwettelijke vakantie-uren kennen een bepaalde houdbaarheid, de in de wet vastgelegde verval- of verjaringstermijn.
Wettelijke vakantiedagen vervallen 6 maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd. De wettelijke uren moeten dus voor 1 juli in het nieuwe jaar zijn opgenomen, anders mogen ze doorgestreept worden. Om succesvol een beroep te kunnen doen op het vervallen van wettelijke vakantiedagen, is er echter wel actie van jou als werkgever nodig. Zie het stappenplan hieronder.
Bovenwettelijke vakantiedagen kennen een verjaringstermijn van 5 jaar na het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd.
De functie van vakantie is zo essentieel dat het de bedoeling is dat een medewerker hier echt gebruik van maakt. Dit blijkt bijvoorbeeld ook het feit dat het niet mogelijk is om wettelijke vakantiedagen tijdens het dienstverband uit te betalen. Door rechters is gezegd dat een werkgever een zorgplicht heeft om personeel goed te informeren over het aankomende verval van vakantierechten en de gevolgen hiervan. Laat je dit na? Dan vervallen de niet opgenomen uren helemaal niet. Je moet de medewerker dan alsnog in staat stellen de uren op een later tijdstip op te nemen. (Voor de liefhebber een link naar de jurisprudentie).
Om vakantie te laten vervallen of verjaren moet je aantoonbaar in elk geval de volgende stappen ondernemen:
In dit stappenplan staan nog wel wat open normen. Wat is bijvoorbeeld tijdig? Daar is lastig een concreet antwoord op te geven, omdat dit onder andere afhangt van de specifieke omstandigheden. Belangrijk is dat jij je als een goede werkgever gedraagt.
Uitzondering op verval en verjaring: sparen op basis van de cao
De verschillende cao’s kennen de mogelijkheid om vakantiedagen te sparen. Die gespaarde vakantiedagen vervallen en verjaren niet.
In de cao voor het Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf en in de cao voor Tankstations en Wasbedrijven is bepaald dat de medewerker bovenwettelijke vakantiedagen mag sparen tot een maximum van 13 keer de overeengekomen arbeidsduur per week (65 dagen bij een fulltime arbeidsovereenkomst).
In de cao Metaal en Techniek Carrosseriebedrijf is bepaald dat een medewerker over een periode van 5 jaar vakantiedagen mag sparen tot een maximum van 26 keer de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur voor een door hem te bepalen individueel doel. Voor een fulltime medewerker zijn dit in totaal dus 988 uren (26 x 38).