Pechhulp truckdealers

Laatste update 04 december 2018 Leestijd: 7 min

01 Pechhulp truckdealers

Truckdealers spelen een grotere rol bij de afhandeling van pechsituaties met vrachtwagens op het hoofdwegennet. Eind 2015 deed Rijkswaterstaat samen met truckdealers, bergers en bandenleveranciers een pilot met als doel om de weg sneller vrij te maken bij pech- en incidentsituaties.

De pilot heeft waardevolle ervaringen opgeleverd. Zo is duidelijk dat een betere samenwerking tussen truckdealers, bergers en bandenleveranciers, in combinatie met slim gebruik van nieuwe trucktechnologie, de pechafhandeling ten goede komt. RWS heeft daarom besloten om bij BOVAG aangesloten truckdealers en VACO-leden ook de komende vijf jaar een vrijstelling te verlenen waarmee zij op weg naar een pechgeval over de pechstrook mogen rijden. Aan het gebruik van de vrijstelling zijn strenge voorwaarden verbonden. RWS stelt BOVAG en VACO-leden daarmee meer op een lijn met de bergers.

BOVAG helpt RWS bij de verstrekking van de vrijstelling per vestiging. Wilt u voor al uw vestigingen vrijstellingen ontvangen, zorg dan dat u alle vestigingen als BOVAG-lid heeft aangemeld. De vrijstelling is in totaal vijf jaar geldig is en loopt af op 1 juni 2021.

In dit dossier zet BOVAG alle belangrijke zaken over pechhulpverlening langs de snelweg en de daarbij geldende voorwaarden op een rij.

Pechhulpproces in het kort

  • Wanneer een truckdealer een melding ontvangt van een pechsituatie op het hoofdwegennetwerk maakt hij eerst de afweging of hij sneller kan repareren dan dat het voertuig wordt afgevoerd, of dat een bandenspecialist moet uitrukken. In alle gevallen dat besloten wordt uit te rijden naar het pechgeval moet eerst contact worden opgenomen met de verkeerscentrale in de betreffende regio. De telefoonnummers vindt u onderaan deze tekst. De verkeerscentrale beoordeelt dan eerst de verkeersituatie en overlegt met de truckdealer over zijn geplande interventie. Wanneer toestemming wordt verleend zal de verkeerscentrale ook actie ondernemen om een weginspecteur ter plaatse te sturen voor het verlenen van assistentie. Eenmaal op locatie heeft deze weginspecteur altijd de hoofdverantwoordelijkheid en moeten zijn instructies worden opgevolgd. Ook kan zo nodig een wegvak worden afgezet of afgekruist.
  • Mocht besloten worden de vrachtwagen toch weg te slepen, dan krijgt een berger via de verkeerscentrale en het CMV (Centraal Meldpunt Vrachtautoberging) de opdracht deze naar de dealer te brengen binnen een straal van 25 kilometer vanaf de pechsituatie.
  • Indien een dealer uitrijdt naar het pechgeval, dan mag hij gebruik maken van de vluchtstrook dankzij de ontheffing van RWS. Dit moet per geval in de administratie of op de werkorderbon zijn vastgelegd (en eventueel op verzoek van het bevoegd gezag ter inzage worden gegeven).
  • In de cabine van elk pechservicevoertuig moet het volgende liggen:
    • Een kopie van de ontheffing van RWS op naam van de truckdealer (geregistreerd op vestiging).
    • Een exemplaar van de Praktijkrichtlijn ‘Pechservice op auto(snel)wegen voor bedrijfsvoertuigen van meer dan 3.500 kg' (zie download onderaan deze pagina).
    • Een checklist die uw medewerker helpt te bepalen of hij voordat hij naar een pechgeval uitrijdt, eerst contact moet opnemen met een van de vijf regionale verkeerscentrales.
    • De certificaten van de pechservicemedewerkers waaruit blijkt dat zij adequaat zijn opgeleid. Deze certificaten mogen niet ouder zijn dan 5 jaar.

Voorwaarden vrijstelling voor rijden op de vluchtstrook

Rijkswaterstaat heeft BOVAG- en VACO-leden tot 1 juni 2021 ontheffing verleend voor het rijden op de vluchtstrook naar een pechgeval als er een file is. Deze ontheffing geldt alleen onder bepaalde voorwaarden. De politie kan hierop controleren.
  • Vanaf 1 januari 2017 hebben certificaten en passen, ontvangen na het volgen van de training ‘Veilig werken langs de weg’ een beperkte geldigheid. Een certificaat of pas is vanaf genoemde datum geldig als de eerste of oorspronkelijke uitgiftedatum niet langer dan een periode van vijf jaar is overschreden. Medewerkers die dus langer dan vijf jaar geleden de opleiding hebben gevolgd, dienen vóór genoemde datum op herhaling te geweest.
  • Certificaten en passen met een uitgiftedatum vanaf 1 januari 2017 zijn uitsluitend geldig als deze onder toezicht van de onafhankelijke Stichting Examenkamer zijn uitgegeven.
  • Het pechservicevoertuig dient zodanig te zijn uitgevoerd dat ten tijde van het verlenen van pechhulp de achterdeuren/achterklep hooguit slechts kortstondig worden geopend. Immers de alternerende verlichting en de rood-witte markering van het pechservicevoertuig moeten voor het langsrijdende verkeer constant goed zichtbaar zijn. In verband met de mogelijkheid om de deuren of klep te openen is het verstandig om de portieren ook aan de binnenkant te voorzien van rood retro-reflecterend materiaal. RWS pleit ervoor om te werken vanuit de rechter zijdeur van een pechservicevoertuig.
  • Het pechservicevoertuig is uitgerust met een geel zwaailicht bovenop het voertuig dat tijdens gebruik aan alle zijden goed zichtbaar is.
  • Pechservicevoertuigen moeten vanaf 1 oktober 2016 zijn voorzien van frontflitsers (geel) op de voorzijde (in de grill) van het voertuig.
  • De pechservicemedewerker dient veiligheidskleding te dragen die voldoet aan NEN-ISO 20471, veiligheidsklasse 3. Een hesje zonder mouwen volstaat dus niet. Het vest moet retro-reflecterende banden hebben en moet voorzien zijn van een CE-label. Deze kleding moet schoon zijn en gesloten worden gedragen.

Regels rond rijden en werken op de vluchtstrook

Bent u onderweg naar een pechgeval en rijdt of werkt u op de vluchtstrook, dan dient u zich aan de volgende regels te houden:
  • Op de vluchtstrook mag niet harder worden gereden dan 50 km/u.
  • Het verschil in snelheid met het overige verkeer is maximaal 20 km/u.
  • Staat het verkeer op de rijbaan stil, dan mag er op de vluchtstrook dus niet harder dan 20 km/u worden gereden.
  • Werk alleen op de vluchtstrook als de omstandigheden dat toelaten.  
  • Maak bij voorkeur geen gebruik van een aanhanger bij pechhulpservice. Dit onder andere in verband met de wendbaarheid en het zicht op het achteropkomende verkeer tijdens het invoegen in het verkeer vanaf de vluchtstrook. Als er toch een aanhanger wordt gebruikt dan gelden daarvoor dezelfde eisen als voor de achterzijde van een pechservicevoertuig (alternerende verlichting en rood-/witte markering).

Lees de praktijkrichtlijn

De praktijkrichtlijn ‘Pechservice op auto(snel)wegen voor bedrijfsvoertuigen van meer dan 3.500 kg’ is gewijzigd. U kunt deze downloaden onderaan deze pagina of meerdere exemplaren bestellen via truckdealers@bovag.nl. BOVAG adviseert u om de richtlijn goed door te lezen.
Daarnaast is het verplicht om een exemplaar in het servicevoertuig te leggen bij pechhulpverlening.

Centraal Meldpunt Vrachtauto-incidenten

Telefoonnummer Centraal Meldpunt Vrachtauto-incidenten (CMV): (071) 524 94 42. Dit nummer kunnen BOVAG-leden gebruiken voor het rechtsreeks inschakelen van de IM-Berger (zie praktijkrichtlijn p. 10-11).

Telefoonnummers Regionale verkeerscentrales

 
Noord- en Oost-Nederland (026) 483 42 92
Noordwest-Nederland (0255) 56 57 65
Zuidwest-Nederland (010) 503 21 50
Midden-Nederland (030) 280 66 66
Zuid-Nederland (040) 280 95 51

 

Vragen?

Heeft u een vraag over pechhulpverlening, neem dan contact op met BOVAG Ledenadvies, telefoon (030) 65 95 300.

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring