Terug

Twee onder een dak

Wet- en regelgeving
Leestijd: 3 min

Rudolf Meijer en Hans van Wieren zijn op papier elkaars concurrenten: ze verkopen allebei occasions, op dezelfde locatie in nota bene hetzelfde pand. Toch werken ze in de praktijk juist intensief samen. Hoe vraag en aanbod van vastgoed twee autobedrijven bij elkaar bracht. 

Bij Autobedrijf Meijer, occasionspecialist met een eigen werkplaats, kennen ze hun klanten bij naam. De persoonlijke benadering is volgens eigenaar Rudolf Meijer waardoor het bedrijf in korte tijd zo snel is gegroeid. Onder de radar was hij al langer op zoek naar een alternatieve locatie van zijn pand in Nijeveen. In een gesprek met zakenrelatie Hans van Wieren, vestigingsmanager van Opel-dealer Auto Palace Rijkmans, hoorde hij van de sluiting van de vestiging in Meppel. 

Dit gesprek leidde er uiteindelijk toe dat Meijer vorig jaar juni het pand in Meppel kocht van de familie Rijkmans, én zette Hans van Wieren op het spoor voor zichzelf te beginnen, ook als occasionverkoper. “In het pand, zo’n 5000 m2, had ik nog wel ruimte over, dus één en één was twee. Hans huurt nu ongeveer 250 m2 bij mij”, vertelt Meijer. Zo komt het dat er aan Industrieweg 3 in Meppel sinds eind vorig jaar twee occasionspecialisten actief zijn: Autobedrijf Meijer met een showroom en een werkplaats, Autohuis Van Wieren alleen met een showroom.  

Beide bedrijven hebben een eigen entree en gevelreclame. Hoewel ze op papier elkaars concurrenten zijn, werken ze in de praktijk juist intensief samen, legt Meijer uit. “We versterken elkaar: omdat Hans geen werkplaats heeft, verwijst hij al zijn klanten voor aftersales naar mij. En als ik een bepaalde auto niet heb, dan stuur ik mijn klant naar Hans. En met zijn ervaring brengt hij mij managementvaardigheden bij, ik ondersteun hem bij de digitalisering van zijn administratie en marketing.” 

Meijer is blij dat hij de sprong heeft gewaagd. “Elke ondernemer is bang de verkeerde keuze te maken. Maar met niet kiezen kom je ook niet verder.” In een opleiding die hij onlangs volgde, leerde hij ook dat je moet blijven werken aan je bedrijf. “Natuurlijk ben ik de vent in de tent, maar ik heb wel tijd gemaakt en geïnvesteerd om mijn droom om te groeien waar te maken. Daar ben ik nu heel blij mee.” 

Dit artikel is verschenen in de BOVAGkrant 2021-01
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring