De pagina wordt geladen...

Bovag logo
Recept voor ellende: energielabels, meer smaken maken nog geen beter gerecht
0%
Terug

Recept voor ellende: energielabels, meer smaken maken nog geen beter gerecht

Wet- en regelgeving10 jul 2026 Leestijd: 4 min

In deze rubriek nemen we overbodige, omslachtige of onwerkbare regels op de korrel die ondernemers zwaar op de maag liggen. BOVAG reikt de overheid ingrediënten aan voor verlichting en verbetering.

Hoe heet wordt de soep gegeten?

De regeldruk rondom verduurzaming is voor veel BOVAG‑ondernemers de afgelopen jaren fors toegenomen. Met name op het terrein van energiebeleid hebben bedrijven te maken met meerdere, deels overlappende verplichtingen. Zo is daar de energielabelplicht voor de kantoordelen van een bedrijf (minimaal label C voor kantoren > 100 m2). Maar ondernemers hebben óók te maken met de informatie‑ en energiebesparingsplicht (energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van vijf jaar nemen wanneer je meer dan 50.000 kWh aan elektriciteit en/of meer dan 25.000 m3 gas verbruikt). Maar dat energielabel dreigde ook voor garages en werkplaatsen te gaan gelden. Inmiddels lijkt de soep wat afgekoeld. 

Wat vindt BOVAG daarvan?

BOVAG vindt dat regels en wetten effectief en uitvoerbaar moeten zijn. En dat de belasting van de ondernemer door die regels in verhouding moet staan tot de opbrengst. Een energielabel voor garages en werkplaatsen schiet volgens BOVAG zijn doel voorbij. Het energieverbruik in dit soort ruimtes wordt vooral bepaald door bedrijfsprocessen (roldeur die vaak open en dicht gaat) en specifieke kenmerken zoals veel hoogte en verplichte ventilatiesystemen. En niet door allerlei isolatievoorzieningen. Een energielabel voor deze bedrijfsruimtes geeft daardoor geen realistisch beeld van de energieprestatie en stimuleert nauwelijks zinvolle verduurzaming. Het risico is groot dat ondernemers vooral tijd en geld kwijt zijn aan administratieve verplichtingen, zonder dat dit leidt tot echte milieuwinst.

Daar komt bij dat veel mobiliteitsbedrijven al onder de informatie‑ en energiebesparingsplicht vallen. Deze plicht sluit beter aan bij de dagelijkse praktijk, omdat deze juist kijkt naar het totaalbeeld, te weten maatregelen in processen, installaties én gebruik. Het daar bovenop stapelen van een labelplicht voor de werkplaats zorgt vooral voor extra regeldruk. Terwijl het weinig tot niks oplevert.

Wat is het recept voor verbetering?

Volgens BOVAG begint goede regelgeving bij aansluiting op de bedrijfspraktijk. Dat betekent:

  • Geen generieke verplichtingen voor gebouwdelen of functies waarvoor ze aantoonbaar niet werken, zoals garages en werkplaatsen.
  • Focus op werkelijk energiegebruik en besparingsmogelijk­heden in processen, in plaats van papieren indicatoren zoals een energielabel.
  • Voorkomen van dubbele of tegenstrijdige plichten die ondernemers op kosten jagen zonder dat het extra verduurzaming oplevert.
  • Duidelijke uitzonderingen waar maatregelen technisch of economisch niet haalbaar zijn.

Eenvoudige, consistente en realistische regels zorgen ervoor dat verduurzaming betaalbaar, efficiënt en aantrekkelijk is en blijft voor ondernemers.

Wat doet BOVAG?

BOVAG zet zich actief in om regeldruk voor ondernemers te beperken en beleid werkbaar te maken. En gelukkig heeft dat ook effect. Zo bleek onlangs dat er inmiddels voorzien is in een uitzondering voor garages en werkplaatsen als het gaat om de energielabelplicht. Deze uitzondering is nu opgenomen in het Nationaal Renovatie Plan, de Nederlandse uitwerking van de nieuwe Europese Energy Performance of Buildings‑richtlijn (EPBD). BOVAG heeft er alle vertrouwen in dat deze zeer gewenste uitzondering binnenkort definitief is. En dat scheelt een slok op een borrel.

Dit artikel is verschenen in BOVAGkrant 4-2026.

Door gebruik te maken van onze website geef je toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.