PMT verwacht in 2026 een nieuw pensioenstelsel te kunnen doorvoeren
Terug

Nieuwe pensioenwet in de maak

Wet- en regelgeving
Leestijd: 8 min

Een nieuw pensioenstelsel is in de maak en het pensioenfonds PMT heeft een nieuwe voorzitter. Hoe zit het allemaal precies, wat wijzigt er, wanneer en wat moet ik hier als werkgever mee doen? We vroegen het Terry Troost, de nieuwe voorzitter namens werkgevers van het bestuur van het Pensioenfonds Metaal en Techniek (PMT). 

BOVAG-leden zijn als werkgever aangesloten bij PMT, het grootste marktpensioenfonds van Nederland. Financieel diecteur van BOVAG, George de Booij, is sinds februari dit jaar bestuurder bij PMT. Sinds 1 januari van 2021 is Terry Troost namens u voorzitter van PMT. Hij is voormalig HR-directeur en is in zijn huidige rol veel in gesprek met werkgevers om te weten hoe zij denken over hun pensioen, waar hun zorgen zitten, wat PMT beter kan doen en wat werkgevers belangrijk vinden in bijvoorbeeld het beleggingsbeleid. Troost: “Ik doe dat graag met onze deelnemers en gepensioneerden samen, want alleen op die manier kan ik uw belangen goed behartigen.”

 

Waarom vernieuwen? 

Hoewel Nederland wereldwijd bekeken een van de betere pensioenstelsels heeft, moet het toch worden vernieuwd. De lage rentestand maakt pensioeninkoop voor pensioenaanbieders duurder dan ooit waardoor pensioenen niet meer kunnen meestijgen met de loonontwikkeling en tot aan de coronacrisis ook niet met de economie. Het groeiende aantal zzp’ers en het feit dat mensen niet meer hun hele leven bij hetzelfde bedrijf werken of in dezelfde branche, maken dat het huidige pensioenstelsel volgens PMT niet meer aansluit bij de praktijk. “Onze samenleving vraagt om maatwerk en keuzevrijheid”, aldus Troost.

BK-04-21-P-12-13-PMT-verhaal-Terry-Troost-700x466-(1).jpg

Wat gaat er veranderen? 

De grootste verandering is dat pensioenen van een uitkerings- naar een premieregeling gaan. Dat wil zeggen dat deelnemers geen toezegging meer krijgen over de hoogte van de pensioenuitkering. De premies gaan in een collectief vermogen waarover rendement wordt gemaakt. Dit beleggingsrendement wordt vervolgens toebedeeld aan de individuele opgebouwde pensioenen. Wanneer een medewerker met pensioen gaat, wordt de pensioenuitkering vanuit dit persoonlijke vermogen gefinancierd. 

Troost licht toe: “Het wordt straks duidelijker wat deelnemers aan geld inleggen, wat ze daarmee aan vermogen opbouwen en wat ze daarvoor straks aan pensioen kunnen verwachten. Het pensioen is straks beweeglijker. Het gaat eerder omhoog als het economisch beter gaat en omlaag als het economisch slechter gaat. We gaan de komende periode veel tijd stoppen in het helder uitleggen van deze verandering en die zichtbaar maken.” 

Wat vindt PMT van deze wijziging? 

“Ik hoop dat het nieuwe stelsel leidt tot meer vertrouwen in de opbouw van pensioenen. Deelnemers zien straks precies wat er voor hen opzij is gezet. Verder komt er een duidelijkere en directere link met de economie. Als het slecht gaat, kan je vermogen dalen. Als het goed gaat, zal het stijgen. Dat is eenvoudiger uit te leggen dan het huidige stelsel.” 

Op de vraag of de link met de economie niet juist voor meer onzekerheid gaat zorgen bij deelnemers antwoordt Troost: “Ik denk dat mensen straks moeten wennen aan wat ze op hun pensioenoverzicht zien. Ze zien wat er is ingelegd in het persoonlijk vermogen en wat dit dan betekent voor een pensioenuitkering in een neutraal, een negatief en een gunstig scenario. Het huidige stelsel met de discussie over de dekkingsgraden en mogelijke verlagingen geeft nu ook al het spanningsveld aan dat het pensioen geen absolute zekerheid is. Overigens blijven er ook elementen behouden uit het huidige stelsel waar PMT zich hard voor heeft gemaakt en waar ik blij mee ben. Een voorbeeld daarvan is de verplichting dat elke medewerker pensioen moet opbouwen. Ook de grondslag van solidariteit en het delen van risico’s vind ik belangrijk en die veranderen niet in de nieuwe situatie. Verplichtstelling voorkomt namelijk dat pensioen een concurrerende arbeidsvoorwaarde wordt tussen werkgevers. Solidariteit en risicodeling bieden deelnemers zekerheid en houvast, bijvoorbeeld bij ziekte.”

34.000ondernemingenzijn aangesloten bij PMT.
1,3 miljoen deelnemersheeft PMT in totaal (700.000 voormalige pensioenopbouwers).
12 bestuursledenkent het PMT, waarvan 6 vanuit werkgeversorganisaties, 4 vanuit de vakbonden en 2 vanuit de gepensioneerden.

2022/2026 

De invoering van het nieuwe pensioenstelsel laat nog even op zich wachten. De sociale partners hebben een akkoord bereikt over het nieuwe stelsel en nu is het aan minister Koolmees om een wetsvoorstel te doen aan de Tweede en Eerste Kamer. Deze pensioenwet verwacht Koolmees op 1 januari 2023 klaar te hebben. Zodra de Tweede en Eerste kamer de nieuwe pensioenwet goedkeuren, wordt die van kracht. Pensioenfondsen krijgen dan nog wel de tijd om alles goed in te regelen. PMT streeft naar invoering in 2026.

Wanneer moet ik als werkgever hier iets mee doen? 

Voorlopig verandert er voor werkgevers nog niets wezenlijks op het gebied van pensioenen. PMT gaat naar verwachting in 2026 de nieuwe regeling uitvoeren. Het pensioenfonds heeft toegezegd om in de tussenliggende jaren regelmatig  en helder te communiceren naar werkgevers en deelnemers zodat iedereen weet wat er gaat veranderen en of er actie van hen wordt verwacht. Hoe de premies voor werkgevers en werknemers zich in het nieuwe stelsel zullen ontwikkelen, hangt af van de gesprekken die de komende tijd gevoerd worden door de sociale partners.

Voor BOVAG-leden die vragen hebben over het pensioen bij PMT is er een speciale pensioencoach, Freddo Wieringa. U kunt hem bereiken via fwi@bpmt.nl of door te bellen met  06 21 24 51 69. Meer informatie over het nieuwe pensioenstelsel is te vinden op pmt.nl/pensioenakkoord.

Dit artikel is eerder verschenen in BOVAGkrant 04-2021.
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring