De pagina wordt geladen...

Bovag logo
Bpm bij import: hoe zit het ook alweer?
0%
Terug

Bpm bij import: hoe zit het ook alweer?

Wet- en regelgeving28 apr 2026 Leestijd: 4 min

De Belastingdienst gaat autobedrijven die gebruikte voertuigen importeren nadrukkelijker controleren op de juiste afschrijving van de bpm. BOVAG zet op een rij hoe je dit op een goede manier doet en waarom dit belangrijk is.

Bij import van bijvoorbeeld een auto of motorfiets moet aanschafbelasting (bpm) worden betaald over de huidige waarde van het voertuig. Als het gaat om een gebruikt voertuig, hoeft niet de volledige bpm te worden betaald. Er geldt een afschrijving, die gebaseerd mag worden op:

  • De leeftijdsafhankelijke wettelijke tabel
  • Een koerslijst
  • Een taxatierapport

Het taxatierapport mag alleen worden gebruikt als er geen koerslijstwaarde beschikbaar is of wanneer het voertuig meer schade heeft dan de normale gebruikssporen die passen bij de leeftijd en kilometerstand. Is er sprake van schade, dan mag er een percentage van de waarde worden afgetrokken.

Veilige methode

Volgens José Burgemeester, relatiemanager Belastingdienst/RDW bij BOVAG, is het gebruik van de wettelijke tabel de veiligste methode voor het bepalen van de bpm-afschrijving. “Past die in een specifieke situatie niet goed, dan is een koerslijst een goed alternatief. We hebben met de Belastingdienst afgesproken dat als de koerslijst correct wordt toegepast, dat de Belastingdienst daar in principe niet over in discussie gaat met de belastingaangever. Staat er iets opvallends of afwijkends in de koerslijst, dan neemt de fiscus contact op met de koerslijstprovider. De belastingaangever is in dat geval niet aansprakelijk, mits de koerslijst goed is gebruikt.” Komt het voertuig niet voor in de tabel of in de koerslijst of is er sprake van schade, dan kun je een taxateur inschakelen. José: “Daarbij geldt wel een belangrijke waarschuwing: let op dat er een realistische bpm wordt berekend. Maakt een taxateur er een potje van, dan blijft de ondernemer aansprakelijk voor een te lage afdracht.”

Controle per belastingaangever

De Belastingdienst gaat voortaan op een andere manier controleren of de bpm op een juiste manier wordt berekend. Waar de Belastingdienst voorheen met een steekproef individuele voertuigen controleerde op de juiste berekening van bpm, ligt de focus nu op de belastingaangever als geheel. Was er in het verleden een te lage bpm berekend, dan kon dat nog als vergissing worden gezien. Ziet de Belastingdienst nu een patroon van te lage aangiftes bij hetzelfde bedrijf, dan loop je tegen de lamp. Dat kan leiden tot flink oplopende naheffingen en boetes. Kortom: kies bewust de juiste methode, pas die zorgvuldig toe en let op een onderbouwde, realistische berekening. Zo houd je je aan de regels en zorg je voor een gelijk en eerlijk speelveld voor ondernemers in de mobiliteitsbranche.

Inzicht in bpm-afschrijvingsmethode

In het OVI-portaal is inzichtelijk welke afschrijvingsmethode gebruikt is voor het bepalen van de bpm. Dit is inzichtelijk voor voertuigen die sinds 1 januari 2022 zijn ingeschreven. Ook kopers hebben daarmee inzicht in dat de taxatiemethode is toegepast en dat er in het verleden dus sprake was van schade, tenzij het om een exclusief voertuig gaat dat niet op de koerslijst staat. Kijk op ovi.rdw.nl.

Dit artikel is verschenen in BOVAGkrant 2-2026.

Door gebruik te maken van onze website geef je toestemming voor het plaatsen van tracking cookies.