De pagina wordt geladen...

De vrachtwagenheffing wordt op 1 juli 2026 ingevoerd in Nederland. Eigenaren van vrachtwagens gaan dan betalen voor het gebruik van snelwegen en een aantal N-wegen. Vrachtwagens moeten op die datum zijn voorzien van een tolkastje (On Board Unit, OBU) om de heffing te kunnen betalen. Volgens de RDW zijn veel ondernemers goed voorbereid, maar leven er toch nog vragen over de invoering en regels. Daarom zet RDW zes misverstanden op een rij.
De vrachtwagenheffing geldt voor alle voertuigen in de categorieën N2 en N3. Deze hebben een technische maximum massa van meer dan 3.500 kg. Daaronder vallen ook kleinere vrachtwagens die in de praktijk soms lijken op grote bestelwagens en die je met een B-rijbewijs kan rijden.
Bedrijven die twijfelen of een voertuig onder deze categorie valt, kunnen dit controleren via het kentekenbewijs of de kentekencheck op rdw.nl. Staat daarop bij de letter J (voertuigcategorie) ‘N2’ of ‘N3’? Dan is het voertuig een vrachtwagen. Regel dan snel nog een tolkastje.
Ook bedrijven zonder eigen vrachtwagens kunnen met de heffing te maken krijgen. Bijvoorbeeld doordat vervoerders hun transporttarieven aanpassen. Het is daarom verstandig om hierover tijdig in gesprek te gaan met vervoerders en andere partners in de keten.
De vrachtwagenheffing geldt voor alle voertuigen in de categorieën N2 en N3. Het maakt niet uit hoe en waarvoor het voertuig wordt gebruikt. Niet alleen vrachtwagens van transportbedrijven, maar bijvoorbeeld ook hijskranen, paardentrailers en verkoopwagens in de voertuigcategorie N2 en N3 vallen onder de vrachtwagenheffing. Ook maakt het niet uit of een vrachtwagen privé of zakelijk wordt gebruikt, waarvoor het voertuig wordt gebruikt of dat het voertuig vol of leeg is.
Dat is niet verstandig. Bij toldienstaanbieders en tankcardleveranciers kunnen bedrijven al enkele maanden terecht voor een tolkastje. De aanbieders hebben elk hun eigen voorwaarden en levertijden, waardoor het verstandig is om na te gaan welke het best bij de situatie van het bedrijf past. Wie wacht met het regelen van een tolkastje, kan misschien niet bij de leverancier van zijn keuze terecht. Regel het daarom nu. Zonder werkend tolkastje in de cabine mag de truck niet de weg op en loopt een bedrijf na 1 juli een groot risico op een boete.
Een bestaand tolkastje waarmee nu al in het buitenland wordt gereden, is niet automatisch geschikt voor de vrachtwagenheffing in Nederland. Niet alle boordapparatuur werkt in elk land en niet elk contract is standaard actief voor Nederland. Daarom is het belangrijk om bij de huidige aanbieder te controleren:
Is je kastje niet geschikt voor Nederland? Regel dan alsnog een kastje dat wel in Nederland werkt.
Sommige bedrijven weten dat vrachtwagenheffing eraan komt, maar hebben niet goed geregeld wie verantwoordelijk is voor het regelen van het tolkastje. Dan valt het aanvragen van een tolkastje misschien tussen wal en schip. Dat geldt met name voor bedrijven waarbij transport niet de hoofdactiviteit is. Neem niet aan dat een ander het wel regelt, maar kom in actie.
Nee. De handhaving start direct op 1 juli. Vanaf dat moment loopt een bedrijf het risico op een boete als een vrachtwagen rijdt zonder werkend tolkastje. Dat geldt voor Nederlandse en buitenlandse vrachtwagens. Wel is de boete in het eerste half jaar de helft van het normale boetebedrag. De boete voor rijden zonder contract met een toldienstaanbieder is dan 400 euro in plaats van 800 euro. Rijden met een tolkastje dat uit staat, niet goed werkt of bij een andere vrachtwagen hoort kost 250 euro in plaats van 500 euro.
Kijk op mijn.bovag.nl/vrachtwagenheffing of ga voor uitgebreide en actuele informatie naar vrachtwagenheffing.nl. De RDW voert een uitgebreide informatiecampagne over de aankomende vrachtwagenheffing in binnen- en buitenland. Onderdeel daarvan is dat de RDW in juni met informatiestands aanwezig is op vier rustplaatsen in Nederland. Vrachtwagenchauffeurs en transportondernemers kunnen daar terecht met vragen over de vrachtwagenheffing, het tolkastje en de voorbereiding op 1 juli.