De pagina wordt geladen...

De autobranche zette in 2025 4,7 miljard euro om in de werkplaats. Dat is 100 miljoen minder dan een jaar eerder. Opvallend daarbij is dat het aantal onderhoudsmomenten steeg, van 13,2 miljoen naar 13,3 miljoen. Er wordt dus minder uitgegeven per onderhoudsbeurt. Daarbij lijken dealers (stijging) en onafhankelijke autobedrijven (stabiel) de dans te ontspringen. Vooral bij fastfitters en ’zelf doen’ daalt de uitgave aan onderhoud. Dit blijkt uit de BOVAG-RAI Aftersales Monitor 2025, uitgevoerd door Multiscope.
Vorig jaar werd per werkplaatsbezoek 352 euro uitgegeven. Dat is 12 euro minder dan een jaar eerder. Ook per auto, gemeten over een jaar, werd minder uitgegeven: 715 euro in 2025 tegen 743 euro een jaar eerder. Dat het totaal aantal onderhoudsmomenten niettemin steeg van 13,2 miljoen naar 13,3 miljoen, is toe te schrijven aan de groei en de veroudering van het wagenpark.
Als we de kosten van een werkplaatsbezoek uitsplitsen naar aandrijving, dan valt op dat de uitgaves aan PHEV’s sterk teruglopen. Werd in 2024 gemiddeld nog 598 euro per jaar uitgegeven aan onderhoud en reparatie van een PHEV, in 2025 was met liefst 105 euro gedaald naar 493 euro. Bij de EV daalde het jaarbedrag met 38 euro naar 294 euro in 2025. En bij auto’s met verbrandingsmotor was het jaarbedrag voor reparatie en onderhoud relatief stabiel op 779 euro (tegen 798 euro in 2024).
Waar de werkplaatsuitgaven bij onafhankelijke autobedrijven en dealers redelijk stabiel zijn of zelfs iets stijgen, daar dalen de uitgaven die gedaan worden bij fastfitters en bij doe-het-zelf.
De BOVAG-RAI Aftersales Monitor bevat een schat aan informatie over de aftersalesmarkt. Die informatie is exclusief toegankelijk voor leden van BOVAG en RAI Vereniging via de onderstaande link.