De pagina wordt geladen...

Per 1 januari 2027 vervallen de fiscale inrichtingseisen voor campers en is de RDW de enige instantie die bepaalt of een voertuig als kampeerauto (categorie M1/SA) wordt geregistreerd. De Belastingdienst volgt vanaf dat moment het oordeel van het RDW-kentekenregister voor de berekening van de bpm en de mrb.
Dit is positief, omdat er nu geen verschil in interpretatie meer kan bestaan tussen de RDW en Belastingdienst. Op dit moment kan het nog gebeuren dat een consument een camper koopt die volgens de indeling van de RDW als camper gezien wordt, maar niet aan de eisen van de Belastingdienst voldoet. Dit is moeilijk uit te leggen en kan vanaf 1 januari 2027 dus niet meer gebeuren.
Een voertuig kan alleen als kampeerwagen worden aangemerkt wanneer het een personenauto of bus is of wordt. Een kampeerwagen is een voertuig dat voorzien is van een woongedeelte met ten minste de volgende uitrusting die vast in het woongedeelte bevestigd is:
a. tafel, die eventueel eenvoudig te verwijderen is;
b. stoelen;
c. slaapgelegenheid, eventueel door de stoelen om te vormen;
d. Kookvoorzieningen (een kraan is niet vereist) en
e. opbergmogelijkheden;
BOVAG stelde hierbij aanvullende vragen aan de RDW: