De pagina wordt geladen...

De kwaliteit van het rijonderwijs is in Nederland niet overal op het vereiste niveau en leerlingen moeten bovendien vaak te lang wachten op een examen. BOVAG zet zich in voor goed rijonderwijs, geen wachttijden bij het CBR en een betaalbaar rijbewijs. Hoe we dat doen, lees je in de standpunten van BOVAG op deze pagina.
De kwaliteit van rijonderwijs is bij een deel van de rijscholen ondermaats. BOVAG wil dat het slaginspercentage fors hoger komt te liggen en dat goed presterende rijscholen, bijvoorbeeld via een erkenning, aanvullende opleidingen mogen verzorgen. Leerlingen worden nog te vaak op praktijkexamen gestuurd zonder dat zij het autorijden voldoende onder de knie hebben. Daardoor ligt het gemiddelde slagingspercentage voor het praktijkexamen B op 49,8 procent (2025). Voor het theorie-examen voor rijbewijs B is het gemiddelde slagingspercentage veertig procent (2025). Deze lage slagingspercentages leggen te veel druk op de schaarse examencapaciteit bij het CBR. Ook worden leerlingen zo onnodig op hoge kosten gejaagd, omdat zij na een gezakt examen nieuwe lessen moeten volgen en opnieuw praktijkexamen moeten doen.
De wachttijden voor examens bij het CBR waren de afgelopen jaren te lang. Hoewel de laatste maanden de wachttijden significant zijn teruggedrongen, hoeft er maar één incident plaats te vinden - zoals bij weeralarm code rood alle examens worden geannuleerd - en de wachttijden lopen direct weer op met acht tot twaalf weken. Daardoor kan het maanden duren voordat een examenkandidaat opnieuw is ingepland. Zowel de lage slagingspercentages als de wachttijden bij het CBR veroorzaken een forse kostenstijging voor het behalen van het rijbewijs.
Een erkenningsregeling voor rijscholen biedt het CBR de mogelijkheid om slecht presterende en dubieuze rijscholen uit te sluiten van examinering. Het inschrijfreglement van het CBR biedt hier op dit moment nog geen mogelijkheden voor. Daarnaast is een erkenningsregeling noodzakelijk om de mogelijkheden uit de nieuwe Europese Rijbewijsrichtlijn, zoals code 78 (automaatcode), goed uit te kunnen voeren (zie ook verderop). Wat BOVAG betreft hoort daarbij ook: een ondergrens voor het slagingspercentage, financiële degelijkheid, inzichtelijke administratie en een VOG.
De herziene vierde Europese Rijbewijsrichtlijn biedt veel meer ruimte om van elektrisch lessen de norm te maken. Rijscholen willen van harte meewerken aan verduurzaming. Vanaf 2035 worden bovendien vrijwel geen schakelauto’s meer geproduceerd. Tegelijkertijd bestaat een groot deel van het wagenpark nog uit schakelauto’s en is de kans groot dat de eerste auto van een beginnende bestuurder een betaalbare, oudere schakelauto is.
BOVAG is daarom voorstander van een vloeiende rijopleiding waarbij de leerling start met elektrisch lessen, vervolgens een korte schakelmodule doet in een brandstofauto en daarna weer praktijkexamen doet in een elektrische auto. Na afronding ontvangt de leerling een volledig rijbewijs B zonder code 78. Dit sluit goed aan bij het nieuwe Europese voorstel, waarin wordt voorgeschreven dat code 78 kan vervallen op het rijbewijs wanneer een aanvullende training van minimaal zeven uur is gevolgd en/of met succes een examen is gedaan. Hiervoor is wel een erkenningsregeling voor rijscholen noodzakelijk, omdat Europa voorschrijft dat lidstaten toezicht moeten houden op deze aanvullende training en/of het examen. Dat zou kunnen door middel van een erkenning. Het staat rijopleiders natuurlijk vrij om ook een volledige schakelopleiding of elektrische rijopleiding aan te bieden. Bij een volledig elektrische rijopleiding blijft code 78 wel bestaan, omdat de leerling niet heeft leren schakelen.
BOVAG is voorstander van de mogelijkheid dat rijinstructeurs direct hun lesbevoegdheid voor de motorfiets (A), vrachtwagen (C) of bus (D) kunnen halen, zonder dat zij eerst hun lesbevoegdheid voor rijbewijs B moeten behalen. Hiermee wordt het aantrekkelijker om rijinstructeur voor de motor, vrachtwagen of bus te worden.
BOVAG wil onderzocht hebben of de tussentijdse toets (TTT) uitgevoerd kan worden door rijscholen met een erkenning. Denk daarbij aan een erkenningensysteem vergelijkbaar met de APK-erkenning. Op korte termijn pleit BOVAG voor een pilot waarbij goede en ervaren (RIS-)rijinstructeurs de tussentijdse toets (TTT) afnemen in plaats van CBR-examinatoren. Zo kan je in kaart brengen hoe zo'n tussentijdse toets kan worden vormgegeven, en hoe dat in de praktijk zou kunnen werken met de officiële vrijstellingen in de TTT voor het praktijkexamen B.
BOVAG wil dat leerlingen pas naar het praktijkexamen worden gestuurd als zij voldoende verkeersinzicht en praktijkervaring hebben opgedaan en dus een reële kans van slagen hebben. Leerlingen onnodig op examen sturen, legt te veel druk op de examencapaciteit van het CBR en leidt tot hogere kosten voor leerlingen. Met de uitrol van de maatregelen uit het rapport ‘Van Rijles naar Rijonderwijs’ wordt dit geborgd in de examengereedverklaring. Daarbij is het belangrijk dat praktijkexamens binnen een redelijke termijn kunnen worden ingepland. In het verleden liepen de wachttijden op tot 26 weken. In die omstandigheden is het lastig voor een rijschool om pas een examen aan te vragen wanneer de leerling daar klaar voor is.
Sinds 2019 werkt BOVAG samen met de sector, collega-brancheorganisaties, het CBR en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan het verbeteren van de kwaliteit van het rijonderwijs. Dit heeft in 2021 geleid tot het rapport ‘van Rijles naar Rijonderwijs’. Het rapport bestaat uit negentien verschillende maatregelen die de kwaliteit van het rijonderwijs sterk moeten verbeteren. BOVAG blijft zich inzetten voor snelle uitvoering van dit rapport. De verdere uitwerking van het wetsvoorstel, de internetconsultatie en de uitvoeringstoetsen staan gepland voor 2027. Hier kun je de laatste stand van zaken teruglezen.

BOVAG is voorstander van de mogelijkheid om sancties op te leggen als laatste stok achter de deur. Als een rijinstructeur na drie keer niet geslaagd is voor het nieuwe theorie- en praktijkexamen, verliest een instructeur het WRM-certificaat (Wet rijonderricht motorrijtuigen). De rijinstructeur mag dan niet langer lesgeven en zal opnieuw zijn bevoegdheid moeten halen. 87 procent van de rijinstructeurs behoudt het WRM-certificaat na een voldoende resultaat bij de eerste praktijkbegeleiding. In 2025 konden vijftien rijinstructeurs (0,1 procent van het totaal) na drie pogingen nog steeds niet hun WRM-certificaat vernieuwen. De bevoegdheid van deze instructeurs werd terecht niet verlengd.
De wachttijden voor praktijkexamens bij het CBR zijn de laatste periode flink teruggedrongen, maar daar was wel een ingrijpende maatregel voor nodig: het tijdelijk schrappen van de tussentijdse toets (TTT). Het is belangrijk dat de wachttijden voor praktijkexamen nu structureel binnen de afgesproken normen vallen. Daarvoor moet het slagingspercentage omhoog en moet het CBR blijven investeren in het aantrekken en opleiden van voldoende examinatoren. BOVAG beoordeelt nieuwe taken voor het CBR, zoals een nieuw examen ter afsluiting van de schakelmodule (vierde Europese Rijbewijsrichtlijn), ook in het licht van de gevolgen voor de wachttijden bij het CBR.
BOVAG lobbyt voor rijonderwijs van hoge kwaliteit. We werken daarin nauw samen met het CBR, de ANWB, de Koepel Rijopleiding & Verkeerseducatie (KRV) en met andere stakeholders.
De standpunten van BOVAG worden opgesteld door het team Public Affairs in samenspraak met de branchemanager en voorzitter van BOVAG Rijscholen. Deze standpunten worden steeds besproken met en getoetst bij het bestuur van de afdeling en waar nodig bij andere relevante afdelingen binnen BOVAG.