SER-advies: vast werk moet kunnen meeveren met bedrijfseconomische omstandigheden

Laatste update 02 juni 2021 Leestijd: 4 min

Ondernemersorganisaties hebben in de SER een sociaaleconomisch advies voor de middellange termijn opgesteld. Speerpunten zijn: zekerheid van werk en inkomen, hoger verdienvermogen en wendbaarheid van bedrijven, kansengelijkheid en een duurzaam leefklimaat. Dat gebeurt onder meer door aan de ene kant flexwerk af te bouwen en aan de andere kant vast werk flexibeler te maken. Concretisering kan overigens wel 8 tot 10 jaar in beslag nemen.

Het advies voor het toekomstig kabinet is in samenspraak met SER-kroonleden en de vakbeweging opgesteld en vandaag aangeboden aan de informateur. Het behelst de volgende voorstellen:

  • Geen lastenverzwaringen en bezuinigingen in de komende jaren. 
  • Verbetering van het (funderend) onderwijs en een samenhangend stelsel van kindvoorzieningen. 
  • Een nieuwe infrastructuur om mensen van werk naar werk te begeleiden om zo mensen werkzekerheid en inkomenszekerheid te bieden. 
  • Een verhoging van het wettelijk minimumloon. Door het hanteren van een franchise (vrijstelling) in de premieheffing betekent dat: geen lastenverzwaring voor ondernemers. 
  • De werkgever kan bij economische tegenslag de arbeidsduur tijdelijk met maximaal 20 procent verkorten om ontslagen te voorkomen; de overheid compenseert 75% van de loonkosten. 
  • Na een jaar ziekte van een werknemer richt de re-integratie zich op werk buiten het eigen bedrijf, tenzij de werkgever anders besluit. Zo heeft de werkgever na een jaar duidelijkheid. 
  • Als nieuwe, vrijwillige ontslagroute, naast UWV en rechter, komt er een van-werk-naar-werktraject, waarbij de werkgever geen transitievergoeding betaalt.
  • De versnipperde regelingen voor verlof worden gestroomlijnd.
  • Net als nu niet meer dan drie tijdelijke contracten gedurende maximaal drie jaar. De onderbrekingstermijn van een half jaar – waarna de drie tijdelijke contracten weer opnieuw kunnen worden aangegaan – vervalt en is straks alleen nog mogelijk voor seizoensarbeid en scholieren en studenten. De draaideurconstructie kan straks niet meer.
  • Oproepcontracten en nulurencontracten worden vervangen door basiscontracten met een kwartaaluren- of jaaruren-norm. Met als uitzondering scholieren en studenten. 
  • De periode waarin voor uitzendkrachten geldt: geen werk, geen loon, wordt wettelijk vastgesteld op 52 weken. Na de eerste 52 weken geldt een maximum van zes tijdelijke contracten gedurende 2 jaar. De onderbrekingstermijn geldt alleen voor seizoenswerk en scholieren en studenten. Gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten gelden vanaf de eerste werkdag. 
  • De zelfstandigenaftrek wordt geleidelijk vervangen door fiscale faciliteiten voor zelfstandig ondernemers die daadwerkelijk risico lopen met eigen investeringen. Zelfstandigen krijgen recht op en gaan zelf bijdragen aan een sociaal vangnet á la de Tozo. Wanneer een zzp’er meent dat hij/zij een schijnzelfstandige is, kan hij/zij naar de rechter; bij een zzp-tarief onder 30-35 euro per uur. De opdrachtgever moet dan bewijzen dat dit niet zo is. Daarboven geldt het omgekeerde: de opdrachtnemer moet bewijzen dat er sprake is van een dienstbetrekking. Er is géén sprake van een minimumtarief voor zzp’ers. 

Hoe nu verder?

De besturen van MKB-Nederland, VNO-NCW en de besturen van de vakcentrales hebben ingestemd. Het ledenparlement van de FNV zal zich binnenkort uitspreken.

BOVAG zal de voortgang van het advies de komende jaren nauwgezet volgen en wanneer er verdere uitwerking plaatsvindt in wetgeving is BOVAG hierbij betrokken via de vertegenwoordiging in besturen en commissies van MKB-Nederland en VNO-NCW. BOVAG zal de nieuwe regelgeving altijd toetsen aan de BOVAG Ondernemersagenda: eerlijk, haalbaar, betaalbaar en uitvoerbaar.

Download het volledige SER-ontwerpadvies

Deze artikelen zijn ook interessant

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring