Een visie op de mobiliteitsretail in 2030.
Terug

Nieuwe spelers zijn welkom

Over BOVAG Verhaal
Leestijd: 8 min

Een visie op de mobiliteitsretail in 2030. Dat klinkt nog een heel eind weg, maar toch is het goed om nu al na te denken over hoe de wereld er dan uit kan zien. “Het is BOVAG’s taak om een kompas te zijn voor de leden.” In gesprek met voorzitter Bertho Eckhardt en directeur Peter Niesink over nut en noodzaak van zo’n visie. 

BOVAG ontwikkelde in 2017 een visie op de mobiliteitsretail in 2030. Daarin schetst de vereniging welke trends invloed hebben op de branche, wat de kans is dat ze blijvend zijn en in welke toekomstscenario’s ze een rol gaan spelen. Dat de technologische ontwikkelingen in auto’s en fietsen van BOVAG-leden gevolgen hebben voor de soort en hoeveelheid werk dat ze straks nog kunnen doen, kan inmiddels wel als een zekerheid worden aangenomen. Maar wat precies de invloed zal zijn van bijvoorbeeld de verstedelijking op de business van een mobiliteitsretailer, dat is minder duidelijk. En de invloed van de overheid op de kosten voor mobiliteit? Is die groot of klein? En als je dat weet, wat betekent dat dan voor de opvatting dat we ‘van bezit naar gebruik’ gaan? Met al die kennis over zulke trends beschreef BOVAG samen met onderzoeksbureau RevelX mogelijke toekomstbeelden voor de mobiliteitsretail in 2030. Een paar zaken zijn goed te voorspellen, namelijk dat er partijen komen die zich met de business van de huidige mobiliteitsbedrijven gaan bemoeien, zoals de zogenaamde netwerkregisseurs. Voor de consument wordt de beleving bij het product en concept steeds belangrijker. Netwerkregisseurs zullen vooral de toegang tot de consument gaan regisseren. Daarom is het belangrijk dat de traditionele mobiliteitsretailer met meer partijen gaat samenwerken om samen een totaalconcept aan de man te brengen. In 2030 zal de mobiliteitsbranche er anders uit zien, met nieuwe spelers, disciplines en rollen, dat maakt de visie van BOVAG in ieder geval duidelijk. Maar voor een deel blijft het gissen naar óf en hoe sommige trends doorzetten. Wat kun je als BOVAG-lid nu dan al met zo’n visie? BOVAGkrant vraagt het aan algemeen voorzitter Bertho Eckhardt en algemeen directeur Peter Niesink.

“Onze leden stoppen geen energie meer in de oude stammenstrijd”
Bertho Eckhardt | algemeen directeur

Wat maakt deze Visie op Mobiliteitsretail in 2030 zo noodzakelijk?

Eckhardt: “Als brancheorganisatie moet je ontwikkelingen in de markt en bij de consument tijdig signaleren en duiden en naar je leden brengen. Als inspiratie, zodat ze daarmee hun toekomst als mobiliteitsretailer kunnen vormgeven. Er is de afgelopen drie, vier jaar enorm veel veranderd in het product mobiliteit, maar ook in de retail en bij de consument. De veranderingen gaan veel sneller dan voorheen.” 

header-image

Maar is het juist dan wel slim om een toekomstbeeld van 2030 te schetsen? Dat is toch veel te ver van het bed van BOVAG-leden?

Eckhardt: “Twaalf jaar is inderdaad nog heel ver weg. Dit beeld zal vast en zeker over vier jaar nog wel een keer worden aangepast, maar er zijn een paar ontwikkelingen die doorzetten. Dat weten we nagenoeg zeker, zoals nieuwe aanbieders die online heel sterk zijn, of fabrikanten die door de mogelijkheden van internet heel dicht bij de klant kunnen komen en een concurrent worden van de retailer. Natuurlijk is het voor onze leden moeilijk om in de waan van alledag na te denken over hun toekomst tussen zulke spelers, maar we zien toch dat steeds meer ondernemers dat doen en ook zichzelf al nieuwe rollen aanmeten.” 
Niesink: “Daarnaast is zo’n visie ook voor BOVAG zelf belangrijk. Het helpt ons te bepalen voor wie wij er zijn nu er in de branche andere spelers en disciplines bij komen. Voorheen waren wij de vereniging van autobedrijven en fietsbedrijven. Ieder had zijn eigen discipline. Maar nu zie je vervaging optreden; we hebben grote leden die álle disciplines in hun bedrijf hebben én die daar ook nieuwe aan toevoegen die wij nog niet goed in kaart hebben. De vraag die wij ons stellen is hoe wij daar als BOVAG mee omgaan. Kunnen wij leden ook in deze nieuwe activiteiten ondersteunen? 

header-image

En, hoe gaan jullie daarmee om? Beweegt BOVAG mee met de markt?

Niesink: “Dat is wel de bedoeling. Vroeger was retail iets waarvoor je een showroom nodig had, maar nu krijgen we ook leden zónder showroom omdat ze hun product op een andere manier op de markt brengen. Deze visie leert ons dat we er zijn voor de retailers in mobiliteit in een bredere zin dan voorheen. We zetten dus de deur open voor nieuwe bedrijven, zolang ze maar een schakel zijn tussen de fabrikant en de eindgebruiker. Of de verkoop online of offline gebeurt maakt niet meer uit.” 
Eckhardt: “Partijen uitsluiten heeft geen zin. We willen nieuwe retaildisciplines op laten gaan in onze bestaande organisatie. We denken mede dankzij de visie op 2030 nu minder vanuit het defensief, zoals veel bedrijven van nature doen als er verandering op komst is.”  

“We proberen zelf ook de netwerkregisseur te zijn”
Peter Niesink | algemeen directeur

Wordt het toelaten van nieuwe disciplines door alle besturen bij BOVAG gedeeld?

Eckhardt: “Ik vind het nu veel makkelijker dan vier jaar geleden om te vertellen dat de inrichting van BOVAG zal veranderen als gevolg van wat er in de markt en bij de klant gebeurt. Toen stuitte ik nog op veel weerstand, maar men beseft dat alle ontwikkelingen onomkeerbaar zijn. Nu zeggen ze allemaal: ‘ja natuurlijk, dat is van deze tijd’.” 
Niesink: “Die positieve reactie is ook het resultaat van onze inspanningen om leden te betrekken bij de visievorming. Aan het begin van dit traject hebben we een werkconferentie georganiseerd waarin we met leden en relaties een aantal vraagstukken van alle kanten hebben bekeken. Daar kregen we veel positieve reacties op. We doen veel aan onderbouwing en zoeken naar bewijsvoering van onze ideeën. Op de ledenbijeenkomsten staat het gedachtegoed van de visie, in verschillende vormen uitgewerkt, centraal. Ook het Relatiecongres dat we in december in Tivoli hebben gehouden, draagt bij aan de bewustwording van dat wat wij in de visie hebben beschreven.” 
Eckhardt: “En tegelijkertijd laten we steeds zien dat ook wij niet alles zeker weten en dat we samen met onze leden en relaties praktisch willen uitvinden hoe we hen kunnen helpen om hun retailbedrijf toekomstbestendig te maken.” 

header-image

Over praktisch gesproken, wat gaat BOVAG nu precies voor de leden met deze visie doen?

Eckhardt: “Deze visie is de basis van alles wat we doen voor onze leden. Het is onze ‘WHY’. We vertalen de inzichten en de kennis eruit in programma’s als Denk Vooruit. Denk Digitaal. en MijnToekomst, waarin we leden echt aan de hand meenemen om hun bedrijfsvoering toekomstbestendig te maken. Daarnaast breiden we onze activiteiten als branchevereniging ook uit, we gaan verder dan alleen inspireren en informeren en gaan nu tastbare hulp bieden. Samen met Bovemij. 
Niesink: “We hebben de unieke positie dat we samen met onze dochterbedrijven Bovemij en RDC diensten kunnen ontwikkelen waarmee onze leden hun klanten blijvend aan zich kunnen binden én waarmee ze geld kunnen verdienen. Het versterken van leasing en financiering via Bovemij past daarin, evenals de ontwikkeling van ons eigen occasionportal ViaBOVAG.nl, dat we in de eerste helft van 2018 gaan lanceren en dat mogelijkheden biedt om nog veel meer diensten te gaan ontsluiten. We proberen zo ook zelf de netwerkregisseur te zijn, die BOVAG-leden ondersteunt en een online positie geeft naar de klant.” 
Eckhardt: “De kracht van het BOVAG-netwerk wordt nu mooi zichtbaar. De zuilen van weleer zijn afgebroken, de klassieke geschillen beginnen te verdampen. Onze leden stoppen geen energie meer in de oude stammenstrijd. Er is meer bereidheid tot samenwerking, zeker nu er andere spelers op het toneel verschijnen en zelfs de betrouwbare fabrikant een concurrent wordt. Ons netwerk sluit zich en als collectief kunnen we aan een toekomstbestendige retail bouwen.”

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring