Vergunningplicht voor bemiddelaars in (aanvullende) verzekeringen

Laatste update 18 januari 2019 Leestijd: 6 min

01 Vergunningplicht voor bemiddelaars in (aanvullende) verzekeringen

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft BOVAG laten weten dat ook aanvullende verzekeringen zoals Schadeverzekeringen Inzittenden (SVI), Personen Ongevallen Inzittendenverzekering (POI) of verzekering afkoop eigen risico, bij verhuur, lease of vervangend vervoer, voortaan onder de regels van de Wft vallen en dus niet zomaar mogen worden aangeboden door bijvoorbeeld een autobedrijf, verhuurbedrijf of camperverhuurder. Wat tot nu toe bekend is over de maatregelen, vindt u in dit dossier.

Wat is er aan de hand rondom de vergunningplicht voor bemiddelaars in verzekeringen?

Bemiddelen in verzekeringen is vergunningplichtig op grond van de Wft. Er is momenteel een uitzondering en dat is voor aanvullende verzekeringen die aangeboden worden onder een raamcontract. Bij verhuur moet je concreet denken aan de zogenoemde Schadeverzekeringen Inzittenden (SVI) en de Personen Ongevallen Inzittendenverzekeringen (POI). Dit mag nu vergunningsvrij en dat gebeurt ook in de praktijk.

De Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft echter zeer recent laten weten dat ze met deze uitzondering gaan stoppen en dat betekent dat bemiddelen in deze aanvullende verzekeringen vergunningplichtig wordt. BOVAG is onaangenaam verrast en heeft bij AFM om opheldering gevraagdomdat er zijn nog veel onduidelijkheden zijn en het veel vragen oproept.

Wanneer gaat de vergunningplicht in?

De nieuwe aanpak wordt door de AFM op 28 februari aan de markt bekendgemaakt door middel van een persbericht. Vanaf dat moment geldt de uitzondering niet meer en bent u dus vergunningplichtig. U heeft daarna acht weken om een vergunning aan te vragen, aldus de AFM.

Deze regeling gaat op heel korte termijn in. Wat moet ik nu doen als ondernemer?

De tijd die de AFM hiermee geeft, is inderdaad heel erg kort en daar is BOVAG het ook niet mee eens. BOVAG adviseert u indien u in deze verzekeringen wilt (blijven) bemiddelen om snel na de AFM-publicatie een vergunning aan te vragen of een status ‘verbonden bemiddelaar’ aan te vragen. Mocht die vergunning niet nodig zijn, dan kunt u de aanvraag ook weer intrekken.

Hoe werkt het aanvragen van een vergunning?

  1. De aanvraag van een vergunning kan via een aanvraagformulier op de website van de AFM. Het betreft dan een aanvraag voor een ‘Vergunning Bemiddelaar Verzekeringen’. Deze aanvraag hoeft nog niet direct volledig te zijn, veel bijlagen mogen later worden ingestuurd. Dat maakt het al een eenvoudigere aanvraag.
  2. Vanaf het moment dat u deze aanvraag hebt ingestuurd, mag u in dit specifieke geval de bestaande bemiddelingsactiviteiten voortzetten. Normaal gesproken zou u moeten wachten tot de aanvraag is behandeld en de vergunning daadwerkelijk is vergeven.
  3. De termijn waarbinnen de vergunning moet worden verkregen, is acht weken.
  4. Mocht u zich bedenken en uw aanvraag niet willen doorzetten, dan kunt u de aanvraag ook weer intrekken. BOVAG heeft hierbij om coulance gevraagd.

Welke alternatieven zijn er voor een vergunning?

Er zijn feitelijk vier alternatieven voor een vergunning:
  1. U kunt een Verbonden Bemiddelaar worden. Hiervoor sluit u een overeenkomst met de aanbieder van de verzekeringen zelf óf met een bemiddelaar die een vergunning heeft voor het bemiddelen in deze verzekeringen. Dit alternatief kent twee duidelijke beperkingen: (1) u mag dan geen met elkaar concurrerende producten aanbieden van verschillende aanbieders en (2) u mag de premies voor deze verzekeringen niet innen en dat is juist bij korte verhuur een lastige consequentie. De Wet op het financieel toezicht (Wft) vereist bovendien dat medewerkers met klantcontact aantoonbaar vakbekwaam zijn, ook in geval van werken via verbonden bemiddelaars.
  2. Het tweede alternatief voor een vergunning is de ‘Aangesloten Onderneming’. Dit is een variant op het verbonden bemiddelaarschap, alleen dan veel intensiever. Eigenlijk is deze optie bedoeld voor ondernemingen binnen een groep, vooral dochter-, moeder- en zusterondernemingen, maar ook niet met aandelen verbonden bedrijven kunnen gebruik maken van deze regeling. U sluit dan dus met een overeenkomst aan bij een onderneming met een vergunning. Voordeel van deze optie is dat u concurrerende producten mag aanbieden en dat u zelf de premies mag innen. Nadeel is dat de vergunninghouder vergaande interventierechten heeft in het beleid en gang van zaken van de aangesloten onderneming. Dit omdat het eigenlijk bedoeld is voor ondernemingen die onder een groep vallen. Deze oplossing zal door vergunninghouders als verzekeraars en bemiddelaars in verzekeringen, zeer terughoudend worden benaderd. Er zullen niet veel partijen zijn die een dergelijke overeenkomst aan willen gaan met niet met hen in een groep verbonden ondernemingen.
  3. Het derde alternatief is dat u leadgenerator voor een verzekeraar wordt. Hieraan kleven een aantal sterke nadelen. U mag alleen NAWTE-gegevens doorgeven en niet meer dan dat. U mag bijvoorbeeld dus geen objectgegevens doorgeven (bijvoorbeeld het kenteken). Ook moet er vervolgens rechtstreeks contact zijn tussen klant en verzekeraar, wat organisatorisch lastig in te richten kan zijn.
  4. Het laatste alternatief is stoppen met het aanbieden van aanvullende verzekeringen. Commercieel is dit niet interessant en ook niet klantvriendelijk, maar het is zeker een optie.

Wat gaat BOVAG nu doen?

BOVAG is het niet eens met een vergunningplicht voor zijn leden. Afgesproken is dat BOVAG de argumentatie op papier zet en met AFM deelt. AFM zegt bereid te zijn om bij een of meer valide argumenten nader in gesprek te gaan. De communicatie laten we natuurlijk niet alleen over aan de AFM. Sowieso gaan we BOVAG-leden ook zelf informeren. In de autosector raakt het vooral de bedrijven met lease, private lease en verhuur. Houd de BOVAG-communicatie dus goed in de gaten. In dit dossier staat alle informatie die nu bekend is. Deze informatie wordt voortdurend aangepast.

Wellicht dat BOVAG zich ook nog inzet met lobby. Inhoudelijk is er helaas weinig eer te behalen, maar wel in de snelheid waarmee de AFM ondernemers nu met deze verandering opzadelt. Ondernemers hebben meer tijd nodig. Niet alleen voor de aanvraag, maar bijvoorbeeld ook voor het aanpassen van processen. Ook is er voor sommige alternatieven nog geen goede marktoplossing, dat heeft ook meer tijd nodig. Bijvoorbeeld met een goed factureringssysteem voor verbonden bemiddelaars die de premies niet zelf mogen innen. Voor marktoplossingen is vanzelfsprekend BOVAG-dochter Bovemij aangesloten.

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring