Wijzigingen personeelszaken 2019 (motorvoertuigen- en tweewielerbedrijven)

Laatste update 29 mei 2019 Leestijd: 7 min

07 Verlofdagen en feestdagen 2019 (cao MvT)

Overzicht van verlofdagen en feestdagen voor medewerkers op grond van de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijven.

Feestdagen 2019

Op grond van de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijven (MvT) gelden voor werknemers in 2019 de volgende feestdagen:
Feestdag Datum Dag van de week
Nieuwjaarsdag 1 januari 2019  Dinsdag
Tweede Paasdag  22 april 2019  Maandag
Koningsdag 27 april 2019  Zaterdag
Hemelvaartsdag 30 mei 2019  Donderdag
Tweede Pinksterdag  10 juni 2019  Maandag
Eerste Kerstdag  25 december 2019 Woensdag
Tweede Kerstdag 26 december 2019 Donderdag

Bevrijdingsdag, 5 mei, is geen feestdag volgens de cao MvT. Ook Goede Vrijdag, de vrijdag voor Pasen, is geen feestdag.

Toeslagen

Op feestdagen hebben werknemers recht op een vrije dag. Wordt er toch gewerkt? Dan moet een toeslag van 85% worden betaald. U kunt er ook voor kiezen om de gewerkte uren zonder toeslag uit te betalen en de werknemer in dezelfde of de volgende week een betaalde vrije dag te geven.

Let op: de feestdagenregeling uit de cao MvT geldt niet voor verkopers. Verkopers hebben dus geen recht op een vrije dag of toeslag en kunnen op deze dagen gewoon ingeroosterd worden.

Hoe kan ik overwerktoeslag voorkomen?

Collectieve verlofdagen  

Jaarlijks kunt u na overleg met de OR, personeelsvertegenwoordiging of de werknemersdelegatie drie collectieve verlofdagen vaststellen waarop alle medewerkers vrij zijn. Deze dagen worden afgeschreven van het vakantiedagensaldo van het personeel. Stel deze dagen tijdig vast.

Op welke bijzondere verlofdagen heeft mijn medewerker recht volgens de cao?

Inzetbaarheidsuren

Op grond van de cao hebben werknemers van 50 jaar en ouder recht op toekenning van inzetbaarheidsuren: 
 
Leeftijd Aantal inzetbaarheidsuren
Leeftijd 50 jaar of ouder 12 inzetbaarheidsuren (in de regel anderhalve dag)
Leeftijd 55 jaar of ouder 16 inzetbaarheidsuren (in de regel twee dagen)
Leeftijd 57,5 jaar 28 inzetbaarheidsuren (in de regel drie en een halve dag)
Leeftijd 58 jaar of ouder 40 inzetbaarheidsuren (in de regel vijf dagen)
Leeftijd 60 jaar 48 inzetbaarheidsuren (in de regel zes dagen)
Leeftijd 61 jaar en ouder 52 inzetbaarheidsuren (in de regel zes en een halve dag)

De inzetbaarheidsuren uit bovenstaande tabel worden jaarlijks op twee peildata toegekend, namelijk op 30 juni en 31 december. Op ieder van deze peildata ontvangt de werknemer het aantal inzetbaarheidsuren dat hoort bij zijn leeftijd op dat moment. Voorwaarde is dat de werknemer tenminste zes maanden onafgebroken in dienst is.

Werknemer die op 1 juli 2012 61 jaar of ouder was

Voor werknemers die op 1 juli 2012 61 jaar of ouder waren en tenminste 6 maanden onafgebroken in dienst, gelden afwijkende regels. Zij krijgen op de peildata niet meer inzetbaarheidsuren dan waarop de werknemer op 30 juni 2012 recht had. Het aantal inzetbaarheidsuren waarop de werknemer van 61 jaar of ouder recht had per 30 juni 2012 is af te leiden uit de volgende tabel.
 
Leeftijd Aantal inzetbaarheidsdag
Leeftijd 61 jaar 52 inzetbaarheidsuren (in de regel zes en een halve dag)
Leeftijd 62 jaar 56 inzetbaarheidsuren (in de regel zeven dagen)
Leeftijd 63 jaar 60 inzetbaarheidsuren (in de regel zeven en een halve dag)
Leeftijd 64 jaar 64 inzetbaarheidsuren (in de regel acht dagen)

Uitbreiding ouderschapsverlof per 1-1-2019

Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) diende het Wetsvoorstel Invoering Extra Geboorteverlof (WIEG) half juni in bij de Tweede Kamer. Met deze wet verruimt de overheid de verlofperiode van de partner na de geboorte van een kind. 

Eén week verlof

Het wetsontwerp houdt in dat partners vanaf 1 januari 2019 recht hebben op doorbetaald geboorteverlof van eenmaal de wekelijkse arbeidsduur. Werkt iemand fulltime, dan krijgt hij vijf dagen, iemand die 24 uur werkt per week, krijgt er drie. Medewerkers kunnen het geboorteverlof direct opnemen, maar dat kan bijvoorbeeld ook als de kraamzorg vertrokken is. Voorwaarde is dat ze het geboorteverlof binnen de eerste vier weken na de bevalling opnemen. Bij tweelingen heeft de partner ook recht op maximaal één week verlof. Komt het kind dood ter wereld of overlijdt het snel na de bevalling, dan behoudt de medewerker het recht op verlof.

Een medewerker is partner als hij de echtgenoot of geregistreerd partner is van de moeder. Ook iemand die ongehuwd met de moeder samenwoont of het kind heeft erkend is partner en heeft recht op geboorteverlof.

Aanvullend verlof

In de plannen van het ministerie van SZW staat ook dat de partners vanaf 1 juli 2020 recht hebben op aanvullend geboorteverlof van vijfmaal de wekelijkse arbeidsduur. Dit verlof moet binnen zes maanden na de geboorte van het kind zijn opgenomen. Tijdens deze periode krijgen partners een UWV-uitkering ter hoogte van 70% van het laatstverdiende loon. Medewerkers moeten deze uitkering via de werkgever aanvragen. Alleen als er sprake is van een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang kan de werkgever in overleg met de medewerker de manier waarop de medewerker het verlof in wil vullen, wijzigen. Dit moet minimaal twee weken voorafgaand aan de ingang van dit verlof schriftelijk onderbouwd kenbaar gemaakt zijn.  

Adoptie en pleegzorg

Naast het extra geboorteverlof en de mogelijkheid tot aanvullend verlof wordt het adoptie- en pleegzorgverlof verlengd. Beiden zijn nu nog vier weken en dat worden er zes. Deze aanpassingen gaan ook op 1 januari 2019 in.   

Waar moet ik rekening mee houden? 

Het wetsvoorstel regelt alleen het geboorteverlof van de partner. Daarnaast blijven deze regelingen van kracht:
  • In de cao staat dat de werknemer op de dag van de bevalling recht heeft op 100% doorbetaling van het loon, als die plaatsvindt op zijn normale werkdag. Dit bevallingsverlof blijft gewoon gelden. 
  • Ook de tijd die de medewerker nodig heeft om aangifte te doen van de geboorte van het kind, blijft geldig. Hiermee voldoet de ouder aan een wettelijke verplichting.
  • Het onbetaalde ouderschapsverlof dat werknemers op grond van de wet kunnen opnemen tot aan de achtste verjaardag van het kind, blijft intact. 
Het huidige recht van drie dagen onbetaald ouderschapsverlof dat partners kunnen opnemen in de eerste vier weken na thuiskomst van het kind vervalt als de WIEG er komt.  

Het is een voorstel, wanneer is het definitief? 

Het wetsvoorstel is nu in behandeling bij de Tweede Kamer. Neemt de Kamer het voorstel aan, dan gaat het naar de Eerste Kamer, die mag aannemen of verwerpen. Hebben beide Kamers het wetsvoorstel aangenomen, dan ondertekenen de Koning en de verantwoordelijke minister de wettekst. Het eerste deel van de wet is ingegaan op 1 januari 2019. Vaders hebben nu 5 dagen verlof in plaats van 2 dagen.

Wettelijke verlofregelingen  

Wat zijn de regels voor het opnemen van ouderschapsverlof.


 

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring