Wijzigingen personeelszaken 2019 (motorvoertuigen- en tweewielerbedrijven)

Laatste update 29 mei 2019 Leestijd: 7 min

03 Arbeidsvoorwaarden en wetgeving 2019 (cao MvT)

Als werkgever heeft u te maken met arbeidsvoorwaarden en wetgeving. Hieronder vindt u alles wat u nodig heeft in 2019.

Cao Motorvoertuigen en Tweewielerbedrijf

De cao voor het Motorvoertuigenbedrijf en Tweewielerbedrijf (MvT) heeft een looptijd van 1 november 2018 tot en met 31 oktober 2020.

In de cao MvT is afgesproken dat per 1 februari 2019 het voor de werknemer geldende salaris wordt verhoogd met € 81,-. Per 1 februari 2020 wordt het salaris verhoogd met € 83,- per maand.

De verhogingen gelden voor een fulltime werknemer die een werkweek heeft van gemiddeld 38 uren. Voor parttimers geldt de verhoging naar rato van het aantal uren dat zij gemiddeld per week werken.

Let op: de salarisverhogingen in de cao MvT gelden ook voor verkopers en oproepkrachten. Bij verkopers wordt de verhoging berekend over minimaal het basissalaris per salarisbetalingsperiode.

Verhoging AOW-leeftijd

De AOW-leeftijd gaat verder omhoog en zal per 1 januari 2019 vastgesteld worden op 66 jaar en vier maanden. De komende jaren zal de AOW-leeftijd stapsgewijs omhooggaan naar 67 jaar in 2021 en 67 jaar en 3 maanden in 2022. Vanaf 2022 hangt de AOW-leeftijd af van de gemiddelde levensverwachting. Op de website van de Sociale Verzekeringsbank kunt u de AOW-leeftijd zelf berekenen. AOW-leeftijd zelf berekenen.

Wettelijk minimumloon per 1 januari 2019

Elk jaar verhoogt het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het minimumloon. Ook per 1 januari 2019 wordt het minimumloon verhoogd. Deze verhoging heeft gevolgen voor de salaristabellen en  salarisgroepen in de cao MvT. Houd hier rekening mee bij het toepassen van salarisgroep A/wml. De in het cao-boekje afgedrukte bedragen zijn niet meer actueel. De hieronder genoemde bedragen gelden voor werknemers van 22 jaar en ouder bij een volledige werkweek.

Het nieuwe bruto minimumloon is per 1 januari 2019 als volgt:
  • € 1.615,80 per maand
  • € 372,90 per week
  • € 74,58 per dag
Tot en met 31 december 2018 is het minimumloon per maand nog € 1.594,20.

Minimumjeugdloon

Voor werknemers tussen de 15 en 22 jaar geldt het minimumjeugdloon. De bedragen van het wettelijk minimumloon voor jongeren veranderen ook per 1 januari 2019. In onderstaande tabel staan de bedragen die gelden met ingang van 1 januari 2019.


 
Tabel 1: minimumjeugdloon (bruto) per 1 januari 2019

* De uurlonen in de tabel zijn naar boven afgerond. Omrekenen leidt tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijk minimum. In de tabel per maand, week en dag vindt u de officiële bedragen.

** Let op bij de cao Motorvoertuigen- en Tweewielerbedrijf: in deze cao is afgesproken dat een 16-jarige medewerker met ingang van 1 januari 2017 recht heeft op hetzelfde tabelbedrag als een 17-jarige.

Bedragen minimumjeugdloon BBL-leerlingen 18 t/m 20 jaar

Voor medewerkers in de leeftijd van 18 t/m 20 jaar die via de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) werken, gelden andere bedragen voor het minimumjeugdloon. In tabel 2 staan de bedragen die gelden met ingang van 1 januari 2019. Voor BBL-leerlingen in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden de bedragen van het minimumjeugdloon (zie tabel 1).

Verhoging-minimumloon-2019-tabel-2.jpg

Tabel 2: minimumjeugdloon (bruto) BBL-leerlingen 18 t/m 20 jaar

 * De uurlonen in de tabel zijn naar boven afgerond. Omrekenen leidt tot een iets hoger bedrag per dag, week of maand dan het wettelijk minimum. In de tabel per maand, week en dag vindt u de officiële bedragen.

Maximale transitievergoeding in 2019

De maximale transitievergoeding gaat per 1 januari 2019 omhoog van € 79.000,- naar € 81.000,- of een bruto jaarsalaris als dat hoger is dan € 81.000,-. In het regeerakkoord zijn plannen opgenomen die betrekking hebben op de hoogte en opbouw van de transitievergoeding. Het is nog niet bekend wanneer deze plannen omgezet worden in wetgeving.

Lage inkomensvoordeel (LIV)

Als u een werknemer in dienst heeft die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon verdient en die 1.248 of minder verloonde uren per jaar maakt, dan kunt u een financiële tegemoetkoming krijgen. Via de Regelhulp van de Rijksoverheid stelt u eenvoudig vast of u recht heeft op het lage-inkomensvoordeel. Via de calculator van de Rijksoverheid berekent u vervolgens de hoogte van deze financiële tegemoetkoming. U hoeft het LIV niet zelf aan te vragen. Het UWV berekent op basis van uw loonaangiften over 2017 voor welke werknemers u recht heeft op het LIV.

Jeugd-LIV

In 2019 kunt u ook een tegemoetkoming krijgen voor werknemers van 18 tot en met 21 jaar. Dit wordt het jeugd-LIV genoemd. Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers vanwege de verhoging van het minimumjeugdloon voor jongeren van 18 tot en met 21 jaar per 1 juli 2017. Het recht op en de hoogte van het jeugd-LIV wordt vastgesteld in het jaar na het kalenderjaar waarover het jeugd-LIV wordt berekend. Als u recht heeft op het jeugd-LIV dan ontvangt u deze tegemoetkoming dus in 2019. U hoeft het jeugd-LIV niet zelf aan te vragen. De voorwaarden waaronder u recht heeft op het jeugd-LIV en informatie over de hoogte van de tegemoetkoming vindt u op de website van het UWV.

No-risk premie oudere werknemer vanaf 56 jaar

In 2019 wordt u gecompenseerd in de kosten wanneer u een werknemer van 56 jaar en ouder in dienst neemt en deze werknemer binnen vijf jaar na indiensttreding uitvalt wegens ziekte. In 2017 lag de leeftijdsgrens nog op 62 jaar. Deze verruiming heeft een tijdelijk karakter en geldt alleen voor 2018 en 2019. Om in aanmerking te komen voor de compensatie moet het gaan om een werknemer die meer dan één jaar werkloos is geweest en een WW-uitkering heeft ontvangen voorafgaand aan de indiensttreding.

Wanneer deze werknemer ziek wordt dan neemt het UWV de doorbetaling van het loon over. Ook leidt de ziekte van deze werknemer niet tot een hogere premie voor de ziektewet. Wel blijft u als werkgever tijdens de periode van ziekte verantwoordelijk voor de re-integratie van de werknemer.

Tijd voor tijd overwerk

Met ingang van 1 januari 2019 is compensatie in (betaalde) vrije tijd van meer- of overwerk (tijd voor tijd) alleen nog maar mogelijk als daarover in een cao afspraken zijn gemaakt. Bovendien moet het overwerk worden gecompenseerd voor 1 juli van het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin het overwerk is verricht. Gebeurt dat niet, dan moeten de uren alsnog worden uitbetaald in geld.
 
Dit geldt overigens alleen als voor het totaal aantal uren, inclusief overwerk, minder dan het minimumloon wordt betaald. Wordt tenminste het minimumloon betaald, dan geldt voorgaande dus niet en is het alsnog mogelijk om over- en meerwerk te compenseren in vrije tijd.

In de cao MvT zijn afspraken gemaakt over het vergoeden van overwerk in tijd. Voor bedrijven die vallen onder deze cao blijft het dus mogelijk om overwerk in tijd te vergoeden.

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring