Algemene, niet cao-gebonden regelingen

Laatste update 28 januari 2021 Leestijd: 5 min

03 Overzicht wetswijzigingen per 1 januari 2021 werkgeverszaken 

Wat verandert er in 2021 in wet- en regelgeving op het gebied van werkgeverszaken? BOVAG heeft de belangrijkste wijzigingen voor u op een rij gezet.

AOW-leeftijd 

De stijging van de AOW-leeftijd gaat langzamer dan eerder het voorstel was. De Eerste Kamer is akkoord gegaan met de Wet temporisering verhoging AOW-leeftijd die op 1 januari 2020 is ingegaan. In 2021 blijft de AOW-leeftijd 66 jaar en vier maanden, in plaats van 67 jaar. In de jaren daarna stijgt de AOW-leeftijd naar 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd niet 1 jaar per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. 
 
Lees meer over de verhoging van de AOW-leeftijd. De Rijksoverheid heeft een overzicht gepubliceerd van de AOW-leeftijd voor personen geboren in bepaalde datavakken. 

Minimumloon 1 januari 2021


Maximale transitievergoeding in 2021 

De maximale transitievergoeding is per 1 januari 2021 € 84.000,- of een bruto jaarsalaris als dat hoger is. 

Lage Inkomensvoordeel (LIV) 

Als u een werknemer in dienst heeft die tussen de 100% en 125% van het wettelijk minimumloon verdient bij een werkweek van 40 uur, minimaal 1.248 verloonde uren per jaar maakt én de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt, dan kunt u een financiële tegemoetkoming krijgen. Via de Regelhulp van de Rijksoverheid stelt u eenvoudig vast of u recht heeft op het lage-inkomensvoordeel en hoe hoog de financiële tegemoetkoming zal zijn. U hoeft het LIV niet zelf aan te vragen. Het UWV berekent op basis van uw loonaangiften voor welke werknemers u recht heeft op het LIV. 
 
De hoogte van het LIV kan oplopen tot maximaal € 960 per medewerker per jaar. In 2020 was dit nog € 1.000. 

Jeugd-LIV 

In 2021 kunt u ook een tegemoetkoming krijgen voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar. Dit wordt het jeugd-LIV genoemd. Het jeugd-LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers vanwege de verhoging van het minimumjeugdloon per 1 juli 2017. Het recht op en de hoogte van het jeugd-LIV wordt vastgesteld in het jaar na het kalenderjaar waarover het jeugd-LIV wordt berekend. Als u in 2021 recht heeft op het jeugd-LIV dan ontvangt u deze tegemoetkoming dus in 2022. U hoeft het jeugd-LIV niet zelf aan te vragen. De voorwaarden waaronder u recht heeft op het jeugd-LIV en informatie over de hoogte van de tegemoetkoming vindt u op de website van het UWV

Compensatie transitievergoeding bij bedrijfsbeëindiging 

Wanneer een bedrijf beëindigd wordt hebben werknemers recht op een transitievergoeding. Op 1 januari 2021 wordt voor kleine werkgevers een nieuwe compensatieregeling voor de transitievergoeding in het leven geroepen, namelijk die bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Ondernemers kunnen de betaalde transitievergoeding onder bepaalde voorwaarden vergoed krijgen.  

Deze regeling gaat alleen gelden voor bedrijven die gemiddeld maximaal 24 medewerkers in dienst hebben. Om voor de compensatie in aanmerking te komen moet u in ieder geval voor één medewerker een ontslagvergunning hebben gekregen van het UWV vanwege bedrijfsbeëindiging. Daarnaast moet de werkgever de AOW-leeftijd hebben bereikt of binnen 6 maanden bereiken. De overige voorwaarden die gelden vindt u op de website van het UWV

Beperking vrije ruimte fiscale loon in 2021 

Het percentage van de vrije ruimte boven de € 400.000 van het fiscale loon wordt per 1 januari 2021 iets verlaagd van 1,2% naar 1,18%. In 2020 is de vrije ruimte voor het fiscale loon onder de € 400.000 tijdelijk verhoogd naar 3%. Per 1 januari 2021 gaat dit percentage weer terug naar 1,7%. 

Tijdelijke vrijstelling RVU-heffing 

Let op: de Eerste Kamer moet nog instemmen met dit wetsvoorstel, dus de definitieve ingangsdatum is nog niet bekend. Naar verwachting zal dit 1 januari 2021 zijn. 

In het Pensioenakkoord van juni 2019 is afgesproken dat werkgevers met oudere medewerkers afspraken kunnen maken over eerder stoppen met werken, zonder dat de regeling als een RVU (regeling vervroegd uittreden) wordt gezien. De strafheffing van 52% voor rekening van de werkgever is onder bepaalde voorwaarden dan niet van toepassing. Men mag van deze vrijstelling gebruikmaken als de werknemer binnen drie jaar de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Bovendien geldt er een maximum (bruto) bedrag voor de heffing. De hoogte van de jaarlijkse vrijstelling is gelijk aan de jaarlijkse netto AOW (in 2020 € 21.200). Wanneer het bedrag dat de werknemer krijgt hoger is dan dit bedrag, is over het meerdere een RVU-heffing verschuldigd. 

De RVU-vrijstelling is aangekondigd als een tijdelijke maatregel voor een periode van vijf jaar. 

Verder lezen?

Dossiers met dezelfde categorie

Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring