Elektrisch? Waterstof? Biobrandstof? Welke kant gaat het op richting 2030, als de CO2-uitstoot 35 procent lager moet zijn dan in 2021. Volgens Eric van den Heuvel, Directeur Platform Duurzame Biobrandstoffen, is het een én-én-verhaal.
Terug

Naar nul-emissie met elektra èn hernieuwbare brandstoffen

Duurzaamheid bio-brandstof elektrisch
Leestijd: 9 min

Elektrisch? Waterstof? Biobrandstof? Welke kant gaat het op richting 2030, als de CO2-uitstoot 35 procent lager moet zijn dan in 2021. Volgens Eric van den Heuvel, Directeur Platform Duurzame Biobrandstoffen, is het een én-én-verhaal.

Met alleen elektrische voertuigen redden we het niet”, zegt Van den Heuvel resoluut. Er zitten volgens hem allerlei haken en ogen aan die transitie. “Alleen al het feit dat de instroomsnelheid van elektrische auto’s op dit moment nog laag is.” Van den Heuvel heeft hierbij de feiten aan zijn zijde. Van de 8,5 miljoen auto’s in Nederland worden er nu slechts 30.000 volledig elektrisch aangedreven. “Het is wel de verwachting dat dit aantal versneld oploopt tot 2 miljoen in 2030. Maar dan hebben we nog steeds 6,5 miljoen auto’s die rondrijden met een benzine­ of dieselmotor. Ons pleidooi is dan ook; we moeten benzine en diesel verder vergroenen.” 

“Met alleen elektrisch redden we het niet”
Eric van den Heuvel | Directeur Platform Duurzame Biobrandstoffen

Meer biobrandstoffen bijmengen

Met het vergroenen doelt Van den Heuvel op groene waterstof en elektriciteit, bio­lng en duurzame biobrandstoffen waarbij bijvoorbeeld ethanol aan benzine wordt toegevoegd of plantaardige olie en dierlijk vet van afval­ en reststromen, zoals gebruikt frituurvet aan de standaard diesel. “Dat gebeurt nu al, echter slechts op kleine schaal.” Hij doelt onder meer op biodiesel, die vaak wordt toegepast in een mengvorm met uit aardolie verkregen diesel. De benaming die men eraan geeft is dan B5 (5% biodiesel). “We moeten zien dat we die percentages van het bijmengen van biobrandstoffen omhoog krijgen in benzine en diesel. Daar ligt de echte winst”, verzekert Van den Heuvel. In het buitenland zijn er al diverse partijen die werken met 100% hernieuwbare diesel, weet hij. “Dat bespaart dus 90% op de CO2­uitstoot, 90% over de hele keten. Die kans moeten we niet laten liggen.” 

 Tekort aan groene stroom heft nul-emissie op

Over de hele keten betekent ook echt over de hele keten. “Elektrische auto’s stoten weliswaar nul­emissie uit, maar als je even verder kijkt, dan blijft die nul­emissie niet altijd overeind. Bijvoorbeeld omdat er in plaats van groene stroom grijze stroom uit kolencentrales wordt gebruikt voor het opladen van de accu.” Van den Heuvel vraagt aandacht voor die ontwikkeling. “Want als we niet uitkijken dan hebben we een groot elektrisch wagenpark in Nederland waarvoor de stroom voor een belangrijk deel wordt opgewekt door vervuilende kolencentrales.” De directeur van Platform Duurzame Biobrandstoffen schetst namelijk het beeld van een tekort aan groene stroom. “Van de totale elektriciteit die wij in Nederland verbruiken is slechts 13% afkomstig van onder meer windmolens en dus ook echt groene stroom. Doordat er op termijn een complete nieuwe stroomvraag bijkomt, namelijk die van elektrische auto’s en waterstofauto’s, betekent dit dat we nog meer moeten produceren en de groene stroomproductie veel beter moeten organiseren.”

En elektrisch rijden èn hernieuwbare brandstoffen nodig

De landen die het Klimaatakkoord van Parijs ondertekenden, beloofden de uitstoot van broeikasgassen aan banden te leggen zodat de klimaatopwarming beperkt blijft tot 1,5 of 2 graden Celsius ten opzichte van het niveau van voor het industriële tijdperk. “We zullen daarin alleen slagen als we gaan voor én de elektrificatie van vervoer én voor waterstof­elektrisch, bio­lng, duurzame biobrandstoffen en andere hernieuwbare brandstoffen”, aldus Van den Heuvel. 
In Nederland hebben biobrandstoffen die bijgemengd worden in diesel het grootste aandeel van alle biobrandstoffen (68%), zo blijkt uit gegevens van drivenbynature.org. Ze worden volledig gemaakt van afval­ en reststromen, zoals bijvoorbeeld gebruikt frituurvet. Voor in benzine bijgemengde biobrandstoffen (31% aandeel van totale biobrandstoffen) komen de gewasgebaseerde grondstoffen voornamelijk uit Europa. Groengas (1% van het totaal) voor voertuigen met gasmotor is afkomstig van biogas, onder meer geproduceerd bij riool­ en waterzuiveringsinstallaties (bron: NEa­jaarraportage over 2017). Ook zijn er hernieuwbare brandstoffen op basis van elektriciteit in ontwikkeling: solar fuels.
 


 
68procent biobrandstoffen bijgemengd bij diesel
31procent biobrandstoffen bijgemengd bij benzine
1proces biogas bij gas

Mobiele kilometers terugdringen

Daarnaast moet er volgens Van den Heuvel kritisch worden gekeken naar het aantal mobiele kilometers dat wordt afgelegd. “Die moeten we zoveel als mogelijk terugdringen door bijvoorbeeld meer kilometers af te leggen zonder aandrijving, lees wandelen en fietsen. En is er toch een energiedrager nodig, dan moeten we die heel efficiënt inzetten. Het openbaar vervoer is daarvan een mooi voorbeeld. En nemen we dan toch de auto, dan moet dat een elektrische auto zijn, een auto op waterstof of een auto met een motor die loopt op hernieuwbare brandstof.” 
Van de huidige energievraag (voor mobiliteit) is de helft afkomstig van personenvervoer en de andere helft van goederenvervoer. “Elektriciteit is alleen geschikt voor licht vervoer, voor personenvervoer. In 2030 is van de 8,5 miljoen auto’s voor het personenvervoer een kwart elektrisch. Op de totale energievraag is dat dus slechts eenachtste. Zevenachtste, ofwel 6,5 miljoen auto’s, rijden nog op vloeibare gassen met slechts een klein deel biobrandstof. Wij zeggen; ga daarmee aan de slag. Zorg voor een toename van het gebruik van biobrandstoffen”, zet Van den Heuvel zijn standpunt kracht bij.

Accijnsstructuur ter bevordering van biobrandstoffen

Hij vindt dat de overheid hierin een belangrijke rol kan vervullen door de accijnsstructuur aan te passen. In Nederland zijn biobrandstoffen een relatief nieuw fenomeen, een nieuw product. Voor introductie van een nieuw product is de markt en daaraan geldende voorwaarden een eerste prioriteit om aan te voldoen. Biobrandstoffen moeten de concurrentie aan met de fossiele brandstoffen, benzine en diesel. Belangrijkste strijdpunt in een dergelijke verdrijvingsmarkt is de prijs. Doordat de productiekosten van biobrandstoffen hoger liggen dan de productieprijzen van fossiele brandstoffen is er sprake van een nadeel voor de biobrandstoffen. Door een juiste accijnspolitiek op (bio)brandstoffen kan dit nadeel worden gecompenseerd.” Nederland heeft geen accijnsstelsel waar bevordering van biobrandstoffen in is verwerkt. Er is een aantal redenen, dat aanpassing van de accijnsheffing rechtvaardigt, stelt Van den Heuvel. “Deze redenen zijn onder andere het terugdringen van CO2­-uitstoot. Doordat biobrandstoffen minder negatieve externe effecten veroorzaken, rechtvaardigt dit een aanpassing van de accijnsheffingen ten opzichte van fossiele brandstoffen.

Dit artikel is ook verschenen in BOVAGkrant nummer 12, december 2018

Lees ook de BOVAG-brede brandstofvisie
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie is beschikbaar in onze Privacy- en cookieverklaring